Communisme springlevend in Z-Afrika

In Zuid-Afrika maken de communisten sinds 1994 deel uit van de regering. Ze hebben een groeiend en steeds jonger ledenbestand. „Wij stonden vooraan in de strijd voor democratie.”

Al vroeg in de ochtend vlekt het rood in de glooiende velden van het noorden van Zuid-Afrika. Groepjes leden van de South African Communist Party (SACP) sjokken in partijuitdossing richting de universiteitscampus van Mankweng, waar de communisten congresseren. Op de petjes oud-vertrouwde sterren, hamers en sikkels. Op de T-shirts slogans tegen het kapitalisme. „Socialisme heeft de toekomst”, roept een van de mannen naar een passerende cameraploeg. „Weg met het graaien!”

Terwijl Europa twintig jaar val van de Muur viert, is het communisme in Zuid-Afrika springlevend. De SACP heeft niet alleen een groeiend en steeds jonger ledenbestand, maar maakt via een alliantie met het African National Congress (ANC) bovendien sinds 1994 deel uit van de regering.

Precies twee jaar geleden hielpen communisten met vakbeweging Cosatu Jacob Zuma in het zadel als leider van het ANC, waarna Zuma president kon worden. De communistische partijtop werd na de verkiezingen van april beloond met posten in het kabinet. Volgens berekeningen van de SACP zelf is inmiddels 14 procent van alle verkozen politieke vertegenwoordigers in Zuid-Afrika lid van partij. Ook de internationaal veelgeprezen minister van Handel van Zuid-Afrika, ‘kameraad’ Rob Davies, is een communist. Op de slotdag van het congres spreekt president Zuma de afgevaardigden toe.

„Wij houden het ANC op het rechte spoor”, zegt afgevaardigde Happy Lwana uit Johannesburg bij een kraampje waar militante petjes verkocht worden. „Onder president Thabo Mbeki is Zuid-Afrika steeds verder de kant van het neoliberalisme opgegaan. Arbeiders en armen hebben de rekening betaald voor de privatisering van overheidsbedrijven.”

De grote ongelijkheid in Afrika „schreeuwt om socialisme”, vult naast hem Zweni Sebe aan. „Dat ze in Oost-Europa het einde van het communisme vieren kan ik begrijpen. Daar zijn ze rijk vergeleken met ons. Word je in Zuid-Afrika arm geboren, dan blijf je altijd arm. Daar is het Marx om begonnen.”

Maar ondanks alle retoriek en communistische folklore houdt de top van de SACP er tamelijk verlichte opvattingen op na. Terwijl de vakbonden en de jongerenbeweging van het ANC zich sterk maken voor nationalisatie van de mijnen in Zuid-Afrika, hield de tweede man van de SACP, plaatsvervangend algemeen secretaris Jeremy Cronin, onlangs een doordacht pleidooi tégen nationalisatie. Hij pleitte voor wat hij „socialisatie” noemde: druk op de private sector om meer Zuid-Afrikanen van de bodemschatten te laten profiteren. Fascistische staten en ook het apartheidsregime, schreef Cronin fijntjes, waren gestoeld op grote overheidsmacht in de private sector.

De voorzitter van de jongerenbeweging van het ANC, de uitgesproken Julius Malema, reageerde woest en betichtte Cronin, die blank is, van racisme. „We hebben geen witte politieke messias nodig om na te denken”, schreef hij terug. Op de eerste dag van het congres van de SACP, afgelopen donderdag, werd Malema uitgejoeld. Verontwaardigd omdat hij de afgevaardigden niet mocht toespreken, stampte hij de zaal uit.

„Als je de leiders van een politieke partij zo hard aanvalt kun je niet verwachten dat wij communisten de rode loper uitrollen”, zegt voorzitter Buti Manamela van de jongerenbeweging van de SACP.

Net voordat vrijdagochtend de dagvoorzitter gelukwensen uit Cuba en China overbrengt, mag Manamele het congres toespreken. Hij wijst erop dat financiële crises als de huidige inherent zijn aan het „de dictatuur van het kapitalisme” en dat de tijd dus rijp is voor revolutie. „Terwijl de managers op de golfbaan staan, houden de arbeiders in het zweet des aanschijns de fabriek draaiende. Wij zijn radicaal, wij zijn militant!”

Zijn zulke teksten nog wel van deze tijd? „Ach, dit hoort erbij”, lacht Manamele net buiten de aula trekkend aan een sigaretje. Met 45.000 leden leidt hij een van de grootste politieke jeugdorganisaties in Zuid-Afrika. Tijdens kadertraining, vorige maand, maakten nieuwe leden kennis met de werken van Marx en leerden ze „het sociale wonder van Cuba” waarderen. „Zuid-Afrika is statistisch gezien wellicht rijker dan Cuba, maar onze gezondheidszorg en onderwijs zijn veel slechter”, zegt Malefo Dlamini (24), die onlangs lid werd. „Dat was een openbaring.”

Jongerenvoorzitter Manamela: „Wat mensen in Europa niet begrijpen, is dat er een wezenlijk verschil is tussen Europees en Afrikaans communisme. Hier stonden de communisten vooraan in de strijd voor non-racialisme en democratie, terwijl communisten in Europa de democratie juist de nek omdraaiden. Dat maakt ons populair.”