In amoebe ontdekte marseillevirus is op twee na grootste virus

En wéér is een raar, heel groot virus ontdekt in een amoebe. In 2003 bleek in een amoebe het mimivirus te leven, het grootste virus op aarde. Nu is in een andere amoebe het marseillevirus gevonden. Het marseillevirus is net als mimivirus een zogeheten reuzenvirus, maar is er niet nauw aan verwant. Beide virussen zijn door dezelfde Franse virologen ontdekt (Proceedings of the National Academy of Sciences, 7 december).

Twee reuzenvirussen in amoeben, dat is volgens de onderzoekers uit Marseille geen toeval meer. Ze hebben goede redenen om aan te nemen dat in amoeben (eencelligen met een grote eetlust) allerlei soorten grote virussen kunnen ontstaan. Didier Raoult en zijn collega’s noemen amoeben in hun nieuwe artikel ‘smeltkroezen voor microbiële evolutie’. Ze vermoeden dat er nog veel meer reuzenvirussen bestaan en dat er in amoeben ook andere ongebruikelijke levensvormen te vinden zullen zijn.

Het marseillevirus heeft, net als mimivirus, ongewone eigenschappen. Het is het op twee na grootste virus dat ooit ontdekt is. Zijn diameter is 250 nanometer (0,00025 millimeter), terwijl de meeste virussen 20 tot 120 nanometer in doorsnede meten. Mimivirus haalt zelfs 400 nanometer. De derde kanjer is een virus dat in algen en pantoffeldiertjes voorkomt.

Vreemder nog is de hoeveelheid genen van de reuzenvirussen. Marseillevirus heeft er naar schatting 457, mimivirus 1.262. Ter vergelijking: de Mexicaanse griep komt maar tot tien. Virussen hebben normaal gesproken weinig genen, want ze oefenen weinig functies uit. Ze maken grotendeels gebruik van de machinerie van hun gastheer.

Maar de reuzenvirussen doen het anders. Hun honderden genen hebben allerlei functies. De opvallendste zijn signaalmoleculen voor interactie met de amoebe, eiwitten om vreemd en eigen DNA te knippen (ter verdediging en reparatie), verteringsenzymen en histonen. Die laatste zijn eiwitten om het virus-DNA compact op te bergen.

En het opvallendste: de Franse virologen laten zien dat marseillevirus en mimivirus die genen van allerlei organismen hebben opgepikt. Van hun gastheer de amoebe, van andere eencelligen, van bacteriën, van andere virussen.

Dat gebeurt, aldus Raoult en zijn collega’s, doordat zo’n amoebe allerlei bacteriën, virussen en kleine eencelligen met zich meedraagt. Hij slokt ze op, maar verteert ze niet altijd en bovendien dragen amoeben bacteriën en virussen als parasiet. Al die genode en ongenode gasten kunnen genen uitwisselen. Hester van Santen

    • Hester van Santen