Georganiseerde tegenspraak in de rechtbank

Na de veroordeling van een onschuldige in de Schiedammer Parkmoord probeert justitie tunnelvisie uit te bannen. Toch gaat het nog regelmatig mis. „Soms krijg ik de bibbers van een vonnis.”

Het is een wat ongebruikelijk gezicht: zes officieren van justitie die zonder toga een raadszaal binnenstappen. Ze knikken beleefd naar mr. H. Troostwijk die op deze druilerige vrijdagmiddag de zitting van de Raad voor de Journalistiek leidt.

Aan de orde is een klacht van het Openbaar Ministerie (OM) tegen weekblad Vrij Nederland (VN). Hoofdredacteur Frits van Exter zit met twee van zijn redacteuren en twee advocaten aan de andere kant van de tafel. Ze zitten er wat nietig bij tegenover de grote delegatie die het OM heeft afgevaardigd.

De zitting is op 20 november. Nog geen vier dagen eerder heeft het OM een gevoelige nederlaag geleden. De rechtbank in Alkmaar verklaarde het OM niet-ontvankelijk in een mensenhandelzaak. De rechtbank kwam tot dat oordeel omdat het OM in die zaak niet wilde voldoen aan het verzoek om bepaalde dossiers met tapgesprekken aan het dossier toe te voegen.

Een soortgelijk conflict over informatieverstrekking tussen het OM en de rechtbank in Den Bosch leidde in juli van dit jaar ook al tot niet-ontvankelijkheid. Ook die zaak ging om mensenhandel en was de aanleiding voor de gewraakte stukken in VN.

Hoofdofficier Bart Nieuwenhuizen krijgt als eerste het woord. De baas van het Landelijk Parket bespreekt twee publicaties in VN van deze zomer. Kern van de kritiek: het OM is geen wederhoor gevraagd over aantijgingen die zowel de integriteit van afzonderlijke officieren raken als de organisatie in het algemeen.

Volgens Nieuwenhuizen is de beschuldiging dat officieren van justitie willens en wetens sjoemelen en daarvoor door de parketleiding zouden worden beloond, onjuist en onzorgvuldig. „Bij het Openbaar Ministerie worden fouten gemaakt en het is goed dat die breed uitgemeten worden”, aldus Nieuwenhuizen. „Maar deze kritiek is onder de gordel. Hierbij is de integriteit van individuele officieren en het OM beschadigd.”

De journalisten van VN betogen dat deze beschuldigingen niet van hen komen, maar van rechters. Zij hebben de afgelopen jaren in diverse zaken harde noten gekraakt over het optreden van het Openbaar Ministerie en de betrokken officieren van justitie. Vrij Nederland heeft die kritiek slechts op een rijtje gezet met als doel een antwoord te krijgen op de vraag wat er met die kritiek van rechters is gebeurd. „Sjoemelen loont”, luidde de krachtige conclusie in de kop.

De Raad voor de Journalistiek maakt waarschijnlijk volgende maand haar oordeel in deze zaak bekend. Een vraag die bleef hangen na de zitting, werd door Nieuwenhuizen opgeworpen: „Maken wij hier van een mug een olifant?”

Niets is zo dodelijk voor de rechtstaat als twijfel over de integriteit van justitie en politie. Dat werd duidelijk tijdens de IRT-affaire: het schandaal over heimelijke opsporingsmethoden in de jaren negentig.

Tien jaar later bracht de affaire rond de Schiedammer Parkmoord in 2005 een soortgelijke schok teweeg. Die affaire, waarbij een onschuldige man tot twee keer toe ten onrechte werd veroordeeld voor moord, was een test voor de rechtstaat. Politie en Openbaar Ministerie faalden, zo bleek uit een spijkerhard rapport over de zaak. Tunnelvisie was het woord dat is blijven hangen.

Naar aanleiding van de Schiedammer Parkmoord startte het OM een ambitieus plan om de kwaliteit te verbeteren: het Programma Versterking Opsporing. Het idee daarachter was dat het OM binnen de eigen gelederen tegenspraak organiseert bij gevoelige strafzaken. Er zijn speciale rechercheofficieren aangesteld om tunnelvisie te voorkomen.

De recente vonnissen in grote strafzaken rond mensenhandel roepen de vraag op of het verbeterprogramma heeft gewerkt. Uit de vonnissen blijkt dat de rechtbanken in Alkmaar en Den Bosch het OM scherp bekritiseren over het niet toevoegen van stukken aan het strafdossier. In die twee gevallen leidde dat tot het allerzwaarste oordeel: de niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. In de derde mensensmokkelzaak werd de zwaarste aanklacht – mensenhandel – door de rechtbank in Zwolle niet bewezen verklaard. De rechtbank twijfelde over de manier waarop het bewijs was vergaard. Door angst bij de slachtoffers ligt dat volgens het OM bij mensenhandelzaken moeilijk.

Gepensioneerd rechter Rob Blekxtoon is op basis van deze vonnissen geneigd te concluderen dat rechters meer geleerd hebben van de Schiedammer Parkmoord dan het OM. „Bij twijfel niet inhalen”, zegt Blekxtoon. „Ook als dat tegen het rechtsgevoel ingaat. Dat hebben rechters gelukkig weer goed in het vizier.”

