Majesteit, open die archiefdeuren eens

In een democratie horen archieven van het Koninklijk Huis niet geheim te zijn.

De geschiedenis is van ons allemaal, niet van een handvol paladijnen rond de koningin.

Literair lakei of koninklijk criticus: wie publiceert over de Oranjes krijgt snel het verwijt gekleurd te zijn. Daar is maar één remedie tegen: de waarheid. Alleen is die staatsgeheim. En dat terwijl de Tweede Kamer zich in januari 2005 schaarde achter de motie-Kalsbeek (PvdA) met de eis om alle archiefstukken die gaan over de uitoefening van de functie van het staatshoofd toegankelijk te maken.

Of we de waarheid over de Prins der Nederlanden ooit op papier krijgen, is een vraag die, helaas, ook door de boven ons gestelden moet worden beantwoord. „De leugen regeert”, mopperde de majesteit. Maar wie regeert de leugen? Ofwel: krijgen wij zestig jaar na dato eindelijk eens de feiten over prins Bernhard? Veel archieven zijn en blijven dicht en worden als ‘staatsgeheim’ bewaakt door nijvere mandarijnen. Juliana en Bernhard zijn dood, maar het Geheim van Soestdijk strompelt verder. Wie publiceert over het koningshuis, zit al snel in een kamp en maakt kennis met de mechanismen van de macht. Al het officiële schiet in een afwerende reflex. Eerst wordt er gezwegen, dan ontkend en ten slotte, als wegkijken niet meer helpt, gebagatelliseerd en belachelijk gemaakt. Dat panische gedrag kenmerkt niet alleen de instituties, zelfs wetenschappelijk geschoolde royaltywatchers putten zich uit in premature reacties.

Kinnesinne treft sinds jaar en dag het werk van NIOD-onderzoeker Gerard Aalders. Zeker, Aalders stelt zich als republikein kwetsbaar op en maakt weinig kans een muntthee met Hare Majesteit te mogen nuttigen. Maar tegelijk is het wetenschappelijke niveau van de schrijver van tot de verbeelding sprekende titels als De prins kan mij nog meer vertellen onomstreden. Aalders zal zijn volgende boek, dat de suggesties in ‘ZKH’ over illegale wapenhandel met vooral Britse officiële bronnen zal staven, met het Ambtenarenreglement in de hand moeten bevechten. De vrijheid van onderzoek is in het geding.

Ook bij de publieke omroep, waar de redactie van Netwerk een kritische reportage over Bernhards demarches zojuist moest bekopen met een boycot door het Nationaal Archief. De ambtenaren van dienst zijn kennelijk vergeten in wiens opdracht zij werken. Dat bleek ook tijdens het onderzoek voor ZKH: volop tegenwerking en willekeur betreffende welke stukken wél en niet openbaar mochten worden. Absurd. De geschiedenis is van ons allemaal, niet alleen van een handvol paladijnen rond kabinet en koningin.

En waar gaat het nu helemaal over? Prins Bernhard zou betrokken zijn geweest bij wapenhandel, een propagandaoorlog en een couppoging in het net onafhankelijke Indonesië. Die beschuldigingen zijn niet alleen uit de dagboeken van de gevallen hofdignitaris Gerrie van Maasdijk te destilleren. Van hofdienaren tot hoge militairen en politici, van Oranje-intimi tot ‘zeer geheime’ overheidsrapportages van de Koninklijke Marechaussee, de Centrale Militaire Inlichtingendienst en het Britse MI5 – allemaal bevestigen ze in meer of mindere mate het staatsrechtelijke mijnenveld waarin de prins-gemaal en zijn getrouwen zich hadden begeven. Waarom wordt daar zo hysterisch over gedaan, zestig jaar na dato?

Waar baseert de hofbiograaf Cees Fasseur zijn afwijzing van ons boek en zijn onwetenschappelijke gebrek aan twijfel op? Allereerst is daar de donkerte van het Koninklijk Huis Archief, het privéarchief van de monarch waar Fasseur als enige toegang toe kreeg.

Fasseur pocht altijd ‘zonder enig voorbehoud’ toegang tot de privéarchieven van de koninklijke familie te hebben gehad. Wat die exclusiviteit voorstelt, lezen we in een brief van de directeur van de Stichting Archief van het Huis Oranje-Nassau. „Prof. Fasseur heeft”, aldus deze drs. Ph. Maarschalkerweerd, „eenmalig en uitsluitend” toestemming gekregen om „voor het onderzoek relevante archiefstukken” in te zien. En wat nu als bepaalde, de vorstin onwelgevallige episodes, ‘niet relevant’ verklaard worden? Daar ga je, als hofbiograaf. Of zou de koningin haar biograaf in volle vrijheid hebben laten wroeten in alle vuile Oranjewas? We weten het niet, maar het ligt niet voor de hand.

Vandaar dat het voorstel van D66 en GroenLinks om alle archieven rond Bernhard te openbaren, steun verdient. Van Nederlands-Indië tot Irak, van Srebrenica tot de DSB Bank, onze geheime geschiedenissen mogen niet alleen door door machthebbers uitverkoren onderzoekers worden begluurd. Hoog tijd te doen wat nodig is in een moderne democratie: draai die archiefdeuren open.

Journalist Jort Kelder en historicus Harry Veenendaal schreven ZKH: Hoog spel aan het hof van Zijne Koninklijke Hoogheid