Over oorlog en vrede

Een toespraak over oorlog ter ere van een vredesprijs: het is dialectiek van de hogere soort. Maar president Obama van de Verenigde Staten heeft het in Oslo aangedurfd. Het Amerikaanse staatshoofd wendde daar de omstreden eer van de Nobelprijs die hem gisteren te beurt viel, aan voor een alles behalve vrijblijvende rede over doel en middelen van oorlogsvoering in de 21ste eeuw.

Onuitgesproken voortbordurend op het klassiek Romeinse adagium si vis pacem para bellum (wie vrede wil, bereidde zich voor op oorlog) markeerde Obama zowel de grenzen van een ‘rechtvaardige oorlog’ als van zijn eigen presidentschap.

Obama liet er geen misverstand over bestaan dat de Nobelprijs voor de Vrede beter aan een ander had kunnen worden gegund. „Ik begin pas. Vergeleken met de giganten die deze prijs hebben ontvangen, zijn mijn prestaties onbeduidend. Maar de meest onpeilbare kwestie is dat ik opperbevelhebber ben van een natie die in twee oorlogen is verwikkeld”, aldus de president in een politiek en filosofisch betoog.

„Geen misverstand: het kwaad bestaat. Zeggen dat geweld soms noodzakelijk is, is geen oproep tot cynisme, maar een erkenning van de geschiedenis, van de onvolmaaktheid van de mens en de beperkingen van de rede”, zei Obama. Maar hij legde er de nadruk op dat een „heilige oorlog” juist een heilloze oorlog wordt. In zo’n oorlog is er geen reden meer voor terughoudendheid bij het gebruik van de middelen.

Dat geldt ook voor de VS zelf. Wie van andere landen eist dat ze zich conformeren aan de regels van de internationale rechtsorde, moet dat zelf ook doen. Maar daarmee is niet alles gezegd. Obama onderstreepte de noodzaak steeds onder ogen te blijven zien dat vrede meer is dan een oorlog beëindigen. Want zonder respect voor de rechten en waardigheid van de mens is er geen duurzame vrede.

Qua wijsgerige vernieuwing zijn deze kanttekeningen van Obama natuurlijk niet zo nieuw en is er dus geen reden hem nu al te kandideren voor een volgende, filosofische, prijs.

Maar politiek gezien heeft de president een koers uitgezet die hem komende jaren zal tekenen. Refererend aan zijn voorganger Nixon, die in 1972 Mao de hand schudde terwijl de Culturele Revolutie in China nog niet helemaal voorbij was, heeft Obama in Oslo duidelijk gemaakt dat hij geen messias is. Hij is geen revolutionair die alles opzij schuift wat hem niet bevalt. Hij is als politicus geworteld in oude tradities en belangen.

Obama onderkent dat zijn functie alleen met realiteitszin kan worden vervuld. Zijn presidentschap moet gebaseerd zijn op de combinatie van ‘harde’ oorlogsmacht én ‘zachte’ ideeënmacht. Want daarin onderscheidt Amerika zich nog altijd van Rusland en China, die buiten de eigen grenzen wel macht en geld hebben te bieden, maar weinig idealen.

Ongetwijfeld zal Obama komende jaren menige misstap maken. Maar de Amerikaanse president heeft gisteren wel op voorhand duidelijk gemaakt binnen welke grenzen hij hoe dan ook zal blijven. Dat is, ondanks alle kritiek op de premature Nobelprijs, op zich al een politieke premie waard.