Strijd rond Q-koorts

Er komt een onafhankelijk onderzoek naar het beleid over Q-koorts de laatste jaren.

Dat was de uitkomst van een lang Kamerdebat gisteren.

Met zalvende woorden probeerden de twee CDA-ministers Gerda Verburg (Landbouw) en Ab Klink (Volksgezondheid) gisteren de Tweede Kamer te overtuigen dat volksgezondheid altijd bovenaan hun prioriteitenlijstje heeft gestaan in de strijd tegen Q-koorts. Maar zelfs de eigen coalitiegenoten waren niet overtuigd.

Een dag na de plotse aankondiging dat duizenden besmette geiten zullen worden gedood, debatteerde de Tweede Kamer gisteren zo’n vijf uur over de maatregelen. Na afloop dienden juist regeringspartijen PvdA en CDA een motie in voor de instelling van een onafhankelijke onderzoekscommissie die moet onderzoeken hoe het beleid de afgelopen drie jaar tot stand is gekomen.

Het probleem zit volgens Kamerlid Harm-Evert Waalkens (PvdA), indiener van de motie, in de competentiestrijd tussen de ministeries van Volksgezondheid en Landbouw. De economische belangen van de laatste kunnen in conflict komen met de medische overwegingen van de eerste. Landbouw is het eerst verantwoordelijke ministerie voor de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), die toeziet op dierziektebestrijding. Volksgezondheid speelt de tweede viool. De vraag is: hebben de landbouwbelangen geprevaleerd?

„De communicatie tussen de verschillende partijen was in ieder geval allerbelabberdst en de aanpak van Q-koorts niet adequaat”, zegt Kamerlid Waalkens.

De onderzoekscommissie moet duidelijkheid scheppen over de aanpak van Q-koorts sinds de ziekte in 2007 in Nederland aan een unieke opmars begon. Nergens ter wereld heeft Q-koorts ooit zoveel menselijke slachtoffers gemaakt als hier de afgelopen drie jaar. In 2009 zijn zes mensen overleden en bijna 2.300 mensen ziek geworden. De commissie moet vrij toegang krijgen tot betrokken personen en relevante documenten, en vooral onderzoeken hoe de communicatie is geweest tussen de twee ministeries en met andere betrokken organisaties als VWA of GGD.

Tijdens het debat legde Klink omstandig uit hoe zijn ministerie altijd de regie heeft gevoerd en volksgezondheid altijd de hoogste prioriteit heeft gehad. Er was de afgelopen jaren simpelweg een gebrek aan kennis over Q-koorts en daardoor heeft men bijvoorbeeld niet al in 2008 besloten tot het ruimen van besmette dieren. Klink: „Economische belangen hebben nooit zwaarder gewogen.”

Toen de motie Waalkens/Ormel er gisteravond eenmaal lag, begrepen de ministers dat ze hun verlies moesten nemen, want met alle kritiek van ook partijen als SP en GroenLinks zou er een overweldigende meerderheid voor het onderzoek ontstaan. „Ondersteuning van beleid”, oordeelde Klink over de motie waar volgende week over zal worden gestemd, „want we moeten goed onderzoeken waar we eventueel iets anders hadden moeten doen. Wij willen zelf ook een grondig onderzoek”.

In het debat bleek ook dat veel details van de maatregelen nog onduidelijk zijn. Bijvoorbeeld om hoeveel dieren het gaat. In het advies van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu aan het kabinet wordt gesproken over „tienduizenden”, maar het ministerie van Landbouw kan dat niet bevestigen.

Een andere vraag is of het logistiek haalbaar is om alle dieren in slachthuizen te laten doden. De operatie moet namelijk in enkele weken worden uitgevoerd omdat de bacterie zich vooral verspreid bij spontane miskramen, maar ook bij normale geboortes. De drachtige dieren zullen vanaf januari gaan lammeren en dan is het dus te laat.

En zal het lukken om via individuele testen niet-besmette dieren uit te zonderen van de slachting? Wat gebeurt er met hoogzwangere dieren die wellicht op transport lammeren? En wat gebeurt er met al het vlees dat resteert?

Verburg had op veel vragen nog geen antwoord. Het enige succesje was dat zij en Klink een motie van afkeuring van Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren overleefden.