Kamer eist onderzoek naar beleid Q-koorts

De Tweede Kamer steunt de motie van regeringspartijen PvdA en CDA voor een onafhankelijk onderzoek naar Q-koorts. Drie jaar beleid moet onder de loep.

Met zalvende woorden probeerden de CDA-ministers Gerda Verburg (Landbouw) en Ab Klink (Volksgezondheid) de Tweede Kamer te overtuigen dat volksgezondheid altijd bovenaan hun prioriteitenlijstje heeft gestaan in de strijd tegen Q-koorts. Maar zelfs de coalitiegenoten waren niet overtuigd.

Het probleem zit volgens Kamerlid Harm Evert Waalkens (PvdA), indiener van een motie tot onafhankelijk onderzoek naar Q-koorts, in de competentiestrijd tussen Volksgezondheid en Landbouw. De economische belangen van de laatste kunnen botsen met de medische overwegingen van de eerste. Landbouw is eerstverantwoordelijke voor de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), die toeziet op dierziektebestrijding. Volksgezondheid speelt de tweede viool. De vraag is: hebben de landbouwbelangen geprevaleerd?

„De communicatie tussen de verschillende partijen was in ieder geval allerbelabberdst en de aanpak van Q-koorts niet adequaat”, zegt Waalkens.

Een onderzoekscommissie moet duidelijkheid scheppen over de aanpak van Q-koorts sinds de ziekte in 2007 in Nederland aan een unieke opmars begon. Nergens ter wereld heeft Q-koorts zoveel menselijke slachtoffers gemaakt als de afgelopen drie jaar in Nederland. In 2009 zijn zes mensen overleden en bijna 2.300 mensen ziek geworden. De commissie moet vrij toegang krijgen tot betrokken personen en relevante documenten, en vooral onderzoeken hoe de communicatie is geweest tussen de beide ministeries en met andere betrokken organisaties als VWA of GGD.

Tijdens het debat legde Klink omstandig uit hoe zijn ministerie altijd de regie heeft gevoerd en volksgezondheid altijd de hoogste prioriteit heeft gehad. Er was de afgelopen jaren simpelweg een gebrek aan kennis over Q-koorts en daardoor heeft men bijvoorbeeld niet al in 2008 besloten tot het ruimen van besmette dieren. Klink: „Economische belangen hebben nooit zwaarder gewogen.”

Toen de motie-Waalkens/Ormel er eenmaal lag, begrepen de ministers dat ze hun verlies moesten nemen, want met alle kritiek van ook partijen als SP en GroenLinks zou er een forse meerderheid voor het onderzoek ontstaan. „Ondersteuning van beleid”, oordeelde Klink over de motie waarover volgende week wordt gestemd, „want we moeten goed onderzoeken waar we eventueel iets anders hadden moeten doen. We willen zelf ook grondig onderzoek.”

In het debat bleek ook dat veel details van de maatregelen nog vaag zijn. Bijvoorbeeld om hoeveel dieren het gaat. In het advies van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu aan het kabinet is sprake van „tienduizenden”, maar Landbouw kan dat niet bevestigen. Een andere vraag is of het logistiek haalbaar is alle dieren in slachthuizen te doden. De operatie moet namelijk in enkele weken worden uitgevoerd omdat de bacterie zich vooral verspreidt bij spontane miskramen, maar ook bij geboortes. De drachtige dieren zullen vanaf januari lammeren en dan is het te laat.

En zal het lukken om via individuele testen niet-besmette dieren te behoeden voor de slacht? Wat gebeurt er met hoogdrachtige dieren die wellicht op transport lammeren? En wat gebeurt er met het vlees? Verburg had op veel vragen geen antwoord.

Het enige succesje was dat zij en Klink zonder problemen een motie van afkeuring overleefden van Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren. Deze motie werd wegens de zwaarte ervan dezelfde avond nog in stemming gebracht, maar alleen de PvdD stemde voor. Thieme had eerder in het debat ook al alleen gestaan tegenover de rest van de Kamer toen zij de regering de zes sterfgevallen door Q-koorts verweet. „Dood door schuld” is hier een juridische term met een te zware lading, constateerden de andere leden van de Tweede Kamer.

Lees een reportage over een geitenboerderij in Voerendaal op nrc.nl/binnenland