Unilever ziet af van 'foute' palmolie

Het Brits-Nederlandse levensmiddelenbedrijf Unilever stopt met de afname van palmolie van Sinar Mas, een Indonesisch concern dat mogelijk betrokken is bij illegale houtkap. Unilever neemt het besluit mede onder druk van Greenpeace.

De milieuorganisatie beschuldigt het bedrijf PT Smart, onderdeel van Sinar Mas, er al jaren van op grote schaal tropisch regenwoud te kappen ten behoeve van de productie van palmolie. Ook zouden veengronden worden platgebrand en worden gebruikt voor palmolieplantages. Naar aanleiding van een rapport vorig jaar begon Unilever zelf een onderzoek, dat tot dezelfde conclusies kwam als Greenpeace.

Unilever is wereldwijd de grootste gebruiker van palmolie, jaarlijks 1,3 miljoen ton. Ongeveer 5 procent daarvan is volgens Unilever afkomstig van Sinar Mas. Het gaat om een contract ter waarde van ruim 20 miljoen euro. Volgens Unilever is dit voorlopig het enige contract met een palmolieproducent dat wordt beëindigd, maar het concern gaat door met het zoeken naar alternatieven voor palmolie van onduidelijke herkomst.

„Unilever heeft zich ten doel gesteld om vanaf 2015 alle palmolie uit duurzame productie te halen”, aldus een woordvoerder. „En voor Europese producten al vanaf 2012.” Nu is 15 procent van de door Unilever gebruikte palmolie gecertificeerd, ongeveer de helft van de wereldwijde ‘milieuvriendelijke’ palmolie.

Greenpeace heeft grote twijfel over de kwaliteit van de certificering. Concerns hebben volgens de milieuorganisatie vaak een dochteronderneming met een goede staat van dienst, maar daarnaast ook bedrijven die de milieuregels overtreden. PT Smart is lid van de Round Table on Sustainable Palm Oil, een organisatie die zegt zich in te zetten voor duurzame productie van palmolie. Maar het bedrijf heeft nog geen plantages met een milieucertificaat.

Palmolie wordt behalve voor levensmiddelen ook gebruikt voor de productie van biobrandstof, waardoor de productie de afgelopen jaren fors is opgevoerd. Tropisch regenwoud wordt mede daardoor in landen als Maleisië en Indonesië in snel tempo gekapt. De bossen zijn belangrijk bij het bestrijden van broeikasgassen, omdat ze kooldioxide absorberen. Ook wordt in Indonesië door het verdwijnen van bossen het leefgebied van de met uitsterven bedreigde orang-oetans kleiner.

Lees de rapporten van Greenpeace en Unilever via nrc.nl/economie