Commotie rond extra’s politietop is begrijpelijk

Ik heb 37 jaar het mooie, noodzakelijke en vaak moeilijke beroep van brigadier van politie mogen uitoefenen in Deventer. Ook ik heb kennisgenomen van de terechte commotie over de politietop. Nogal wat mensen in die zogenaamde top hebben gemeend, om welke reden dan ook, het zich te kunnen veroorloven zichzelf te verrijken. Dit in tijden dat zoveel politiemensen in lagere loonschalen met vaak niet minder grote verantwoordelijkheden hebben moeten matigen. Zolang mensen in dienst van de overheid uit belastinggelden worden betaald, er economische neergang is, er werkloosheid dreigt, kan men inderdaad extra’s voor de politietop niet uitleggen in deze tijd (NRC Handelsblad, 2 december). Overigens waren die extra’s vroeger ook al niet of nauwelijks uit te leggen. Waarom niet? Omdat men tijdens het politiewerk op straat vaak tot direct handelen in staat moet worden geacht, kennis van de wetten moet hebben, de juiste woordkeuze moet vinden op het juiste moment, bij meldingen niet te snel maar ook niet te langzaam moet rijden omdat men niet weet waarvoor men komt te staan en dan ook nog het risico lopen een klacht te ontvangen. Of nog erger, te worden ontslagen of een ander soort straf te moeten ondergaan. En ten slotte het risico lopen zelf gewond te raken (kan ook psychisch) of nog erger, gedood te worden. Dát werk wordt veelal gedaan door jongere mensen die niet in de hoogste loonschalen zitten en ook geen extra’s kunnen opvoeren. Daarom is de commotie begrijpelijk en is dit een kwalijke zaak.

Aangezien de politie ondergeschikt is aan het bevoegde gezag, mag ik in ieder geval hopen dat dat gezag wél kan uitleggen waarom die extra’s aan bepaalde mensen zijn verstrekt. Dat lijkt mij óók een samenlevingsbelang.

J. Sueters

Deventer