Huibert Donker, die als rechercheofficier in Breda nauw betrokken is bij het verbeterprogramma van het OM, is verbaasd over de mensenhandelvonnissen. „Als ik dat vonnis uit Alkmaar lees, krijg ik de bibbers van de inhoud”, vertelt Donker. „De verwijten die daarin gemaakt worden, willen we nu juist voorkomen. Daar is onze inzet op gericht.” Het OM heeft inmiddels een onderzoek aangekondigd naar deze zaak. Donker: „We gaan er niet zonder meer van uit dat de feiten en omstandigheden liggen zoals de rechtbank heeft geschetst. Maar we sluiten het ook niet uit.”

Toch is Donker niet ontevreden over de resultaten die sinds 2005 met het verbeterprogramma zijn behaald. „Uit onze cijfers blijkt dat 95 procent van de strafzaken goed aflopen, dat is dus de grote bulk.” Rechercheofficier Donker is zelf als „coach” jaarlijks betrokken bij 60 tot 70 strafzaken rond zware georganiseerde criminaliteit. Hij ziet zichzelf als luis in de pels, iemand die lastige vragen stelt aan de zaaksofficieren. „Daardoor worden de genomen beslissingen in het dossier beter gemotiveerd.”

De mensenhandelzaken laten volgens Donker zien dat het OM nog niet is waar het zijn moet. „Door het organiseren van tegenspraak binnen het OM hebben we een cultuuromslag bewerkstelligd”, stelt Donker. Maar die vooruitgang is moeilijk in cijfers uit te drukken en slecht zichtbaar. Daardoor is het OM in de beeldvorming kwetsbaar. „Ook als het maar in een handvol zaken fout, het beeld al snel dat we slecht werk leveren.”

Volgens hoogleraar strafrecht Ybo Buruma ligt dat deels aan de wijze waarop het OM communiceert, in en buiten de rechtszaal. „Er is bij die mensenhandelzaken toch een beetje het beeld ontstaan van twee boze stieren in een arena”, aldus Buruma. „In dit soort grote strafzaken kan het zijn dat het OM en de rechtbank anders denken over bijvoorbeeld de bescherming van de identiteit van een getuige. Dat zijn incidenten die horen bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad.”

Maar het is wel aan het OM om haar positie goed uit te leggen, vindt Buruma. „Communicatieproblemen zijn een voedingsbodem voor irritatie bij de rechters. Een zaaksofficier mag er niet van uitgaan dat hij of zij vanzelfsprekend aan de goede kant van het recht staat. Ook een boevenvanger moet goed uitleggen waarom hij het recht aan zijn zijde heeft.”

Roger Bos, plaatsvervangend hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket, stelt dat het OM niet voor niets in alle drie de mensenhandelzaken in beroep is gegaan. „Onderzoeken naar mensenhandel zijn enorm complex en relatief nieuw. Politie en justitie specialiseren zich op dit terrein en er is nog weinig jurisprudentie. Daarbij loopt het OM een zeker procesrisico, maar zonder die risico’s zijn deze zaken niet te vervolgen. Daarom willen we onze aanpak graag uitleggen aan het hof.” Bos beaamt dat goede communicatie daarbij heel belangrijk is.

Toch vermoedt Buruma – die voorzitter is van de commissie evaluatie afgesloten strafzaken die na de Schiedammer Parkmoord werd ingesteld – dat het geen toeval is dat de recente incidenten allemaal spelen in strafzaken over georganiseerde misdaad. „Juist bij langlopende onderzoeken naar ernstige strafbare feiten, ligt het gevaar op de loer dat justitie en politie minder gevoelig worden voor tegendraadse info.”

In die kritiek ziet Donker een reden om het eigen verbeterprogramma door te zetten. „De rechercheofficieren hebben hun nut bewezen”, vindt hij. Donker verwacht dan ook dat zij een mogelijke bezuinigingsronde als gevolg van de economische crisis zullen overleven. Buruma vraagt zich af of het OM het edele handwerk niet aan het vergeten is in haar streven minder fouten te maken. „Het is goed dat het OM de structuur van de eigen organisatie probeert te verbeteren. Maar het gevolg van al deze nieuwe functies is wel dat de goede officieren van justitie niet meer doen waar ze goed in zijn: zaken voor de rechter brengen.”

Rob Blekxtoon, die tussen 1972 en 2005 als rechter verbonden was aan de Amsterdamse rechtbank, is het met Buruma eens. „Er wordt nu veel minder geknoeid dan dertig jaar geleden, daar ben ik van overtuigd. Maar soms lees ik dingen waarvan ik denk: hoe kan dat nou? Het vernietigen van telefoontaps bijvoorbeeld. Afgeluisterde gesprekken tussen advocaten en hun clienten zijn vertrouwelijk, zo staat het in de wet. Het OM moet gewoon de wet uitvoeren en die gesprekken vernietigen. Maar in plaats daarvan proberen ze de regels naar zich toe te buigen.”

Om die reden vindt Blekxtoon het positief dat rechtbanken zich zo hard uit durven te laten over het optreden van het OM. De oud-rechter, die internationaal erkenning kreeg op het terrein van uitleveringszaken, hoopt dat die trend doorzet. „Het rechtsbedrijf is een productiemachine geworden. Met afspraken over het aantal zaken dat jaarlijks moet worden behandeld. Ik heb vaak het gevoel gehad dat waarheidsvinding in de rechtzaal ondergeschikt is geworden aan de gemiddelde doorlooptijd van een zaak. Er is veel gewonnen als rechters door de Schiedammer Parkmoord weer eer gaan leggen in de waarheidsvinding.”