Onverstoorbaar kuieren naar de horizon

Philip Huff: Dagen van gras. De Bezige Bij, 167 blz. €14,90.

Op het eerste gezicht lijkt er niets bijzonders aan Dagen van gras, de debuutroman van Philip Huff. Het is het zoveelste verhaal over eenzame adolescentie op het platteland, over een hoofdpersoon die wegvlucht in zijn fantasie en van zijn omgeving vervreemdt, en over een lieve stoere opa die hem wél begrijpt. Zijdelings wordt er uitgeweid over Beatlesliedjes, Alice in Wonderland en over de jongensdroom om een rockster te worden – ook niet echt hele originele onderwerpen, net zo min als het hoofdthema van psychische ontwrichting.

Wat wel meteen opvalt is de directe spreektaal waarmee Huff zijn verhaal vertelt, alsof de 18-jarige ik-persoon Ben achteloos tegen je aan zit te praten: ‘Man, mijn grootvader had het talent mij alles duidelijk te maken. Echt alles. Het klopte gewoon, wat hij zei, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik snapte het in ieder geval allemaal. Ik weet zeker dat als hij nog zou hebben geleefd, alle ellende van de afgelopen jaren niet was gebeurd. Dan had hij mij eerder kunnen vertellen wat er allemaal aan de hand was.’ Maar deze directheid nadert af en toe wel de irritatiegrens, bijvoorbeeld als Ben voor de zoveelste keer ‘maar echt’ toevoegt, om zijn beweringen kracht bij te zetten.

En toch heb ik Dagen van gras van begin tot eind geboeid gelezen, zonder dat het me meteen duidelijk was waarom. Natuurlijk, de spreektaal waarmee Ben zijn verhaal vertelt is toegankelijk en Huff laat zijn verteller geloofwaardig overkomen als een onaangepaste 18-jarige dromer. Maar dat maakt hem nog niet meteen tot een interessant karakter.

Bens afgeslotenheid voor de buitenwereld wekt in eerste instantie weinig spanning op. In zijn eigen cocon is het namelijk één en al harmonie wat de klok slaat. Zo zegt hij over een autorit met zijn vader op een heldere herfstdag, terwijl ‘While My Guitar Gently Weeps’ over de boxen klinkt, en het Veluwse land zich uitstrekt: ‘We zijn een ei, een gouden ei, een ei zoals het ei van mijn grootvader, en we glijden door de ruimte [...] We zijn samen in het geluid. We zijn één.’

Maar gaandeweg de roman blijkt dat de onverstoorbaarheid waarmee Ben zijn verhaal vertelt verder gaat dan het zoveelste romantische relaas van een in zichzelf gekeerde puber. Philip Huff heeft ervoor gekozen om geen concessies te doen aan de verwachtingen die zijn thema van een jeugdige psychose nu eenmaal met zich meebrengt: hij hamert niet op de frictie tussen de afwijkende belevingswereld van zijn hoofdpersoon en de werkelijkheid. En dat komt ook veel meer overeen met de realiteit zoals psychotische patiënten die ervaren: de buitenwereld wijkt helemaal niet af van de werkelijkheid in hun hoofd.

Zo bouwt Dagen van gras een veel luchtigere spanning op. De echte wereld is er wel, maar ver weg, achter de horizon. De weg daar naartoe wordt meestal afgeschilderd als een lijdensweg. Bij Huff is het meer een kuierende wandeling. Dat er iets niet helemaal klopt aan de omgeving wordt zeker niet ontkend, maar dat is nog geen reden om niet van het landschap te genieten.

Niet alleen de hoofdpersoon van deze debuutroman is onverstoorbaar, maar ook de schrijver ervan. En dat zou wel eens een grote kracht kunnen blijken te zijn.

    • Ewoud Kieft