Antropologen te velde

An Afghan man speaks to a member of U.S. special operations forces, right, with the help of an interpreter, left, during a joint patrol with Afghan National Army soldiers in Shewan, a former Taliban Stronghold in Afghanistan's Farah province, Sunday, Nov. 1, 2009. (AP Photo/Maya Alleruzzo) AP

Stel, het is oorlog. Mogen wetenschappers militairen helpen bij het uitkiezen van doelwitten? Ja, zegt het Amerikaanse ministerie van Defensie, want dat verkleint de kans dat onschuldigen worden geraakt. Nee, zegt de American Anthropological Association (AAA), het is in strijd met de beroepsethiek van wetenschappers om offensief geweld te ondersteunen.

Sinds twee jaar worden bij operaties in Irak en Afghanistan antropologen en taalkundigen toegevoegd aan gevechtseenheden van het Amerikaanse leger. Het Pentagon heeft daarvoor een programma ontwikkeld: het Human Terrain System (HTS). Uitgangspunt is dat militairen enig begrip moeten hebben voor de culturen en samenlevingen waarin ze moeten opereren.

De wetenschappers moeten militairen adviseren hoe zij hun doelen kunnen verbreden. Zo willen de Amerikanen in Afghanistan niet alleen de strijdkrachten, maar ook de centrale regering en civiele instellingen versterken, zodat ze een tegenwicht kunnen vormen voor de Talibaan. Generaal Stanley A. McChrystal, de hoogste NAVO-commandant in Afghanistan, zei eind augustus: ‘Onze strategie kan niet uitsluitend gericht zijn op verovering van terrein of vernietiging van vijandelijke troepen; wij moeten ons allereerst richten op de bevolking.’ En hij voegde eraan toe: ‘Steun verwerven van de Afghanen vereist een beter begrip van hun keuzen en behoeften.’

Over die doelstelling zijn Defensie en de AAA het eens. Maar niet over de manier waarop het Pentagon die dichterbij wil brengen. Vorige week hield de beroepsvereniging van Amerikaanse antropologen haar jaarvergadering. Daar presenteerde een commissie die onderzoek heeft gedaan naar de praktijk van het HTS-programma een vernietigend rapport.

HTS, zegt de commissie, dient twee onderling tegenstrijdige doelen: counterinsurgency en onderzoek. Data worden verzameld in een oorlogssituatie, waarin dwang en offensief optreden voortdurend aan de orde zijn. De ingeschakelde wetenschappers zouden onvoldoende zijn voorbereid op het werk te velde – dat wil zeggen in een oorlogssituatie – wat iets anders is dan veldwerk. De commissie maakt zich zorgen over de vertrouwelijkheid waarmee met de verstrekte inlichtingen wordt omgegaan en betwijfelt of de bevolking voldoende wordt geïnformeerd over de doelen van het onderzoek.

Maar het grootste bezwaar van de commissie is dat de onderzoeksresultaten gebruikt kunnen worden om militaire doelen te kiezen. Als wetenschappers vermoeden dat hun data dienen om ‘ friendlies’ te onderscheiden van ‘hostiles’, schrijft de commissie, mogen ze die niet beschikbaar stellen.

Antropologen zijn bruikbare culturele gidsen. Ze kunnen culturele misverstanden uit de weg ruimen en het vertrouwen winnen van bevolkingsgroepen met een andere cultuur. Daarom zijn ze de afgelopen eeuw voor allerlei karretjes gespannen, in de eerste plaats van koloniale overheden. In 1970 beschreven de antropologen Joseph Jorgensen en Eric Wolf in een beroemd artikel hoe vakgenoten werden ingeschakeld bij de oorlogvoering in Zuidoost-Azië.

    • Dirk Vlasblom