Slachtoffer? Ik ben een Madoff-survivor

Vandaag is het een jaar geleden dat het kaartenhuis van de grootste zwendelaar ooit instortte.

Er is geen geld om alle 16.000 claims uit te betalen.

NEW YORK - NOVEMBER 13: Personal items are displayed during a press preview of a U.S. Marhals Service auction of personal property seized from Bernard and Ruth Madoff November 13, 2009 in New York City. The property includes jewelry, furs, artwork and other items forfeited in connection with the criminal prosecution of Bernard Madoff's Ponzi scheme. Mario Tama/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

Zelf dacht de eigenaresse van het buurtrestaurant 850.000 dollar van de beste man te krijgen. Haar broer de tandarts had er ook geld in gestoken. Haar schoonzus idem dito. En haar moeder natuurlijk, nu honderd jaar oud. „We wilden het vertellen zo lang mogelijk uitstellen”, vertelt Carol Baer.

Maar daarmee onderschatte ze haar eigen moeder. Die heeft misschien wel een inwonende hulp, ze leest wel elke ochtend de krant. „Zo kwam ze er dus zelf achter. Begon paniekerig te gillen. De hulp kwam naakt de douche uit rennen, begon terug te schreeuwen. En mijn moeder riep alleen maar: ‘Ik! Wil! Dood!’”

Dat was toen. Vandaag een jaar geleden werd Bernard Madoff gearresteerd, met het laten verdwijnen van 65 miljard dollar is hij de grootste financiële zwendelaar die de wereld ooit gekend heeft. Voor buitenstaanders is de affaire-Madoff voorbij. De 71-jarige bekende schuld en zit nu een gevangenisstraf van 150 jaar uit, zijn handlangers worden een voor een opgepakt, zijn vrouw is een paria en Madoffs bezittingen zijn geveild bij wijze van souvenir. Alsof het allemaal maar een grap was.

Voor de grootste groep investeerders begint het echter pas. Hun levens zijn onherkenbaar veranderd. Ze voelen zich verstoten, vergeten, onrecht aangedaan en ze schamen zich: ze geloofden in de gouden bergen van de grootste oplichter ooit.

„Die Madoff, die vent interesseert me helemaal niks meer.” Was Carol Baer eerst gericht op een maximale straf voor Madoff, nu is zij net als de meeste anderen alleen nog maar bezig met restitutie. De gedupeerden willen geld zien.

Dat kan. Daarvoor is er namelijk SIPC, de Securities Investor Protection Corporation. Dat systeem werd in 1970 door het Congres ingevoerd. Het valt onder de Amerikaanse beurstoezichthouder, maar is geen overheidsorganisatie. Het is een fonds om investeerders te beschermen tegen mensen als Madoff en garant te staan voor de beleggingen. De branche zelf moet ervoor zorgen dat het potje gevuld blijft. Nu blijkt dat er onvoldoende geld is om aan alle 16.000 Madoff-claims te voldoen. Een jaar later heeft nog geen tiende van hen een deel van het beloofde geld terug.

In het verleden werkte het zo: de benadeelde kreeg het bedrag terug dat op het laatste rekeningoverzicht stond – inleg plus rendement – met een maximum van een half miljoen dollar. Maar de SIPC stelt nu dat de belegger alleen maar het bedrag terug krijgt dat hij daadwerkelijk heeft ingelegd – en dus niet het door Madoff uitbetaalde gefingeerde rendement – minus het bedrag dat eerder is opgenomen. In de praktijk scheelt dat nogal en de benadeelden voelen zich voor de tweede keer bekocht.

Wat niet helpt in deze strijd is dat het publiek, dat een jaar geleden nog smulde van het verhaal van de meesteroplichter, weinig sympathie lijkt te hebben voor de slachtoffers: ze hebben zelf al zorgen zat. Volgens Carol Baer zien buitenstaanders hen als „hebzuchtige, rijke Joodse New Yorkers die nu krijgen wat ze verdienen.”

En dan zijn er weer tranen. Zes keer tijdens het gesprek van anderhalf uur zal Carol Baer huilen. Elke keer gaat dat hetzelfde. Ze zegt iets persoonlijks, valt dan stil, speelt met het rode servet op tafel en dan rollen de tranen over de wangen op haar bruine shirt.

Carol Baer en haar medebeleggers noemen zichzelf geen slachtoffer, getroffene of gedupeerde. Ze willen als „Madoff-survivors” aangeduid worden. Overlevenden. Zo ver is het alleen nog niet want Baers buurtrestaurant, Popover Café, „is geen goudmijn”. Wat ook niet hielp: haar man Ted, 64, heeft net zijn baan verloren. Hij was toneelknecht op Broadway.

De Baers hadden het geld nodig. Ze wonen in een New Yorks complex van depressief aandoende woontorens uit de jaren zestig, mannetjes in glazen gebouwtjes moeten een gevoel van veiligheid geven. „Onze levens zijn niet fancy. We hadden geen grote plannen. Auto’s? Zeggen me niks. Juwelen? Nee. Merken doen me weinig. Wij zijn gewoon lower-middle-class. Maar dat is goed. We waren tevreden, en klaar om met pensioen te gaan.”

De investering bij Madoff was daarvoor bedoeld. „Veel mensen denken dat het een risicovolle belegging was”, zegt Carol. Niets daarvan. Terwijl meer exotische beleggingsfondsen jaren kenden met jaarwinsten van 30 à 40 procent „kregen wij elk jaar 10 à 12 procent. Altijd ongeveer hetzelfde”. Achteraf is duidelijk hoe dat kwam: Madoff was niet echt aan het beleggen, zijn piramidespel keerde gewoon geld uit dat hij van nieuwe beleggers kreeg. „Het leek altijd zo veilig en risicoloos.” Baer maakte zich nooit zorgen, „en waarom zouden we ook? Iedereen om ons heen werd sneller rijk”.

Carol en Ted hebben hun levens moeten aanpassen. Op vakantie kan alleen maar als anderen betalen. Een auto werd verkocht. En Carol kon niet meer naar haar eigen gynaecoloog. Hij was te duur en voor een ingreep moest ze nu naar een onbekende arts, in een slecht ziekenhuis. Opnieuw, tranen. „Het is maar geld. Het is maar geld”, probeert ze zichzelf gerust te stellen.

Dan komt Ted binnenlopen in het restaurant. Carols echtgenoot heeft Madoff ooit aan de telefoon gehad. Ted vroeg welk risico hij liep als hij de beleggingen van zijn overleden ouders zou overzetten naar zijn beleggingsfondsen. Madoffs antwoord? „Dat ik er met jullie geld vandoor ga.” Carol: „Toen konden we daar nog om lachen.”

    • Freek Staps