Met dank aan de geiten

Het is wel erg van die geiten met de Q-koorts. Je kunt moeilijk iets tegennatuurlijkers lezen dan ‘alle drachtige geiten afmaken’. Dieren die het leven dragen maak je niet af. Maar die zijn nu precies de bron van de besmetting.

En geiten zijn zo lief. Van wie is dat toneelstuk ook weer van die man die verliefd wordt op een geit? Zijn vrouw weet lange tijd niet wie zijn geliefde is, maar hij is helemaal hoteldebotel, dat is haar wel duidelijk. Die ogen!

En als je foto’s ziet van geiten, of echte geiten (die je nu dus beter niet kunt zien), dan ben je zelf ook al meteen half verliefd op die sneeuwwitte vachten, die intelligente kopjes, die lieve glimlachjes om de lippen en het kittige bewegen. De geit is eigenlijk de gelukte versie van het schaap. Waar schapen onhandig zijn en onnozel – denk aan dat domme staan als ze bang zijn: allemaal in een kring met de konten naar het gevaar – zijn geiten uiterst beweeglijk en opgewassen tegen hun omgeving. Je houdt je hart vast als je een geit op een smal stenen richeltje ziet staan boven een flinke helling, maar zo’n geit neemt een lenig sprongetje en staat dan op een ander richeltje koel en onaangedaan te kijken.

En dan de geitenkaas. Ja, ik kom er nu helemaal in. Rauwmelkse geitenkaas, die gelukkig nog niet verboden is omdat de kans op besmetting via die weg heel klein is, is één van de geschenken van de geit aan deze wereld. En van de geitenboeren natuurlijk. Dat pittige en toch zachte – denk aan de verrukkelijke Machedoux, de camembertachtige geitenkaas van de Oude Streek in Zevenhuizen. Daar heerst geen Q-koorts, meldt de site, en ik moet zeggen dat ik een zucht van opluchting slaakte.

Of denk aan de kaasjes van Wolverlei, de heerlijkste Franse geitenkaasjes van Nederland en misschien ook wel van Frankrijk, ik heb althans nooit lekkerder pikante geitenkaasjes gegeten dan die van Wolverlei. Ik ben op beide bedrijven wel eens op bezoek geweest en ach, die geiten. Wat zijn ze lief. Wat gun je ze enorm dat ze geen Q-koorts krijgen.

En de feta! En die verse jonge Franse geitenkaasjes! En de crottins!

Misschien is het enige nadelige dat je van geiten kunt zeggen dat ze erg naar geit ruiken. En dat is niet per se een parfum waarin je je graag hult als mens.

Van een vriendin kreeg ik laatst een recept uit Parijs met geitenkaas en appel waarin je als mens wel graag helemaal ten onder zou willen gaan, zo heerlijk. Dus met dank aan de geiten en van harte beterschap en hopelijk mogen de meeste blijven leven.

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Smelt de roomboter in een pan, voeg de honing toe en laat die op matig vuur oplossen. Bak de schijfjes appel hierin tot ze bedekt zijn met caramel.

Haal de appels uit de pan en fruit het sjalotje in de roomboterhoningjus. Voeg de room, de tijm en de kippenbouillon toe.

Leg de plakjes bladerdeeg op bakpapier op een bakblik, schik de appelschijfjes daarop en een halve crottin per bladerdeegje. Laat in de oven staan tot het bladerdeeg gaar is en het kaasje zacht maar niet gesmolten (10 tot 15 minuten). Leg de taartjes op bordjes en schenk de warme saus eromheen.

Jum. (Dit laatste woord komt ook van mijn vriendin.)