Germaine Kruip werpt nieuw licht op Stijlvormen

Tentoonstelling Germaine Kruip, Only the Title Remains. T/m 11 april in Museum De Paviljoens, Almere. Wo-zo, 12 uur tot zonsondergang (zie website). Inl: www.depaviljoens.nl***

Het zijn wonderlijke objecten, die Germaine Kruip heeft geplaatst in de rechtergang van De Paviljoens in Almere. Sommige zijn wit en hangen aan staven uit het plafond, andere zijn neergezet op een sokkel. Je ziet meteen dat ze verwijzen naar de esthetiek van De Stijl: ruiten, doorsneden met rechte lijnen. Maar er wijkt ook van alles af. Zo ontbreken in de Counter Compositions de typische Stijl-kleuren, zijn er spiegels toegevoegd en draaien de afzonderlijke vlakken, gestuurd door een motortje, om elkaar heen. In de Counter Shadows wordt het Stijl-beeld met een daglichtspot als schaduw op de wand geprojecteerd. Daarmee is wel duidelijk waar Kruip ongeveer naar streeft: ze wil de oude Stijl-kunstenaars een zetje geven in hun streven naar universaliteit en hun esthetiek nog verder optillen naar een Plato-achtige ‘bovenwerkelijkheid’.

Sinds een jaar of zes heeft De Paviljoens de mooie traditie ontwikkeld om jongere, min of meer gevestigde kunstenaars een groot museumvullend overzicht te geven. Daarbij heeft het museum een duidelijke voorkeur voor conceptuele kunstenaars: Barbara Visser, Job Koelewijn. In dat rijtje past Germaine Kruip (1970) uitstekend, al is het duidelijk dat haar werk, hoe conceptueel ook, tegelijk wordt gedreven door een tamelijk concrete fascinatie: die voor licht. Zo wordt in De Paviljoens een grote zaal gevuld met haar Reading Room, waarin spots een rail aftasten en rechte, ‘gebeeldhouwde’ stralen door de ruimte werpen. Ook vulde Kruip vier jaar geleden al eens het volledige Rijksmuseum in verbouwing met een installatie die door de ramen ‘licht liet ademen’. Dat werk, Rehearsal, wordt in Almere opnieuw uitgevoerd, reden waarom het museum gedurende de tentoonstelling zal sluiten bij zonsondergang.

Juist de ambitie om met zulke efemere uitgangspunten (ideeën, licht) dwingend, groots werk te maken, maakt Kruips oeuvre intrigerend, maar ook kwetsbaar. Ze wil duidelijk geen James Turrell zijn, geen beeldhouwer met licht, maar de toeschouwer beter, intensiever laten kijken naar schijnbaar alledaagse fenomenen. Haar ingrepen zijn dan ook vaak relatief bescheiden. Intussen breidt ze dat lichtidee ook uit; langzaam verschijnen er nieuwe conceptuele piketpaaltjes in haar oeuvre als ‘natuur’, ‘cultuur’ en ‘kunst’ – allemaal begrippen die in verschillende combinaties in haar werken terugkeren. Kruip behandelt al die onderwerpen het liefst tegelijk.

Daarmee is Only the Title Remains (daar heb je die vluchtigheid weer) interessant, maar soms ook onbevredigend. Wie dit overzicht ziet, beseft dat Kruip de nieuwe, conceptuele loot is aan de typisch Hollandse stam van kunstenaars als Saenredam, Mondriaan, Van Doesburg en Schoonhoven. Maar Kruip wil concreter zijn, dichter tegen de werkelijkheid van alledag aanschurken dan deze voorgangers. En daar gaat het net te vaak mis: Kruip weet te zelden uit te stijgen boven de constatering, waardoor haar werk soms pijnlijk cerebraal of bedacht overkomt. Inderdaad: als je op de juiste manier een lamp achter een ellips zet, wordt de schaduw een cirkel. En inderdaad: als je een stuk marmer op de juiste manier doorzaagt en opnieuw tegen elkaar plakt is het net een Rorschachvlek die erg veel op een duikende vogel lijkt. En ja hoor: de Australische prieelvogel maakt een fantastisch, bijna ellipsvormig nest dat hij ook nog zorgvuldig versiert (zoals Kruip in haar nieuwe film laat zien). Maar verder dan die constatering komt het dan niet, en daardoor krijg je alle ruimte om je ineens enorm te gaan ergeren aan een detail als een draaimechanisme in A Shimmering of Grey dat zo zwaar knarst en piept dat het bijna niet mogelijk is je nog rustig op het licht te concentreren.

Zo blijf je na Only the Title Remains achter met ambivalente gevoelens. Kruip is onmiskenbaar getalenteerd, maar je zou haar dolgraag eens over de schaduw van haar eigen intellect willen zien springen om een stap te zetten in het artistieke ongewisse. Als toeschouwer wil je dan vast wel mee. Om alsnog het licht te zien.

    • Hans den Hartog Jager