Bucklertaal

Een goed gekozen woord kan hele volksstammen op de been brengen. Of juist aanzetten tot inactiviteit. Dat laatste presteerde Youp van ’t Hek in 1989 tijdens zijn oudejaarsconference. Hij riep over Heinekens nieuwe, alcoholvrije biermerk Buckler: „Nou, dan bedoel ik zo’n Hollandse eikel, zo’n lul, zo’n Buckler-drinker, zo’n type die je d’r van verdenkt dat hij zijn eigen caravan trekt.” De term ‘Bucklerlul’ was daarmee geboren. Geen Nederlander kreeg het bier nog door zijn keel. Heinekens schade werd geschat op 400 miljoen gulden.

Eenzelfde orkaankracht kunnen financiële termen hebben. Neem de uitdrukking ‘overwaarde benutten’, dat is het (extra) verhypothekeren van een eigen woning voor bijvoorbeeld pensioen, een teakhout- of vastgoedbelegging, een woonlastenpolis of een contant bedrag in handen. Het woord ‘overwaarde’ suggereert dat u eigenlijk steenrijk bent. De term ‘benutten’ wijst er venijnig op dat alleen een Bucklerlul zijn huis niet verhypothekeert tot de nok. En wat heeft die toverspreuk gewerkt! Onze nationale hypotheekschuld explodeerde van 160 miljard euro in 1996 tot een molensteen van 600 miljard euro nu.

Ook inventief: pensioengat. ‘Pensioen’ laat u wegdromen over de eeuwige vakantie zonder zorgen. Maar ‘gat’ schreeuwt dat dit feest niet door kan gaan. Tenzij u het manco laat repareren met een lijfrentepolis, koopsomabonnement of het doorsluizen van uw mooie spaarloon naar een woekerpolis. Vrijwel elk huishouden heeft dankzij ‘pensioengat’ één tot tientallen lijfrentepolissen lopen, ook als dat onnodig is.

‘Bestedingsruimte’ is een eufemisme waar zelfs universitair geschoolden intuinen. Is je ‘ruimte’ 2.500 euro, dan lijkt het of dat bedrag nog op je rekening staat. In werkelijkheid mag u dit geld spenderen, ongeacht of u het bezit. De schuld mag u ‘gespreid betalen’. Dat klinkt royaal, maar is een dikke Havanna uit eigen doos. Over het krediet betaalt u bijvoorbeeld 15,9 procent rente, 159 euro voor elke 1.000 euro betalingsachterstand per jaar.

Bedenk liever termen die mensen afhouden van nadelige producten of diensten – zeg maar Bucklertaal. Een mooi voorbeeld is ‘woekerpolis’. Sinds de vondst van dit woord is de afzet van te dure beleggingsverzekeringen ingestort. Andere suggesties zijn van harte welkom. Hieronder vast vier voorbeelden:

1. Doolhofbelegging

Dit is Bucklertaal voor een beleggingsproduct met een garantie, een vaste looptijd, ondoorgrondelijke kosten en opbrengsten, een onleesbare prospectus van honderden pagina’s, een fantasienaam en een mooi voorgespiegeld, maar doorgaans tegenvallend rendement.

2. Budgetslurper

Een eenvoudig verkrijgbare leenvorm die er uitziet alsof het geen lening is, maar die jaarlijks honderden euro’s rente en dus bestedingsruimte opslorpt. Een voorbeeld is het gespreid betalen van aankopen of creditcardschuld.

3. Siliconenbelegging

Een belegging die een geweldig rendement belooft op iets ongrijpbaars als teakhout, biologische vanille, citrusvruchten, olie, diamanten, struisvogels, zeeschepen of kantoortorens in een ver warm land. Meestal moet u minimaal 50.000 euro inleggen, waardoor het aanbod buiten het toezicht valt.

4. Provisiezuiger

Een tussenpersoon die (nog) afhankelijk is van verkoopprovisies en die geen eed wil afleggen dat hij ‘primair werkt in het belang van de klant’. Zo’n beroepseed werd deze week voorgesteld door 100 adviseurs. Dat is 1 procent van de 10.000 leden tellende beroepsgroep.

Meer van Erica Verdegaal via nrc.nl/ nrcweekblad

    • Erica Verdegaal