Kunstroof

Als je in Amsterdam in lijn 5 of lijn 2 de halte Hobbemastraat hoek Paulus Potterstraat nadert, zegt een mannenstem door de luidspreker: „Museum District. Don’t forget to check in and check out with your public transport chipcard.”

Het is een betrekkelijk nieuwe faciliteit, bedoeld om de toeristen te bedienen. In lijn 5 klinkt even later: „Konsurt hol”, gevolgd door dezelfde aanmaning. Het is verre van me om deze spreker lastig te vallen, maar toch, hadden ze niet iemand anders kunnen nemen. Deze man klinkt zo benauwd, alsof hij met een pak ransel wordt bedreigd, ja, alsof hij het in zijn broek doet. De kunstliefhebbers stappen uit, treffen één museum, het Van Gogh, dat er gaaf en goed uitziet, een ander, het Rijksmuseum nog altijd in verregaande staat van verbouwing, en het derde, het beroemde Stedelijk dat sinds hoe lang al wegens verbouwing gesloten is.

Vertel me iets nieuws, zult u denken. Goed. De aanleiding is dat ik een vriend uit New York op bezoek had. Daar hebben ze ook een Museum District, gelegen om het Central Park. Het Metropolitan, het Cooper-Hewlitt, het Guggenheim, het Whitney, dan aan de andere kant van het Central Park het Museum of Natural History en het museum van de stad, en een eindje verder downtown het Museum of Modern Art, afgekort MoMA. Dit laatste is nog niet zo lang geleden ingrijpend verbouwd. De kern van de collectie is toen ondergebracht in een mooi, doelmatig onderkomen in Queens.

Mijn New Yorkse gast was zeven jaar niet in Nederland geweest en net als ik is hij een liefhebber van het werk van Edward Kienholz. Zullen we morgen weer eens naar The Beanery gaan kijken, zei hij.

The Beanery beschouw ik als een meesterwerk van Kienholz. Het is gemaakt in 1965. Een bar in Los Angeles, een tapkast met glazen en volle asbakken, een telefoon met een opengeslagen telefoonboek, muziek, en krukken waarop de bezoekers zitten. Als museumbezoeker kun je je in de drukte mengen. Er is één verschil met een gewone bar. De meeste gasten hebben in plaats van hun hoofd een stilstaande klok op hun schouders. In 1971 is dit meesterwerk door het Stedelijk gekocht.

Naar The Beanery kijken? Dat kan niet, zei ik. En ik vertelde dat het Stedelijk in 2003 wegens renovatie was gesloten. Daarna was bij het Centraal Station een dependance geopend, en ook die was intussen gesloten. Hoe we ons hadden laten wijsmaken dat het vernieuwde gebouw in 2008 zou worden geopend, dat het toch 2009 was geworden, dat de Sandberg-vleugel was afgebroken, hoe de wethouder van kunstzaken persoonlijk de eerste ruit daar feestelijk had ingegooid, dat er nu een fantastische nieuwe ingang in aanbouw was, en dat het ons benieuwde met welke kluiten we het volgend jaar in het riet zouden worden gestuurd.

En dat laten jullie gebeuren, vroeg de Amerikaan. Ik vertelde hem dat ik van tijd tot tijd in de krant had geprotesteerd, maar dat zulke stukjes op het stadhuis worden beschouwd als interrupties van halvegaren.

Maar nu komt het verzet uit een andere hoek. De directeur van het Lloyd Hotel, Otto Nan, is een actie begonnen om „het Stedelijk uit zijn coma te halen”. DOE IETS! roept hij ons op een spandoek op het Museumplein toe. Bij dezen. Voor een halve generatie is de collectie al ontoegankelijk. Het doet langzamerhand denken aan een grootscheepse kunstroof. The Beanery terug!

    • H.J.A. Hofland