We zijn allemaal vrienden

De 24-jarige Mo van der Have nam galerie Torch van zijn dit jaar overleden vader Adriaan over. Op de kunstbeurs van Miami komen velen hun medeleven betuigen. „Hij wordt zo gemist.”

De kruising van North Miami Avenue en 14th Street is niet bepaald een plek waar je een kunstbeurs verwacht. Vanaf de laatste halte van Miami’s lightrail is het nog een paar blokken lopen, langs braakliggende terreinen en verlaten garagegebouwen. Zwervers en prostituees scharrelen rond de trappen naar het perron. Een stel zwarte jongens spuit graffiti op een al redelijk volgekalkte muur. Maar dan, om de hoek, staat daar opeens The Ice Palace, een hagelwit art-decogebouw dat deze week onderdak biedt aan de Pulse beurs.

Het is dinsdag 1 december, twee dagen voordat in Miami een reeks aan kunstbeurzen zal losbarsten. Art Basel in Miami Beach is daarvan de grootste en bekendste, maar in zijn kielzog worden nog zo’n twintig alternatieve beurzen georganiseerd.

De eerste week van december zijn ‘s werelds belangrijkste verzamelaars en museumautoriteiten in town, en daarvan probeert iedereen te profiteren. Er is kunst te zien in alle hoeken en gaten van de stad: in de kamers van de luxe hotels in Miami Beach, waar de galeriehouders uitzicht hebben op een decor van zwembaden, zee en palmstranden, maar ook in de leegstaande pakhuizen van de ruigere wijk Wynwood, iets ten noorden van downtown Miami.

Voor de ingang van The Ice Palace, een voormalige ijsfabriek, laden galeriehouders uit de hele wereld hun kratten met kostbare waar uit vrachtwagens. Binnen is het plakkerig warm. „De airco staat nog niet aan”, klaagt Mo van der Have van de Amsterdamse Torch Gallery, die te midden van ingepakte kunstwerken een colaatje drinkt in zijn nog lege stand. „Dat doen ze pas op de vip-opening, uit bezuinigingsoverwegingen.”

Met zijn 24 jaar is Van der Have ongetwijfeld de jongste galeriehouder op de beurs. Hij zit in het laatste jaar van zijn studie reclame en marketing, maar betwijfelt of hij die ooit gaat afmaken nu hij zeven dagen per week in de weer is voor Torch. „Mensen denken vaak dat ik de galerieassistent ben, of een beginnend kunstenaar.” Hij vertelt dat hij gisteren, toen hij zijn verjaardag vierde, nog geen biertje kon krijgen. De barman geloofde niet dat hij boven de 21 was.

Begin dit jaar volgde Mo zijn vader Adriaan op, die op 3 april overleed aan de zeldzame ziekte van Kahler. Van der Have senior stond bekend als een aimabele en recalcitrante man met een nogal onconventionele smaak. Toen hij Torch in 1984 oprichtte, was hij een van de eersten die kunstfotografie begon te verkopen. Al vroeg wist hij grote namen als Inez van Lamsweerde, Teun Hocks, Anton Corbijn en Loretta Lux aan zich te binden. Adriaan hield ervan te shockeren, bijvoorbeeld met de campy schilderijen van de Amerikaan Terry Rodgers, die zo treffend de decadente lamlendigheid van rijkeluisfeestjes in beeld brengen. En met Tinkebell, berucht om haar handtas van poezenbont, haalde hij opnieuw een kunstenaar binnen die tegen schenen durft te schoppen.

Die poezentas heeft Mo van der Have thuisgelaten. „Daar krijg je geheid ellende mee bij de douane”, zegt hij. Wel heeft hij een wit opgezet konijn van Tinkebell bij zich, dat als een speelgoedbeest opgewonden kan worden en dan vrolijk rondhopt. „Europees konijnenbont mag wel, dat heb ik nagezocht.” Van der Have heeft het dier in zijn handbagage mee naar Miami genomen. De douane dacht dat het speelgoed was. „Dat scheelt weer”, lacht hij. „Want over kunst moet je 6 procent invoerrechten betalen.”

