15 × 15

Ouders zijn hun vrienden, school is best, en ze krijgen wat ze willen. Vijftien portretten van vijftienjarigen, van Middelburg tot Sint Nicolaasga. De ‘alles is oké’-generatie.

Wat zijn ze wijs. Zo welbespraakt, evenwichtig en rationeel. Feilloos leggen ze uit hoe het zit en relativeren kunnen ze ook. Gescheiden ouders? Het ging nu eenmaal niet meer. Lage cijfers? Dit jaar maar eens gaan blokken. Pestkoppen in de klas? Die trekken wel bij.

En wat zijn ze beschermd. Ouders zijn hun beste vrienden, met wie ze alles bespreken. En ze krijgen wat ze willen. iPod, Xbox, mobiele telefoon. Kleedgeld en een eigen computer met eigen aansluiting op internet. Ze zijn in Mexico geweest, Zuid-Afrika of Amerika. Ze hebben het volste vertrouwen in hun toekomst.

Vijftien is een belangrijke leeftijd. In Zuid-Amerika wordt de vijftiende verjaardag van een meisje uitbundig gevierd. Ze draagt een mooie glitterjurk en haar vader opent het feest met haar aan de arm. Alsof ze gaat trouwen. De Nederlandse vijftienjarige is zo ver nog niet. Die staat voor andere keuzes: de vmbo’er aan de vooravond van de definitieve beroepskeuze. De vwo’er is halverwege.

Elke generatie denkt dat de volgende generatie anders is. Dat is niet zo. Maar de omstandigheden waarin vijftienjarigen nu leven, zijn toch anders dan die van pakweg dertig jaar geleden? Het gezinsinkomen is hoger, de toegang tot informatie is, dankzij internet, oneindig. Van hun ouders mogen ze veel – seks, drank – en er kan veel: reizen, gamen, shoppen. Het aantal gescheiden ouders is groter (een kwart), het aantal kinderen per gezin is kleiner (1,7). Ouders voeden niet meer autoritair op, ze overleggen met de kinderen.

Dit is een rondgang langs de vijftienjarige anno 2009. Het is een steekproef van niks: vijftien van de 196.000 vijftienjarigen. Maar wat een fijne steekproef. Van Middelburg tot Sint Nicolaasga: acht meisjes en zeven jongens.

Met 90 procent van alle kinderen gaat het gewoon goed, zegt Paul Sikkema van onderzoeksbureau Qrius. Ze doen geen rare dingen. En ja, ze weten veel. Roken is slecht, drank maakt je hersenen kapot, drugs zijn voor losers, en seks moet veilig. Ze wéten het. „Maar de bijbehorende ervaring hebben ze niet.” Kennis van seks beïnvloedt niet het tijdstip waarop ze eraan beginnen. De gemiddelde leeftijd ligt al heel lang rond de zeventien jaar.

In de jaren vijftig ging een vijftienjarige werken. Dat doen ze nu ook, een paar uur bij de Albert Heijn na school. Het geld dat ze verdienen, is een extraatje. Het komt voor, zegt Sikkema, dat het kind meer heeft te besteden dan de ouders. Driehonderd euro per maand om consumptief „weg te tikken”.

Misschien maakt dat bezit de gezagsverhoudingen tussen ouder en kind zo verwarrend. Geen hiërarchie, maar democratie. Als het erop aankomt, zegt Sikkema, is de 15-jarige zelfs de baas. Ze onderhandelen slim. Over uitgaan, geld en vrienden. De ouders zwichten, ze weten het. Alles voor de lieve vrede. Jammer, vindt Sikkema. Ouders schatten hun rol te klein in. Ze zouden Het puberende brein eens moeten lezen, van hersenonderzoeker Eveline Crone. Puberhersens zijn nog niet af. Ouders zijn nodig om grenzen stellen, structuur te bieden, te begeleiden.

Niet dat ouders nooit ingrijpen. Mislukt hun kind op school? Zij betalen huiswerkbegeleiding. De gsm-rekening te hoog laten oplopen? Ouders lappen wel bij. Socioloog Wim Meeus, gespecialiseerd in adolescentie, noemt dat repareren: „Deze generatie leert niet accepteren dat keuzes consequenties hebben.” Maar hoe zat het met hun hersenen, ze kúnnen de gevolgen van hun keuzes toch niet overzien? „Dat ouders bijspringen is logisch”, zegt Meeus. „Ze zouden het alleen niet altíjd moeten doen.”

Experimenteren hoort bij de leeftijd, zegt Meeus. „Maar ze kunnen de overvloed niet aan. Nederlandse jongeren drinken meer alcohol dan jongeren in andere westerse landen. Ze worden ook steeds dikker.” Voorwaarde voor succes in deze tijd, zegt Meeus, is weerstand kunnen bieden aan verleidingen. „Kleren, drank, ervaringen – alles is er in overvloed. Je moet stevig in je schoenen staan om te matigen.” Je moet, kortom, de nadelen van verkeerde keuzes leren voelen.

Soms lijkt het alsof ze zich schuilhouden. De jongens hangend op de bank, de meisjes met hun vriendinnen op hun kamer. Goed, ze hebben Hyves, e-mail en een telefoon. Maar om te zeggen dat ze het consequent gebruiken. Nee, straks, als hun beugel eruit is, dan komen ze naar buiten.

    • Rinskje Koelewijn
    • Frederiek Weeda