Loslaatraadsel

Rotterdam, december 2009 Door kunstlicht houden bomen (plataan) langer hun blad vast. Foto Walter Herfst Herfst, Walter

Karel Knip

Toen alles voorbij was en God ook de dieren had geschapen bleek dat Hij de geit vergeten was. Dus werd de geit gemaakt door de duivel, die ook graag scheppen wilde. Maar de geit vrat van vruchtbomen en wijnstokken en daarom liet God de geit door Zijn wolven verscheuren. Waarom laat je jouw schepselen mijn schepselen verscheuren, vroeg de boze duivel. Waarom schep je een schepsel dat alleen maar schade aanricht, zei God. Omdat dat in mijn natuur zit, zei de duivel, je moet me voor de dode geit betalen. God ging akkoord. ‘Ich zahl dir’s, sobald das Eichenlaub abfällt, dann komm, dein Geld ist schon gezählt.’

Toen het eikenloof was afgevallen kwam de duivel om zijn geld, maar God zei dat er in de kerk van Konstantinopel nog een grote eik in blad stond. Het duurde zes maanden voor de duivel die eik gevonden had, en toen hij terugkwam stonden de eiken thuis weer in blad. De duivel kreeg zijn geld niet, stak alle geiten de ogen uit en zette er zijn eigen ogen voor in de plaats.

Dat is, met weglating van een paar passages, sprookje nummer 148 uit de volledige verzameling onaangename sprookjes van de gebroeders Grimm die tussen 1812 en 1814 werd uitgebracht. Nummer 148 is in diverse talen op internet te vinden. Op een enkele plek heeft een kenner eraan toegevoegd dat de beschreven God er een klassiek trucje uithaalt: een afspraak koppelen aan het moment waarop de eiken hun bladeren kwijt zijn.

Het geval wil dat de meeste eiken hun bladeren nooit helemaal kwijt raken. Er zijn altijd wel wat takken, vooral aan de voet van de boom, die het verdorde blad de hele winter door dragen. Ook jonge eiken houden hun bladeren vast. Pas in april, als de nieuwe bladeren verschijnen, vallen de oude af. Overigens zijn het niet alleen eiken die dit doen, ook in bij voorbeeld beukenhagen blijft het blad lang hangen.

Het thema bladval is hier al eens eerder ter sprake gebracht maar toen bestond er nog geen internet. Zonder internet was er geen duidelijke verklaring te vinden voor de typische eikengewoonte maar met internet ook niet. Er is geen goed trefwoord aan te koppelen en er zit een gigantische hoeveelheid literatuur over herfstkleuren in de weg. Het is een klein eikenraadsel.

Waar ook nog steeds niets zinnigs over te googlen viel was het vreemde schema waarin populieren in november hun bladeren loslaten. Dat gaat bijna altijd van binnen naar buiten en van onder naar boven. De laatste bladeren hangen eind november hoog in de boom in de periferie van de kruin, daar waar zij de minste bescherming hebben, nog wekenlang in de wind te flapperen. Populierenkenners van de stichting Probos in Wageningen legden destijds uit dat het komt doordat veel populieren nog laat in het seizoen nieuwe bladeren aanleggen en dat de allerjongste bladeren in de herfst simpelweg hun abscissielaag nog niet voltooid hebben. De abscissielaag is de prefab-scheurlaag aan de voet van de bladsteel waarlangs de steel in de herfst losbreekt. De boom legt deze laagjes in de loop van de zomer actief aan, het is geen slijtage proces. Het is daarom dat biologen de bladval graag de bladafstoting noemen. Zonder de scheurlaag blijkt de bladsteel sterk genoeg om het blad zelfs in harde wind aan de tak te houden. Wie midden in de zomer een populierentak afsnijdt en laat verdorren zal zien dat er niet één blad afvalt.

We nemen aan dat het klopt wat Probos zei, Google wilde niet reageren op strofes als ‘retentie van juveniel blad’ of ‘lang hangend perifeer blad’. Bedoelde u bloed, vraagt de computer.

Wel werd vooruitgang geboekt bij het literatuuronderzoek naar het verschijnsel dat de foto hierboven laat zien. Als in de loop van november de meeste bomen hun bladeren verliezen blijven in de buurt van straatlantaarns vaak plukken bladeren hangen. Platanen, zoals die op de foto, die hun bladeren sowieso lang vast houden doen het het meest overtuigend maar afgelopen week waren ook nog berken, elzen en vlierstruiken te vinden die rond lantaarns bebladerd waren. Het bijzondere is dat het inmiddels al half december is en dat het blad nog steeds hangt terwijl er toch al veel wind geweest is. We leiden eruit af dat ook de temperatuur van invloed is op de aanleg van de abscissielaag, want daar zit natuurlijk weer de kneep.

Primair blijkt die, zoals sinds de jaren zeventig bekend is, onder controle te staan van plantenhormonen die weer worden aangestuurd door het fytochroomsysteem dat zo gevoelig is voor rood en verrood licht. Ruwweg is het schema, zoals Dennis Decoteau van de universiteit van Massachusetts in de jaren tachtig ontdekte bij taugé-boontjes (Vigna radiata): in het donker wordt heel snel een abscissielaag aangelegd, maar voldoende daglengte kan de vorming onderdrukken. De aanleg gaat van start als aan het eind van de zomer de dagen korten, tenzij het nachtelijk duister wordt opgeheven met licht waarin voldoende rood voorkomt. Kennelijk kan moderne straatverlichting tot op 5 meter afstand nog voldoende kwaliteit en kwantiteit leveren.

Vreemd is dat het blad-bij-lamp effect zo te zien pas in 1936 voor het eerst beschreven is door Edwin B. Matzke in de American Journal of Botany. Hij zag het bij een populier in New York. Dat roept de vraag op of er voor die tijd niet goed is opgelet of dat de straatverlichting te kort schoot. Er moet toch al sinds 1890, toen goede gaskousjes op de markt kamen, behoorlijk licht geweest zijn. Het kan zijn dat de verlichting toch zwakker was dan tegenwoordig. Als de herinnering niet bedriegt was een stad als Amsterdam in de jaren zeventig nog niet half zo fel verlicht als nu. Is het verschijnsel daarom algemener geworden? Is er trouwens verschil zichtbaar in het effect van verschillende lampen? Doet het monochromatische roodloze natriumlicht wat? Dankzij de warme winter kan dat nu allemaal nog onderzocht worden. En die grote eik in de kerk van Konstantinopel, wat moet je daar van denken?

    • Karel Knip