Euforie over Brazilië is overdreven

De economische bloei van Brazilië begint tekenen van slijtage te vertonen. De groei van het bruto binnenlands product (bbp) van het land viel in het derde kwartaal met 1,3 procent lager uit dan verwacht. En de economische prestaties blijven achter bij die van 2008. Deze milde traagheid kan het gevolg zijn van de kracht van de Braziliaanse munt na de ineenstorting van vorig jaar. Toch lijkt de euforie op de aandelenmarkten overdreven. De Braziliaanse groei stoot niet door naar een met China vergelijkbaar peil.

De grootste economie van Zuid-Amerika heeft het in 2008-2009 beter gedaan dan de meeste andere landen, dankzij zijn gediversifieerde hulpbronnen, verstandige monetaire beleid en in het algemeen gezonde begrotingsbeleid. De flexibiliteit van een zwevende wisselkoers heeft ook geholpen; de devaluatie van de Braziliaanse real met 35 procent in het najaar van 2008 heeft de exportdaling afgeremd en de binnenlandse monetaire versoepeling in staat gesteld een vroeg herstel van de kredietcrisis te bewerkstelligen.

De jongste cijfers over het Braziliaanse bbp vertegenwoordigen nog steeds een reëel groeipercentage van meer dan 5 procent per jaar. De real is weer bijna terug op zijn niveau van vóór de crisis, evenals de Braziliaanse aandelenmarkt, die dit jaar met 83 procent is gestegen.

Maar er doemen problemen op. De sterkere munt heeft de export geschaad. De overheidsuitgaven, toch al aan de hoge kant voor een ontwikkelingsland, zijn met 16 procent gestegen ten opzichte van een jaar geleden. Het begrotingsoverschot vóór renteaflossingen staat op minder dan een derde van de wettelijke doelstelling – een gevaarlijke tekortkoming, gezien de hoge staatsschuld van Brazilië. Slechts het monetair beleid bevindt zich nog steeds in veilige wateren; de kortetermijnrente van de centrale bank bedraagt 8,75 procent, meer dan 4 procentpunten boven het huidige inflatiepeil.

De regering van Luiz Inácio Lula da Silva schroeft ook de openheid van de Braziliaanse economie terug. Er is een belasting ingevoerd op buitenlandse investeringen en het voorheen beleggersvriendelijke regime voor de olie-exploratie is gewijzigd. Nu er voor volgend jaar verkiezingen voor de deur staan, is het onwaarschijnlijk dat het begrotingsbeleid binnenkort zal verbeteren. Dat maakt het minder waarschijnlijk dat Brazilië de duurzame, snelle economische groei zal bereiken die wordt geïmpliceerd door zijn opname in de BRIC-groep van toonaangevende ontwikkelingslanden. De euforie over de vooruitzichten van het land zou dus wel eens voorbarig kunnen blijken.

Martin Hutchinson

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com