Grotius' vrije zee raakt uit gratie

De vrijheid om de wereldzeeën leeg te vissen wordt internationaal gerechtvaardigd door zich „te verschuilen achter de rug van Hugo de Groot”. Daarom gaan er steeds meer stemmen op om het ‘relict’ Mare Liberum te begraven. Dat zegt de Utrechtse hoogleraar zeerecht Fred Soons over het beroemde boek uit 1609 van de Nederlandse jurist en filosoof Hugo de Groot, dat het beginsel van ‘de vrije zee ’ wereldwijd vestigde. Volgens Soons is visserij- en natuurbeheer op volle zee niet meer verenigbaar met de totale vrijheid die Hugo de Groot (1583-1645) als norm stelde. Volgens Soons zeggen vakgenoten nu regelmatig dat het tijd is „Grotius te laten vallen”. Mare Liberum is gisteren in het Haagse Vredespaleis in een gereviseerde Engelse vertaling gepresenteerd, bij het 400 jarig jubileum. Emeritus hoogleraar Romeins recht Robert Feenstra (89) controleerde de bronnen bij de Latijnse tekst. Volgens hem bestaat die „voor een groot deel uit gedachten die Hugo de Groot aan anderen ontleende”, maar was hij „wel zo eerlijk dat hij ze in de marge ook allemaal genoemd heeft”.

De Groot schreef het als jong advocaat in opdracht van de VOC om de verovering van een groot Portugees oorlogsschip te verdedigen. Het boek geldt nog steeds als oerbron van zeerecht. „Vreselijk origineel” was het niet, zegt Feenstra. Maar Grotius kreeg toch alle eer omdat hij het systematisch bracht, in helder Latijn.

Vrije zee: Wetenschap, pagina 8