Omdat kunsttransport duur is – een krat schilderijen vanuit Nederland sturen kost al snel vijf- tot tienduizend euro – zocht Van der Have naar creatieve oplossingen. Hij wijst naar twee metershoge kartonnen kokers. Daarin zit het schilderij Cupid’s Delight (2009) van Terry Rodgers, dat tachtigduizend dollar moet opbrengen – in de ene koker de latjes voor het spieraam, in de ander het beschilderde linnen. „Gewoon met Fed-Ex laten sturen”, zegt Van der Have. „Maar ik heb ze wel bij het hotel van een vriend laten bezorgen, want het mijne was een beetje te goedkoop. De kokers pasten net in de lift. En ik heb ze zojuist in een taxi gepropt.”

Hij is erin gerold, in de kunstwereld, zegt Van der Have. Als klein kind al ging hij met zijn vader mee naar internationale beurzen. „Onze vakanties werden altijd gecombineerd met kunstenaarsbezoeken en afspraken met museumdirecteuren.”

De afgelopen jaren vergezelde Van der Have zijn vader naar plekken als New York, Dubai en Miami. Vorig jaar nog werden ze op een feestje van de Pulse Fair samen dronken met kunstenaar Takashi Murakami. Zijn vader, toen al ernstig ziek, zat iedere dag achter zijn tafel op de beurs en deed de zaken nog zelf. „Al ging hij soms wel wat eerder terug naar zijn hotel.”

Zijn vader heeft nooit met zoveel woorden gevraagd of hij de galerie wilde overnemen, vertelt Van der Have. „Maar ik voelde dat ik het moest doen. Sommige kunstenaars, zoals Teun Hocks, ken ik al mijn hele leven. Zij horen bij mijn familie. Ik heb ze allemaal een brief gestuurd waarin ik vroeg wat ze ervan vonden als ik de galerie zou voortzetten. Ze zijn allemaal gebleven.” Hij is ook niet van plan een andere koers te gaan varen. „Wat kunst betreft heb ik wel ongeveer dezelfde smaak als mijn vader: dwars, een tikkeltje kitsch, een beetje glam.”

Dit jaar maakte Van der Have voor het eerst zelf een selectie voor Miami. Hij koos, vanwege de transportkosten, vooral voor Amerikaans werk: een portretje van Loretta Lux, letterkunst van de Canadees Eldon Garnet. Een flinke hoek van de stand is gereserveerd voor de zwart-witfoto’s van de in New York wonende Belgische fotograaf Wouter Deruytter. Die konden handig vanuit Manhattan meeliften met een bevriende galerie.

De huur van de stand is de grootste kostenpost. Op de Pulse bedraagt die zo’n vijftienduizend dollar (ter vergelijking: op Art Basel kan de huur oplopen tot wel zestigduizend euro). Maar bang dat hij die kosten in dit recessiejaar niet zal terugverdienen, is Van der Have niet. „Je doet het niet louter voor het geld. Ik ben hier vooral ter promotie van mijn kunstenaars. Je ontmoet hier mensen die je alleen in Miami kunt ontmoeten. Het is belangrijk dat je op zo’n beurs jaar in jaar uit je gezicht laat zien, dat je aanwezig bent bij de diners. Mensen onthouden of je er wel of niet bent geweest. Het is net als met reclame. Als je twintig keer een product voorbij ziet komen, raak je toch in de verleiding het te kopen. Ik hoop dat dat ook geldt voor de kunstwerken die ik verkoop.”

Donderdag 3 december. Opeens staan er limousines voor de ingang van The Ice Palace en rijden er door Audi gesponsorde suv’s door de vervallen straten van Wynwood. De braakliggende terreinen zijn omgetoverd tot tijdelijke betaalde parkeerplaatsen voor het luxe wagenpark van de kunstbeursbezoekers. Op de straathoeken houden auto’s van de Miami Police de wacht. De zwervers en junks hebben zich voor even uit de voeten gemaakt.

