Russisch CO2-recht bedreigt akkoord

Een overschot aan emissierechten in Rusland dreigt een akkoord op de klimaattop in Kopenhagen voor een belangrijk gedeelte teniet te doen. Rusland en Oekraïne beschikken volgens het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) over een enorme hoeveelheid rechten broeikasgassen uit te stoten, die ze overhielden nadat hun economieën instortten in de jaren negentig van de vorige eeuw.

Dit soort overtollige rechten wordt wel ‘hot air’ genoemd. Als ze verkocht worden aan landen die dan extra broeikasgas mogen uitstoten, valt volgens PBL-berekeningen de beloofde CO2-reductie van de rijke landen eenderde ongustiger uit; de beloofde 19 procent in 2020, blijft dan steken op slechts 13 procent.

Emissiehandel wordt gezien als de goedkoopste en snelste manier om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Daarmee neemt het een centrale plaats in bij de onderhandelingen in Kopenhagen die tot een klimaatakkoord moeten leiden.

In het oude klimaatverdrag, het Kyoto-protocol (1997), is afgesproken dat landen die emissierechten overhouden – bij voorbeeld omdat ze energiezuinig hebben geproduceerd – die rechten mogen doorverkopen aan landen die tekort komen. Als ze dan nog steeds overhouden, mogen ze die rechten ‘meenemen’ naar de nieuwe verdragsperiode, die in 2012 ingaat.

Moskou wil quota ‘meenemen’

Vervolg Kopenhagen: pagina 4

Toen deze afspraken werden gemaakt, werd nog geen rekening gehouden met de economische crisis in Oost-Europese landen na de val van het communisme.

Ook de ex-communistische landen binnen de Europese Unie hebben nog een groot overschot aan ‘hot air’. De EU heeft onlangs gezegd dat die rechten alleen mogen worden verhandeld als dat geen bedreiging vormt voor het klimaatbeleid.

Volgens Michel den Elzen van het PBL zou het op de markt brengen van alle hot air leiden tot een lage koolstofprijs. „De prijs van koolstof moet robuust zijn, anders is er geen prikkel voor innovatie”, aldus Den Elzen. Dan bestaat bovendien het risico dat rijke landen niet investeren in klimaatprojecten in ontwikkelingslanden, omdat het goedkoper is emissierechten in Rusland te kopen.

Volgens het planbureau zijn er verschillende mogelijkheden om het probleem op te lossen. Zo zouden alle rijke landen hun reductiedoelstellingen fors kunnen aanscherpen. Maar de kans dat dat gebeurt is ook volgens Den Elzen niet groot. Een andere mogelijkheid is dat Rusland en Oekraïne het overschot bewaren voor eigen gebruik en niet verkopen aan andere landen. Dan hebben ze nog emissierechten over als de economie sterk gaat groeien.

De derde mogelijkheid is de emissierechten uit de Kyoto-periode (2008-2012) op te geven. Daardoor zou de koolstofprijs stijgen en dat is op den duur gunstig voor Rusland en Oekraïne. Want de beide landen zouden dan weliswaar de oude emissierechten opgeven. Maar vanaf 2012 krijgen ze nieuwe emissierechten. Daarvan blijft opnieuw een groot deel ongebruikt, omdat ze ook na 2012 nog ver onder het emissieniveau zitten waar ze in een nieuw akkoord recht op zullen hebben. Dat overschot kunnen de landen dan duur verkopen.

Een Russische onderhandelaar in Kopenhagen onderstreepte gisteren dat Rusland zijn emissierechten voorlopig niet te gelde wil maken, maar wil ‘meenemen’ naar de periode na 2012. Hij noemde dat een voorwaarde voor Russische instemming met een klimaatakkoord.

Rapport van PBL via nrc.nl/buitenland

    • Paul Luttikhuis