De meeste pubers zijn dik tevreden

De Nederlandse puber geeft zijn eigen leven gemiddeld een ruime zeven. Zijn ouders zijn vrienden, school is gezellig en hij krijgt over het algemeen wat hij wil door slim te onderhandelen, of door het te verdienen met een bijbaantje. Dit blijkt uit de portretten van vijftien 15-jarigen van Middelburg tot Sint Nicolaasga, die vandaag in het Weekblad staan.

De ‘alles-is-oké’-generatie heeft vertrouwen in de toekomst en maakt zich weinig zorgen over financiële crises of strijd rond de multiculturele samenleving, hooguit over het milieu. Meer dan eerdere generaties heeft deze groep te maken met gescheiden ouders. Maar ook dat relativeren ze: „Ik zag op een goed moment dat het beter is zo”, zegt de één. „Ik vind het jammer maar ze zijn nog wel vrienden”, zegt de ander over de recente breuk tussen zijn ouders.

Onderzoekers van het bureau Motivaction, Frits Spangenberg en Martijn Lampert, concludeerden vorige week in hun boek de Grenzeloze generatie dat jongeren van 15 tot 23 jaar tegenwoordig egoïstisch en zelfgenoegzaam zijn en amper betrokken bij de samenleving. Een soort patatgeneratie, zoals de jeugd in de jaren negentig werd genoemd. Onderzoekers als Paul Schnabel (SCP) en Paul Sikkema (Qrius) komen niet tot zo’n pessimistisch oordeel; met 90 procent van de jongeren gaat het „gewoon goed”, zeggen ze.

De vijftienjarigen mogen veel van hun ouders: alcohol drinken, gamen, shoppen. Hun ouders voeden niet autoritair op zoals vroeger, ze overleggen met de kinderen. Ze beschermen hen ook voor misstappen. Mislukt hun kind op school? Zij betalen huiswerkbegeleiding. De gsm-rekening te hoog laten oplopen? Ouders lappen bij.

Toch heeft de grote bescherming die de huidige jeugd geniet, een keerzijde, zegt socioloog Wim Meeus. „Deze generatie leert niet accepteren dat keuzes consequenties hebben. Sommigen kunnen de overvloed niet aan. Nederlandse jongeren drinken meer dan jongeren in andere westerse landen. Ze worden ook steeds dikker.”

15x15: Weekblad, pagina 18-28