Voor de vip-preview van de Pulse beurs heeft Mo van der Have zijn spijkerbroek en T-shirt verruild voor een zwarte bloes en een grijs pak. Het schilderij van Terry Rodgers is netjes door de kunstenaar zelf opgespannen en hangt nu pontificaal aan de linkerwand van de galerie. De glamourvolle, halfnaakte mensen die erop staan afgebeeld, moeten het publiek vanuit het hoofdpad de stand van Torch binnen lokken. Dat lijkt aardig te lukken; het is stampvol op de paar vierkante meter die de expositieruimte beslaat.

„Het gaat prima”, glundert Van der Have. Hij heeft zojuist Rodgers’ doek voor de vraagprijs verkocht aan een Franse Rus met een bedrijf in Luxemburg. „Hij stond al een tijdje op de wachtlijst”, zegt Van der Have. „Voorafgaand aan de beurs hadden we al wat mailtjes uitgewisseld.” Een van de verchroomde tekstwerken van Eldon Garnet is voor 1500 dollar de deur uit gegaan. En Wouter Deruytter heeft een foto voor 5000 dollar verkocht aan een bestuurslid van het Art Institute in Chicago. „Dat is super, want wellicht introduceert zij zijn werk dan wel bij iemand van het museum.”

Van der Have wordt tijdens de beursweek bijgestaan door Pearl Albino, een jonge vrouw die voor de galerie van Mary Boone heeft gewerkt en de Amerikaanse markt als geen ander kent. Sinds ze Adriaan van der Have in 1997 ontmoette in New York heeft ze een zwak voor „this funny Dutch gallery” en heeft ze Torch ieder jaar geholpen op de Amerikaanse beurzen. De stijl van Torch omschrijft ze als „lots of tits” en „een geweldige combinatie van humor en seks”.

Grijnzend vertelt Pearl Albino over haar eerste kennismaking met Adriaan, nu twaalf jaar geleden, tijdens de Armory Show. „Ik was nog laat bezig met de inrichting van mijn stand. Adriaan en ik waren de enigen in het gebouw en liepen samen naar buiten. Bij de stands van de rijke galeries, die het zich konden veroorloven een vaste lijn te laten aanleggen, rinkelden de telefoons. Niemand had toen nog mobieltjes. Adriaan nam de hoorn op van Pace Wildenstein en zei: ‘Club Satyricon, how may I help you?’ En bij een ander: ‘Alles is verkocht! Bel niet terug!’ We zijn schaterend naar buiten gerend en altijd vrienden gebleven.”

Adriaan bezat de zeldzame combinatie van excentriciteit en betrouwbaarheid, zegt Albino. „Hij betaalde zijn kunstenaars altijd op tijd.” Mo is bescheidener dan zijn vader, vindt ze. „Maar het kunstinstinct heeft hij met de paplepel ingegoten gekregen. Twee jaar geleden zag ik hoe hij tijdens de beurs in Miami een werk van zijn moeder, de kunstenaar Mitsy Groenendijk, verkocht. Het was een beeld dat zij gemaakt had van een van zijn oude teddyberen. Hij kon daar heel goed over vertellen. Toen wist ik dat hij het in zich had.” Fluisterend: „Wist je dat Mo vernoemd is naar Moe Greene uit The Godfather? Dat is die man die door zijn oog geschoten wordt. Wie verzint zoiets?”

Torch is een familie, zegt ook Albino. De kunstenaars die de galerie deze week op de Pulse laat zien, zijn allemaal gekomen en ze hangen allemaal de rest van de week in de stand rond. Terry Rodgers en Wouter Deruytter maken ginnegappend foto’s van elkaar, poserend naast Tinkebells konijn. Er worden anekdotes over Adriaan uitgewisseld. „Als ik over hem praat, schieten de tranen weer in mijn ogen”, zegt Eldon Garnet geëmotioneerd. „We zijn allemaal vrienden”, zegt Rodgers. „Dus natuurlijk zoeken we elkaar op zo vaak we kunnen.”

Vrijdag 4 december. De lange rij party people die staat te wachten in de lobby van het peperdure hotel Gansevoort South lijkt zo uit een schilderij van Terry Rodgers gestapt. Netpanty’s, blokhakken en zilverkleurige hotpants proppen zich in de ‘expres lift’ die rechtstreeks naar de Plunge rooftopbar op de achttiende verdieping leidt. In deze luxe, ‘adult-only’ tropische speeltuin, met loungebedden rondom een dertig meter lang zwembad en fabelachtig uitzicht over het strand en downtown Miami, wordt vanavond de Pulse Prize uitgereikt. ‘In memory of Adriaan van der Have’, zo meldt de vip-uitnodiging.

