Expertdiscussie

Geef studenten zes jaar de tijd, ze betalen en ze studeren af

Het plan van minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) om universiteiten met ingang van 2011 te korten voor studenten die niet snel genoeg studeren, deugt niet. Hoger onderwijs staat open voor iedereen die beschikt over de juiste papieren, er is geen selectie aan de poort. Selectie is slechts mogelijk in het eerste jaar in de vorm van het zogenaamd bindend studieadvies (BSA).

De praktijk leert dat studenten na het behalen van het BSA zelden binnen de geldende tijd afstuderen. Afgezien van de traditionele redenen van enige studievertraging – voor het eerst op kamers, het leiden van een zelfstandig bestaan, is er een praktische: het gros van de studenten moet door middel van een baan(tje) voorzien in de kosten van levensonderhoud, de studiefinanciering is niet toereikend. De tijd om te werken gaat ten koste van de tijd voor de studie, maar in het plan van Plasterk draaien de instellingen hiervoor op ondanks het feit dat de instellingen geen enkel middel hebben om de student te dwingen op tijd af te studeren, want het BSA mag uitsluitend in het eerste jaar worden gehanteerd. Ook is het bedenkelijk dat de bekostiging van tweede masters vervalt. Op zich geen probleem, maar dit verhoudt zich slecht tot willen excelleren en het willen zijn van een kenniseconomie.

Er is een alternatief: geef studenten zes jaar de tijd om een universitaire studie tegen het wettelijk collegegeldtarief te volgen en hef daarna een kostendekkend tarief of een tarief van Amerikaanse omvang. Dan studeren studenten binnen zes jaar af.

Marjoleine Zieck

Hoogleraar en onderwijsdirecteur aan de rechtsfaculteit van de Universiteit van Amsterdam.

Een beschaafd ‘neen’ voor Wilders

Op 20 januari begint de zitting in Amsterdam in het proces tegen PVV-leider Wilders. Op het eerste oog valt er voor justitie weinig te winnen. Vrijspraak zit er voor de heer Wilders niet in, want hij staat achter zijn gedane uitspraken, dus is er geen gebrek aan bewijs. Wordt hij ontslagen van rechtsvervolging, dan treedt hij als grote overwinnaar naar buiten. Wordt hij veroordeeld, dan treedt hij ook als overwinnaar naar buiten; als martelaar voor het vrije woord.

Daar komt nog bij dat justitie de zaak niet zo handig heeft aangepakt. De aanklacht wegens belediging maakt zeer weinig kans omdat de Hoge Raad in maart van dit jaar dit artikel heel beperkt heeft uitgelegd: je mag wel een godsdienst beledigen, maar niet een groep mensen wegens hun godsdienst. Op grond van deze geestelijke gymnastiekoefening kwam iemand met een poster ‘Stop het gezwel dat islam heet’ er zonder straf vanaf.

Met het haatzaai-artikel staat justitie er beter voor, maar dan niet met haat zaaien, maar met de aanklacht wegens discriminatie. Wie de uitspraken van Wilders leest in de dagvaarding ziet dat niet-westerse allochtonen door hem niet in de wij-groep worden gezet, ze horen volgens hem niet bij ons. Daar kan de heer Wilders in redelijkheid op veroordeeld worden. De rechter zou hem kunnen veroordelen, maar geen straf opleggen, een mogelijkheid die het Nederlandse recht biedt. Op elegante wijze wordt dan duidelijk gemaakt dat discriminatie niet mag, maar de rechter beperkt deze veroordeling slechts tot een beschaafd ‘neen’.

Uiteraard dient daarbij ook een rol te spelen dat de heer Wilders op schandalige wijze door meestal anonieme lafbekken wordt bedreigd en dat hij ook in het recente verleden een aantal weinig beschaafde kwalificaties naar zijn hoofd gekregen heeft. Dat hij voortdurend moet worden beveiligd, is een grof schandaal. Wij zullen als samenleving moeten proberen uit dit beschavingsdal omhoog te klauteren; bedachtzame woorden zijn dan reële daden.

J. Th. Degenkamp

Emeritus hoogleraar rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dit zijn delen uit langere expertdiscussies, te lezen via nrc.nl/expert.