Farmville: lekker boeren op internet

Tientallen miljoenen mensen melken virtuele koeien en verbouwen virtuele groente op internet, met Farmville. Een ervaringsdeskundige vertelt.

Door Rachel de Meijer

Het platteland loopt leeg, maar op internet is het boerenleven populairder dan ooit. Dat komt niet door het tv-programma Boer zoekt vrouw, maar door Farmville, een internetspel dat de deelnemer op slimme wijze aanzet om zo snel mogelijk een zo groot mogelijk boerenbedrijf op te zetten. Het spel is gekoppeld aan de netwerksite Facebook en daar valt te lezen dat Farmville, sinds een half jaar in de lucht, inmiddels 70 miljoen actieve gebruikers heeft.

Ik heb ze lang weten te negeren, al die verzoeken van mijn (Facebook)vrienden om het spel te gaan spelen, maar uiteindelijk ben ook ik gevallen voor de charmes van het virtuele boerenleven. Inmiddels ben ik een grootgrondbezitter die dagelijks gemiddeld twee uur druk is met het werk op haar virtuele boerderij. Koeien melken, truffels verzamelen, fruitbomen plukken en niet te vergeten ploegen, zaaien en oogsten (op dit moment vooral kerststerren, die leveren veel virtueel Farmville-geld op deze maand!).

En dan heb ik het nog niet over al het werk dat ik verzet op de boerderijen van mijn bevriende cyberboeren. Want die heb je hard nodig: zij voorzien je van startkapitaal, bemesten je gewassen en geven je allerlei cadeautjes die je helpen je boerderij uit te breiden. Dat klinkt heel sociaal, maar ze worden er vooral zelf beter van. Voor het helpen van je buren krijg je namelijk punten die nodig zijn om de boerderij uit te breiden en naar een volgend niveau te brengen. Daar wachten dan weer nieuwe gewassen en hulpmiddelen zoals tractoren en oogstmachines die het werk nog efficiënter maken. En zo word je steeds dieper het spel in gezogen en begint de scheidslijn tussen de echte en virtuele wereld te vervagen. Want toen ik onlangs op het IDFA een prachtige documentaire zag over het belang van bijen voor de bestuiving van gewassen, zag ik ze al rondvliegen op mijn eigen virtuele boerderij.

Bevriende cyberboeren laten me tegenwoordig via letterpatronen op hun land (RIO) weten dat ze op vakantie zijn en gesprekken tussen Farmville-gebruikers zijn voor buitenstaanders niet te volgen.

Maar wat maakt Farmville nou zo leuk en een tikkeltje verslavend?

Ik vroeg het een paar van mijn buren op Farmville. „Het is zo gezellig, die boerderijgeluiden op de achtergrond, maar zonder mijn buren zou ik er niks aan vinden, het sociale aspect is belangrijk.”

„Rustgevend, heerlijk om je verstand op nul te zetten en een tijdje rond te klooien op je boerderij.” Een ander zei er zelfs van te leren. „Op vakantie in Laos herkende ik aloë vera omdat ik het op Farmville had verbouwd.”

Maar niet iedereen valt voor de charmes van Farmville. Op Facebook zijn al 70.000 leden op I hate Farmville-pagina’s. „Get a life!”, roepen ze in koor.

Ze vinden Farmvillers een beetje zielig. Maar dat zijn we natuurlijk helemaal niet.

De eerste rel is er ook al geweest. In verschillende Indiase kranten werd schande gesproken van het ontbreken van de Indiase vlag in het spel. Je kunt je boerenbedrijf optuigen met van alles: struiken, gekleurde hekken en vlaggen van verschillende landen.

Een petitie, ondertekend door 20.000 Indiërs, zette Zynga, de producent van Farmville, onder druk. Het spel moest ook een Indiase vlag krijgen. In een verklaring liet het spelletjesbedrijf, dat ook internet-gezelschapsspelletjes maakt als Fishville, Mafia Wars en Petville, weten bezig te zijn alle vlaggen toe te voegen zodat iedere speler de trots voor zijn land kan uitdragen. De Indiase vlag is inmiddels toegevoegd, maar ik geloof niet dat ik op zoek ga naar de Nederlandse driekleur. Het wordt tijd om te stoppen.

Misschien een goed voornemen voor het nieuwe jaar…

    • Rachel de Meijer