Ontsporend gen en hersenkanker

Wetenschapsbijlage 05-12-09

In het nieuwsbericht ‘Ontsporend gen veroorzaakt hersenkanker bij kinderen’ over het effect van uitschakelen van het Atoh1 gen op de ontwikkeling van korrelcellen in de kleine hersenen en het ontstaan van het medulloblastoom, wordt dit effect in het bijschrift van de bijgaande afbeelding (“de dunnere zwarte laag”) onjuist aangegeven, waarmee de clou van het experiment verloren gaat. De ontwikkeling van korrelcellen gaat in twee stappen. In een vroeg stadium worden cellen aangemaakt langs de achterrand van de kleine hersenen, die zich vervolgens over het gehele buitenoppervlak uitbreiden als de z.g. buitenste korrellaag (bu). In een later stadium worden de korrelcellen gevormd door celdeling in deze laag. Deze korrelcellen verplaatsen zich vervolgens naar binnen, waar zij de definitieve, binnenste korrellaag (bi) vormen. Beide korrellagen zijn in de bovenste afbeelding als lichtblauw gekleurde lagen te zien; na uitschakeling van het Atoh1 gen stopt de vorming van korrelcellen en verdwijnt de buitenste korrellaag, zoals in de onderste figuur is afgebeeld. De zwarte, tussen beide korrellagen gelegen celarme (“moleculaire”) laag (ml) is in de onderste afbeelding weliswaar dunner, maar dit is het gevolg van het ontbreken van korrelcellen, waarvan de lange uitlopers in deze laag zijn gelegen. In de moleculaire laag bevinden zich ook de korte uitlopers van de Purkinje-cellen, de voornaamste elementen van de schors van de kleine hersenen. Deze cellen zijn voor hun ontwikkeling afhankelijk van contacten met de uitlopers van de korrelcellen. Het is dan ook de vraag of verlies van korrelcellen compatibel is met een goede functie van de kleine hersenen. Bij het ingrijpen in dit systeem als therapie voor een medulloblastoom kan het dus gaan om het kiezen tussen twee kwaden.

J. Voogd

Oegstgeest

    • J. Voogd Oegstgeest