Cultuur in Moskou

DSC01926Wat doe je in de donkere dagen van december, als het daglicht tegen drie uur ‘s middags al weer verdwijnt en je het gevoel hebt dat  je in een soort permanente schemering leeft? Uitgaan natuurlijk. En voor uitgaan is Moskou een paradijs.

Moskou heeft honderden theaters, muziekzalen, musea, waar altijd wel iets bijzonders wordt opgevoerd. Onlangs bezocht ik in een week tijd drie voorstellingen. De eerste was in het Tsjajkovski-conservatorium, waar een herdenkingsconcert werd gegeven ter ere van componist Alfred Schnittke (1934-1998). Diens muziek was in de Sovjet-Unie tot avant-gardistisch bestempeld en mocht niet worden uitgevoerd. De gekwelde Schnittke, die voornamelijk leefde van wat hij met filmmuziek verdiende,  emigreerde daarom in 1990 naar Duitsland, waar hij acht jaar later overleed.

Het concert was uitverkocht, maar op straat kon ik bij een oud vrouwtje een kaartje voor 200 roebel kopen, vier keer de oorspronkelijke prijs, maar toch nog altijd spotgoedkoop.

In 1992 heb ik in de Amsterdamse Stopera nog de première bijgewoond van zijn opera Life with an idiot, gedirigeerd door mijn grote held Mstislav Rostropovitsj. De componist was er zelf ook bij, wat het helemaal bijzonder maakte.

Nu werd zijn 75ste geboortedag herdacht. Op het podium stond een grote foto van hem, die door bloemen werd omhuld. Die bloemenzee werd regelmatig uitgebreid door iemand  uit het publiek. In Rusland is respect voor kunstenaars altijd groot.

Daarna werden er verschillende werken van hem uitgevoerd, onder meer door celliste Natalia Gutman, een van de beste musici ter wereld. De zaal ademde de somberheid van Schnittke’s composities.DSC01925

Zelf zat ik aanvankelijk op het schellinkje, temidden van hippe conservatorium-studenten die driftig aantekeningen maakten van wat ze hoorden. Het is altijd erg leuk om met zulke jonge Russen praten, die ook alles van jou willen weten, omdat je uit het buitenland komt en de daar altijd graag naar toe willen.

Enkelen begonnen na een poosje over emigratie naar het Westen, omdat er met componeren niets te verdienen valt. Maar zij waren bij mij aan het verkeerde adres. Want ik raad dergelijke dromers altijd aan in Rusland te blijven, omdat het mensen zoals zij nodig heeft om een moderne samenleving op te kunnen bouwen.

Een dag later zat ik in het prachtige Lenkom-theater, gevestigd in een fraai Jugendstilgebouw dat op zichzelf al een bezoek waard is. Ik zag er Tsjechovs Kersentuin, in de regie van Mark Zacharov. Er werd behoorlijk overdreven geacteerd, soms op het irritante af, maar toch waren er drie sterren:  Aleksandr Zbroejev, die de broer speelde van landeigenares Ljoebov Ranjevskaja (die in Zacharovs regie ineens aan het zoenen was met de omhooggevallen koopman Lopachin, wat Tsjechov toch echt niet bedoeld kan hebben), Dmitri Gisbrecht, die de student speelde, en dan vertolkte de briljante acteur Leonid Bronjevoj de rol van lakei Firs, die voor mij altijd de personificatie is van het Rusland waarin nooit iets verandert.

Hier waren de kaartjes veel duurder dan in het conservatorium: 3000 roebel (68 euro), maar het was dan ook een première. Bovendien is het altijd leuk om het opgetutte premièrepubliek te zien dat in niets verschilt van dat in de rest  van de wereld.

De derde voorstelling was een concertante-uitvoering in de Tsjajkovski-muziekzaal bij het Majakovski-metrostation van Mozarts opera Idomeneo, door een Russisch orkest met Kroatische, Deense,  Britse en Wit-Russische solisten. Het was voor mij het hoogtepunt van de week. Ook omdat ik voor het eerst in lange tijd een Russisch orkest Mozart hoorde vertolken zoals het moet en niet op de zwaar-romantische wijze die je in Rusland zo vaak hoort.

Met het publiek om me heen raakten mijn vrouw en ik  al gauw in gesprek. ,,Het is een moeilijke opera”, zei de dame links van ons. ,,Het koorgedeelte is zo prachtig”, zei de heer rechts van ons, die in mijn vrouw nog een studente van het Leningrads conservatorium meende te herkennen. En zo zaten we, temidden van onze nieuwe kennissen en genoten van de grootste componist die de wereld ooit heeft voortgebracht, daarover waren we het allevier eens.

    • Michel Krielaars