Tussen smog en windmolens

China is een van de grootste vervuilers ter wereld.

De leiders pronken met groene projecten die China schoon moeten maken. Maar niet ten koste van groei.

In this photo taken Nov. 19, 2009, a worker is seen while installing a wind turbine produced by Goldwind Science and Technology Co. Ltd. at the Dabancheng Wind Farm in northwest China's Xinjiang region. Goldwind and other Chinese wind energy companies have grown rapidly as Beijing pushes its companies to use more renewable energy. Now the biggest are poised to jump into foreign markets in the United States, Britain, Japan and elsewhere to profit from global efforts to curb climate change. (AP Photo) ** CHINA OUT ** AP

Smeltende gletsjers in de Himalaya, gestaag zinkend Shanghai, oprukkende woestijnen. Met uitzicht op een zee van zonnepanelen geeft chef-ingenieur Yu Haibo grif toe dat de inwoners van de Chinese havenplaats Rizhao, net als de meeste Chinezen, niet wakker liggen van het steeds warmere klimaat.

„Maar toen de mensen en de bedrijven begrepen dat zij kunnen besparen of kunnen verdienen aan de groene economie, was iedereen tamelijk snel overtuigd dat onze milieumaatregelen goed waren”, vertelt hij op het dak van het gouvernementsgebouw. Hij zal het nog vaak herhalen: „We hebben ontdekt dat de groene industrie een enorme groeimarkt is.”

Het met de VN-Habitatprijs bekroonde Rizhao aan de Gele Zee maakt om met staatskrant China Daily te spreken de indruk al ‘copenhagenized’ te zijn. Het is groene propaganda, maar ook de realiteit.

Tot aan de horizon zijn flatgebouwen, villawijken, hotels en restaurants uitgerust met de rechthoekige, zwarte panelen uit de fabrieken van Helder en Licht of Stralend Ochtendgloren. Zelfs op straatlantaarns langs de stranden en de jachthavens is een glimmend paneeltje gemonteerd.

Projectontwikkelaars krijgen van ingenieur Yu alleen bouwvergunningen als de appartementen zijn geïsoleerd en voorzien van zonnepanelen om het leidingwater te verwarmen. Vervuilende bedrijven zijn gesloten of drastisch gemoderniseerd, nieuwkomers moeten voldoen aan strenge milieueisen. „Dit is de toekomst voor heel China”, denkt ingenieur en stadsplanner Yu. Om er gewichtig aan toe te voegen: „We werken hier niet alleen aan een schoon China, maar aan een schone wereld”.

Dat denkt de Chinese premier Wen Jiabao ook, want in Rizhao, dat de status heeft van een experimenteel project, ontdekken de Chinese autoriteiten dat hoge economische groei, energie-intensieve industrialisatie en urbanisatie te combineren zijn met klimaatvriendelijke maatregelen.

De ervaringen hier en in tien andere ecologische modelsteden hebben de Chinese autoriteiten minder schuw gemaakt ten opzichte van de klimaattop die nu in Kopenhagen plaatsheeft. Hoofdrolspeler China heeft duidelijke financieel en technologisch belang bij een akkoord en wil niet de schuld van een mislukking in de schoenen geschoven krijgen.

Toch zal China niet instemmen met bindende afspraken die de groei kunnen bedreigen, tenzij de ontwikkelde wereld de miljardenrekening betaalt. Economische ontwikkeling blijft de topprioriteit, want is ook de legitimatie van de dictatuur van de Chinese Communistische Partij.

Tegelijkertijd is het inzicht gegroeid dat de prijs op het gebied van milieu, gezondheid en economie hoog is en met nieuwe technologieën omlaag kan. Chinese economen hebben berekend dat de kosten van milieuvervuiling en energieverspilling oplopen tot 10 procent van het Chinese bruto nationaal product (omgerekend 2.850 miljard euro).

Om de afhankelijkheid van buitenlandse fossiele brandstofvoorraden te verminderen, worden er in de Gobiwoestijn en de Tibetaanse gebieden gigantische parken met windmolens en zonnepanelen aangelegd. De milieuwetgeving is op papier aangescherpt en jaarlijks worden de subsidiepotten voor energie-efficiënte maatregelen verhoogd, en worden er in hoog tempo nieuwe kerncentrales en waterkrachtdammen gebouwd.

Tegen deze achtergrond heeft premier Wen Jiabao toegezegd dat China het gebruik van schone energie in 2020 zal verhogen tot 15 procent van de energiebehoefte en de CO2-uitstoot per eenheid bruto nationaal product zal verminderen met 40 tot 45 procent. Met de al genomen maatregelen zal dat doel worden bereikt, maar het is niet genoeg, denken internationale milieuorganisaties, waaronder Greenpeace China.

Feit is dat de uitstoot van broeikasgassen zeker tot het voorspelde piekjaar 2050 niet wordt verlaagd, maar hooguit minder snel zal groeien. China blijft afhankelijk van kolen (en olie en gas) en bouwt twee nieuwe kolencentrales per week. Maar, en dat is ook een les van Rizhao, dat zijn in toenemende mate efficiënte, moderne centrales, voorzien van zuiveringsinstallaties. Alle oude centrales zijn gesloten. De stad met drie miljoen inwoners en duizend bedrijven, waaronder de grootste staal- en papierfabrieken van China, draait op slechts één gerenoveerde kolencentrale.

Maar wat in Rizhao als gevolg van de late ontwikkeling – vijftien jaar geleden bestond de stad uit vissers- en boerendorpen – vrij eenvoudig lijkt, is voor mega- en industriegebieden bij steden als Peking, Shanghai, Guangzhou, Chongqing en Chengdu kostbaar en ingewikkeld.

In de metropool Shanghai, alleen al goed voor 30 procent van de Chinese broeikasgasuitstoot, is slechts één huis te vinden met een echte zonne-energiecentrale op het dak. Dat is het drie etages tellende appartement van Zhao Chunjian, hoogleraar aan de Shanghaise Universiteit voor Elektriciteit en eigenaar van een bedrijf dat zonne-energiecentrales maakt.

„Ik word steeds optimistischer’’, zegt Zhao, die zich al jaren inzet voor de ontwikkeling van zone-energie. „Eindelijk leeft ook in China het besef dat we kunnen niet kunnen doorgaan met de vervuiling en de energieverspilling.” Maar, zegt Zhao die ‘Kopenhagen’ volgt op een groot plasmascherm in zijn werkkamer : „We hebben wel de tijd nodig, de economie afremmen is geen optie, want er zijn nog veel te veel armen.”

Zie ook Wetenschap: pagina 25

    • Oscar Garschagen