De maan heeft putten en gaten

Deze week zijn kinderen van 140 basisscholen extra vroeg opgestaan. Voor de les begon, keken zij op het schoolplein naar de maan. Met een telescoop, en met uitleg.

Leiden : 8 december 2009 Kijken naar de maan. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

De wolken voor de maan zijn verdwenen. Een slinger kinderen wacht achter een grote sterrenkijker op het plein van de Zijlwijkschool in Leiden. Het is nog halfdonker. Wie eenmaal een blik mag werpen door de sterrenkijker van Margreet Mol lijkt eraan vast te blijven plakken. Naar de maan kun je blijven kijken. Maar wie te lang blijft turen wordt onder zijn oksels opgetild en opzijgezet door juf Gabi. Achteraan sluiten maar weer.

Door de telescoop, die dertig keer vergroot, zie je een scherp patroon van kartelige kraterrandjes. “Gaten”, noemen de kinderen ze of “putten”. “De maan is aan het puberen”, grapt Tess (11).

Kleintjes mogen op een trappetje. “De maan lijkt zo dichtbij”, zegt Maaike (8). “En anders is-ie altijd zo ver weg.” En wat vindt Jeroen (8)? Hij plukt aan de zakken van zijn groene jas. “Grappig”, zegt hij ten slotte. Zo’n telescoop zou hij ook wel willen hebben.

De helft van de maan was zichtbaar afgelopen dinsdag, doordat de zon haar vanaf de zijkant bescheen. “Bij halve maan zie je de schaduwen, de kraters en de structuur van het maanoppervlak het beste”, zegt Margreet Mol. Zij is een van de ruim 140 vrijwilligers die de afgelopen week naar een Nederlandse basisschool ging om met kinderen naar de maan te kijken. Eerder had ze haar telescoop van 500 euro uit haar achterbak gehaald en op een driepoot gezet. Vanaf haar Rotterdamse balkon kijkt Mol zelf ook graag naar de sterren. “Ik had het zelf erg leuk gevonden als iemand mij dit had laten zien toen ik klein was.”

In de rij klinkt gejoel als er weer een wolk voorbij is geschoven. Naast de maan duikt Mars even op. Een V-vorm van zwarte ganzensilhouetten maakt het plaatje compleet. “De maan is cool”, zegt Felipe (9). Hij is opnieuw in de rij gaan staan. “Je mag zo vaak als je wilt.”