Om negen uur grijpt Wendy Olsoff van de New Yorkse PPOW Gallery de microfoon. Ze werkt al jarenlang met Torch samen, omdat de galeries allebei de kunstenaars Ellen Kooi en Teun Hocks vertegenwoordigen. „Deze prijs is ter nagedachtenis van mijn lieve vriend Adriaan”, schreeuwt Olsoff boven het geroezemoes uit. „Een man van wie we allemaal kunnen leren. Een man die oprecht van kunst hield. Een man zonder fratsen.” De Pulse Prize, een cheque van 2500 dollar, gaat dit jaar naar het kunstcollectief Okay Mountain uit Austin, Texas. Zij hebben de stand van hun galerie omgebouwd tot een funky winkeltje vol zelfgemaakte souvenirs. „Het is een winnaar die Adriaan wel had kunnen waarderen”, zegt Olsoff. „Lekker vreemd, daar hield hij van.”

Mo van der Have staat een stuk verderop, met zijn rug tegen de bar geleund, omringd door zijn galeriefamilie. Terry, Eldon, Wouter, Pearl – ze zijn er allemaal weer. Van der Have vertelt dat hij die ochtend, tijdens het ontbijt, nog een werk van Loretta Lux heeft verkocht. „Aan een Italiaanse verzamelaar die in hetzelfde hotel als ik bleek te logeren. Hij tikte me op mijn schouder en zei dat hij de Lux wilde kopen. Hij gaat het ophangen in zijn huis in Brazilië.”

Dan verontschuldigt Van der Have zich. Hij ziet een verzamelaar lopen die hij nog niet heeft gesproken, en verdwijnt in het feestgedruis.

Zaterdag 5 december. Ook op deze voorlaatste dag van de Pulse beurs is het nog altijd hectisch in de Torch-stand. Wouter Deruytter signeert zijn fotoboek voor een fan, Eldon Garnet checkt zijn e-mails op Wouters i-Book en Pearl Albino verklaart het werk van Terry Rodgers aan een bezoeker. „Er is al veel meer verkocht dan ik had verwacht”, zegt Van der Have. „En dat terwijl het minder druk is dan vorig jaar. Een groot deel van de verzamelaars is niet gekomen.”

Zelfs het konijntje van Tinkebell heeft een nieuwe eigenaar gevonden. Van der Have: „Het is gekocht door een Nederlander. Amerikanen snappen de ironie van haar werk vaak niet. Miami is de scene van de extravagantie. En daar steekt Tinkebell juist de draak mee.”

Morgen is de laatste dag. „Die is vaak nog spannend”, zegt Van der Have. „Dan hebben de bezoekers alles gezien en komen ze terug om alsnog dat ene kunstwerk te kopen.” Intussen is hij alvast begonnen aan wat hij ‘de nazorg’ noemt. Er worden catalogi opgestuurd naar nieuwe klanten, mails met plaatjes van de gekochte kunstwerken verzonden. „Je kunt een verkoop weer verliezen als je geen goede nazorg pleegt”, zegt Van der Have. „Er zijn altijd mensen die afhaken.” Contracten afsluiten doet hij niet. „Kopers geef ik een hand en een visitekaartje. En ik houd me aan mijn woord. Verkocht is verkocht. Iedere galerie heeft zijn eigen stijl. Ik heb mijn hand en mijn woord.”

We worden onderbroken door een galeriehoudster uit Parijs, die Van der Have om de nek vliegt. „We loved Adriaan so much”, zegt ze. „Hij wordt zo gemist.” Het ontroert hem hevig, zal Van der Have later zeggen. „Soms komen er mensen de galerie binnen die spontaan beginnen te huilen als ze me zien. Dat is best heftig.”

Inl: www.torchgallery.com. Ter nagedachtenis van Adriaan van der Have is Wouter Deruytter een weblog begonnen: adriaanisalive.blogspot.com

    • Sandra Smallenburg