Coppélia is zomers als een sorbet

Dans. Het Nationale Ballet met Coppélia. Gezien: 11/12, Amsterdam. Herhalingen t/m 1/1/10. Inl: 020- 6255455, www.het-ballet.nl

Coppélia, het ballet dat Ted Brandsen circa twee jaar geleden voor Het Nationale Ballet maakte, is in tegenstelling tot De Notenkraker, het kerstballet bij uitstek, zomers als een sorbet met paraplu, licht verteerbaar, zoet en kleurrijk. Vooral de slotscène, het huwelijksfeest van heldin Zwaantje (Anu Viherïaranta) en de wankelmoedige losbol Frans (Casey Herd), oogt als een feest op een zonovergoten dorpsplein – met boomkruinen als bonte lampions.

De vormgeving van tekenaar/cartoonist Sieb Posthuma is, ook na enige ingrepen in de choreografie, nog altijd het sterkste punt van deze bewerking van het klassieke repertoirestuk Coppélia (oorspronkelijk uit 1870). Zijn frisse, geestige ontwerpen zijn vertaald naar drie dimensies, maar hebben het karakter van een tekening behouden, zodat het decor oogt als een uitklapprentenboek vol beweging. Poppendokter Coppelius is nu een handelaar in schoonheidsidealen (zie Robert Schoemacher). Zijn meesterwerk Coppélia verleidt Frans, dit tot grote verontwaardiging van diens verloofde Zwaantje. Als zij ontdekt dat haar rivale geen hersenloze, opgekalefaterde vrouw is, maar een pop – foutje in de dramaturgie! – komt alles toch nog goed en kan er getrouwd worden.

Alle reden dus tot opwinding, verwarring en vrolijkheid. Helaas wil het ballet maar niet feestelijk worden. Hier en daar zijn wel pogingen tot modernisering van de choreografie (breakdance!) en mime gedaan, maar als het op dansen aankomt blijft het bij brave pasjes, die zonder binding of logica achter elkaar geplakt zijn. Zelfs in Delibes’ beroemde, aanstekelijke en uiterst dansbare mazurka gaat het niet stromen. Het ensemble danst keurig in de maat van voor naar achter, van links naar rechts, maar de sprankeling ontbreekt.

Met sommige solistische variaties is het beter gesteld, maar de bekwame hoofdrolvertolkers krijgen niet de kans te laten zien wat ze waard zijn. In de kleinere rollen vallen Juan Eymar als beefcake-bouwvakker Brick en Roman Artyushin als een duizelingwekkende James Bond op. Zo houden balletliefhebbers het gevoel dat deze Coppélia bij het vallen van het doek nog steeds in de startblokken zit geplakt. Goddank voor Sieb Posthuma.