Vette, verwaarloosde Violeta in voos Portugal

Dulce Maria Cardoso: Violeta en de engelen. Uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens. Meulenhoff, 304 blz. € 19,95

Er bestaat een verhaal van Jorge Luis Borges over een roman die achterstevoren wordt verteld. Zoiets doet ook de Portugees-Angolese schrijfster Dulce Maria Cardoso in haar roman Violeta en de engelen, onlangs bekroond met een van de nieuwe Europese Literatuurprijzen en nu in het Nederlands verschenen. Beginpunt is het verkeersongeluk waarvan de corpulente Violeta slachtoffer geworden is. Stapsgewijs gaat de vertelling vervolgens langs de gebeurtenissen van die dag terug om duidelijk te maken hoe dat zo gekomen is.

Anders dan Borges splitst Cardoso haar verhaal niet op in steeds verdere terugvertakkingen, die allemaal tot dat éne eindpunt zullen leiden. Haar verhaal is omgekeerd-lineair, maar literair niettemin uitermate vernuftig. Het hele traject naar het verleden leggen we af in de herinneringen van Violeta zelf, inclusief alle zijwegen en associaties die, als in een tweede sprong terug, haar levensgeschiedenis vertellen. Stemmen van vroeger weerklinken in haar hoofd en onderbreken de gedachtenstroom, die daarna weer ongeremd doorgaat. De tekst leest bijna als een monoloog met talloze figuranten op de achtergrond.

Wrang is het verhaal van Violeta wel. Dik tot in het wanstaltige heeft zij zich nooit bemind geweten, noch door haar ouders, noch door de jongens van haar leeftijd, en eigenlijk ook niet door haar vriendinnen. Om zichzelf niettemin de illusie van liefde te geven, liet ze zich als meisje betasten in de bioscoop. Als volwassen vrouw zoekt ze haar heil bij vrachtwagenchauffeurs op parkeerplaatsen langs de snelweg. Ook op de avond van haar ongeluk heeft zij een anoniem wipje gemaakt in een toilet bij een wegrestaurant.

Maar Violeta en de engelen is ook het verhaal van de omwenteling waarmee Portugal in een nieuwe werkelijkheid gestoten werd. Violeta’s ouders boerden goed onder het oude bewind dat met de Anjerrevolutie in 1974 ten val kwam. Haar moeder was van uitgesproken chique komaf, haar vader werkte zich op onduidelijke wijze als zoon van plattelanders omhoog, maar bleef in haar ogen altijd wat minnetjes. Alles stort ineen wanneer met de revolutie het ‘tuig’ aan de macht komt. Op straat worden Violeta’s ouders beschimpt en belaagd. Zijzelf staat zwijgend aan de kant – en dat betekent, zonder dat zij dat beseft, aan de kant van de anderen.

Violeta’s lichaam had zo’n breuk al eerder doorgemaakt, in een wanstaltigheid die haar moeder alleen maar kan zien als verraad jegens haar exquise afkomst. Plotseling blijkt alles in de ogenschijnlijke orde van het oude bewind niet zo zuiver als het leek. Violeta’s moeder is een kille tiran, haar vader heeft in de buurt een bastaardzoon verwekt, en die zal op zijn beurt bij zijn halfzus Violeta een dochter verwekken. Uit wraak, zo denkt zij zelf later, maar zij blijft op haar manier van hem houden.

Het verhaal van Portugals inwendige voosheid is al vele malen verteld, maar Dulce Maria Cardoso doet dat op een bijzonder indringende manier door het te belichamen in het ‘gedrocht’ Violeta. Het schrijnendst wordt het wanneer deze zich haar ‘diensten’ in de bioscoop herinnert: als een kind dat ‘de liefde alleen van horen zeggen kent’. Liefde geven kan ze wel, maar ook daaraan beleeft ze weinig vreugde. Haar aanbeden dochter Dora (haar ‘engel’) behandelt haar met de ongezeglijkheid van de doorsneepuber. Haar minnaar en halfbroer Ângelo (ook een engel) is voor zoveel complexiteit te stompzinnig.

Violeta en de engelen is een roman die zich niet gemakkelijk aan de lezer geeft. Er is enige vasthoudendheid voor nodig om te begrijpen hoe het verhaal in elkaar steekt en hoe Cardoso dat precies vertelt. Pas bij een tweede lezing geeft het boek zijn geheimen werkelijk prijs. Die inspanning is de moeite waard. Dulce Maria Cardoso schreef een prachtige roman.

    • Ger Groot