De staatsschuld en de yogales

Het is al weer vijftien jaar geleden, maar de wat oudere rotten uit de beleggingswereld zullen zich de obligatiekrach van 1994 nog goed herinneren. Dat voorjaar verhoogde de Amerikaanse centrale bank, voor het eerst sinds de recessie van de jaren daarvoor, zijn rente. Die stap veroorzaakte een enorme schok in de altijd zo bedaarde markt voor staatsobligaties. Daar kelderden de koersen zo snel, dat de effectieve rentes op staatsschuld met procentpunten tegelijk stegen.

Uit dit tijdperk stamt de beroemde uitspraak van Bill Clintons adviseur James Carville, die verklaarde dat hij in een volgend leven altijd wilde terugkomen als de Paus, omdat die pas macht had, maar bij nader inzien toch liever zou reïncarneren als de obligatiemarkt. Bill Gross, de baas van Pimco, dat sinds kort het grootste beleggingsfonds ter wereld is, herinnerde zich onlangs dat hij de schok opving met yoga. Hij bracht tijdens de renteverhoging toevallig net de zen-ochtendgroet, en beschouwt dat als zijn mentale redding.

Aan de vooravond van 2010 is de obligatiemarkt bezig aan een come-back als zichtbare machtsfactor. Belangrijk is hij altijd al geweest, en flink groter ook dan de aandelenmarkten die doorgaans veel meer in het oog lopen. En dat zal de wereld weten ook. Deze week veroorzaakte Griekenland, dat door kredietbeoordelaar Fitch werd afgewaardeerd, een eerste schok. De rente schoot omhoog, met name op Griekse staatsschuld met een looptijd van twee jaar, en op de financiële markten is de verzekeringspremie op wanbetaling door de Griekse staat is nu hoger dan die van Vietnam. Volgende kandidaten voor 2010 zijn er binnen de eurozone genoeg: Ierland en Spanje mogen met hun wankele staatsfinanciën en haperende economie eveneens vrezen dat beleggers het vertrouwen verliezen. Spanje werd donderdag door Standard & Poor’s op de rol gezet voor een afwaardering.

Deze landen mogen zich nog verheugen in de deelname aan de euro: de gemeenschappelijke munt beschermt ze tegen een al te drieste run van beleggers naar de uitgang. Dat is anders in het Verenigd Koninkrijk met zijn pond sterling, waar het begrotingstekort van bijna 13 procent vrijwel gelijk is aan het Griekse en het Ierse. En dan is er de enorme Amerikaanse markt, die in 1994 liet zien dat ook olietankers zomaar een draai van 90 graden kunnen maken als het monetaire beleid wordt omgegooid.

Het hoeft niet allemaal te gebeuren, natuurlijk, maar nu staatsobligaties langzamerhand hun status als veilige haven kwijt raken, beginnen beleggers wel weer meer te differentiëren tussen de verschillende overheden. Oefen voor de zekerheid die ochtendgroet maar vast.

Maarten Schinkel