Obama: zonder oorlog is er geen vrede

Een oorlogspresident wordt de belangrijkste vredesprijs uitgereikt. In Oslo probeerde de Amerikaanse leider dat contrast gisteren te nuanceren. „Soms zijn offers noodzakelijk.”

Negen dagen nadat hij een escalatie van de oorlog in Afghanistan aankondigde, heeft Barack Obama gisteren in Oslo de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst genomen. Hij deed dat met een rede waarin hij betoogde dat oorlog soms noodzakelijk is om vrede te bereiken.

Daarmee loste hij niet alleen de schijnbare tegenspraak op van een oorlogspresident die een vredesprijs krijgt. Hij gaf er bovendien een signaal mee aan zijn landgenoten, van wie velen de prijs zien als een links, Europees fenomeen: in de eerste plaats ben ik er om de veiligheid van mijn eigen land te verdedigen, zo nodig gewapenderhand, was de boodschap van Obama.

Hij wilde zo voor de zekerheid duidelijk maken dat hij niet naar Europa was gekomen om de vredesduiven van het Nobelcomité naar de mond te praten. Meteen al aan het begin van zijn rede herinnerde de nieuwe vredeslaureaat zijn gehoor eraan dat hij verantwoordelijk is voor de uitzending van duizenden militairen naar oorlogsgebieden. „Sommige van hen zullen doden. Anderen zullen gedood worden”, zei hij zonder omwegen.

„Oorlog is soms noodzakelijk. Ik begrijp dat oorlog niet populair is. Maar ik weet ook dit: het geloof dat vrede wenselijk is, is zelden genoeg om vrede te bereiken. Daarvoor is verantwoordelijkheid nodig en zijn offers nodig. Daarom blijft de NAVO onmisbaar. Daarom moeten de Verenigde Naties en regionale vredesoperaties versterken.”

Obama zei te beseffen dat er in veel landen gemengde gevoelens bestaan over militair optreden, ongeacht de aanleiding. Die gevoelens worden soms nog versterkt, zei hij, door achterdocht jegens Amerika, ’s werelds enige militaire supermacht.

„Maar de wereld moet zich herinneren dat het niet alleen internationale organisaties waren, en verdragen en verklaringen, die na de Tweede Wereldoorlog stabiliteit in de wereld brachten. Welke fouten we ook gemaakt hebben, het is een feit dat de Verenigde Staten meer dan zestig jaar geholpen hebben de veiligheid in de wereld te verzekeren met het bloed van onze burgers en de kracht van onze wapens.”

Obama sprak zijn bewondering uit over Gandhi en Martin Luther King en de geweldloosheid die zij propageerden. „En ik weet dat er niets zwaks, passiefs of naïefs is in hun ideeën en hun levens. Maar ik kan me niet alleen door hun voorbeeld laten leiden. Ik kan niet lijdzaam toezien hoe het Amerikaanse volk wordt bedreigd. Want vergis je niet: het kwaad bestaat in de wereld. Een geweldloze beweging had Hitlers leger niet kunnen tegenhouden. Onderhandelingen kunnen Al-Qaeda er niet van overtuigen de wapens neer te leggen.”

Maar als oorlog soms noodzakelijk is, dan nog is het een noodzakelijk kwaad, benadrukte Obama. „Hoe gerechtvaardigd een oorlog ook kan zijn, hij leidt altijd tot menselijke tragedies.” De president benadrukte dat belangrijk is hóé oorlogen gevochten worden, en verwees daarbij naar Henri Dunant, de oprichter van het Rode Kruis, drijvende kracht achter de Conventies van Genève en de eerste ontvanger van de Nobelprijs voor de Vrede. „Daarom heb ik martelen verboden, daarom heb ik opdracht gegeven de gevangenis op Guantánamo Bay te sluiten. We raken onszelf kwijt als we de idealen compromitteren die we met de oorlog juist willen verdedigen.”

Obama was gisterochtend vroeg in Oslo aangekomen. Daar sprak hij eerst met de Noorse premier Jens Stoltenberg en bezocht hij het Noorse Nobel Instituut, waar het Nobelcomité elk jaar besluit aan wie de prijs wordt toegekend. De Nobelprijs voor de Vrede bestaat uit een 18 karaats gouden medaille, een diploma en een cheque van ruim 950.000 euro, die de Amerikaanse president aan een goed doel zal besteden.

Het Nobelcomité verraste de hele wereld, inclusief Obama zelf, toen het begin oktober bekendmaakte dat de nieuwe Amerikaanse president de prestigieuze prijs zou krijgen. Obama is nog geen jaar in functie en heeft nog amper enig resultaat geboekt op het terrein van vrede en veiligheid.

Toch wilde het comité zijn waardering uitdrukken voor Obama’s „buitengewone inspanningen om de internationale diplomatie en samenwerking tussen de volkeren te versterken”. Het comité roemde in zijn toelichting de steun van Obama voor een grotere rol voor de Verenigde Naties en andere internationale organisaties.

Gisteren verdedigde de voorzitter van het comité de keuze voor Obama: „Velen vinden dat de prijs te vroeg komt. Maar de geschiedenis is vol gemiste kansen. Op dit moment, vandaag, hebben we de gelegenheid de ideeën van president Obama te ondersteunen.”

Hij herinnerde eraan dat Obama in oktober had gezegd de prijs niet te beschouwen als beloning voor wat hij bereikt heeft, maar meer als aansporing, als een oproep tot actie. Obama had de bedoelingen van het comité „perfect begrepen”, aldus voorzitter Thorbjorn Jagland.

Commentaar: pagina 7

De toespraak van president Obama in Oslo is te lezen op nrc.nl/buitenland