Landen moeten offers brengen om in de eurozone te blijven

Kan Griekenland, Ierland of enige andere lidstaat van de eurozone failliet gaan? Uiteindelijk wel, maar niet zonder slag of stoot. Voordat er sprake zou zijn van een bankroet zou een eurozonelid in problemen een beroep kunnen doen op noodfinancieringen. Maar het land zou tegelijkertijd door de Europese Unie, het IMF, andere landen en de Europese Centrale Bank worden gedwongen hervormingen door te voeren. Pas als dat land niet meer geholpen zou kunnen worden, zou het failliet mogen gaan – en vervolgens vrijwel zeker uit de eurozone gestoten worden.

Een bankroet van een lidstaat van de eurozone zou een vernedering zijn waar velen iets bij te verliezen hebben. Want de impliciete garantie dat een eurozoneland op verantwoordelijke wijze wordt geregeerd, in de gaten gehouden door instellingen van de zone, zou verloren gaan, en daarmee de geloofwaardigheid van de zone zelf. Het verdwijnen van het voordeel van de twijfel zou – in termen van de rente op staatsobligaties – veel landen duur komen te staan.

Letland, een lidstaat van de Europese Unie maar niet van de eurozone, biedt een helder beeld van wat er zou kunnen gebeuren. Het land ontving in december 2008 een noodkrediet van 7,5 miljard euro van de EU, het IMF, de Wereldbank en de Scandinavische landen, teneinde een bankroet te voorkomen. De EU legde ongeveer de helft van dat bedrag op tafel en het IMF 1,7 miljard euro.

Letland werd ook de duimschroeven aangedraaid. De regering moest het begrotingstekort snel en substantieel terugdringen. Het Letse programma trachtte een tekort van ongeveer 12 procent terug te brengen tot 5 procent. Deze grote aanpassing moest plaatsvinden in een economie waarvan het bruto binnenlands product met maar liefst eenvijfde was gekrompen.

Zulke harde aanpassingen lopen het gevaar op grote sociale weerstand te stuiten. Het korten van de uitkeringen terwijl de werkloosheid oploopt, veroorzaakt grote sociale nood en leidt mogelijk tot protesten. Regeringen kunnen aanvoeren dat zij louter de bevelen van het IMF opvolgen, maar dat zal hen niet makkelijk worden vergeven.

Voor de autoriteiten van landen die het aanvankelijk gerieflijk hadden in de euroclub, zijn de problemen inmiddels nijpend. Zij moeten kiezen welke offers er moeten worden gebracht – en het gezag hebben om die door te voeren.

De nieuwe Ierse begroting kort de ambtenarensalarissen met 5 procent. Ook Griekenland zal harde maatregelen moeten nemen. Landen die gewend zijn geraakt aan de geneugten van de club moeten grote offers brengen om lid te mogen blijven. Wat er uiteindelijk zal gebeuren, hangt van hen af.