In Lerida is zelfs het stenen tijdperk Catalaans

In Catalonië is de les geschiedenis net iets anders dan in de rest van Spanje. Logisch, vinden de Catalanen. Nationalistische indoctrinatie, menen de Spaanse critici.

Demonstrators hold a banner and flags of Catalonia to protest against the celebration of Spain's National Day in Barcelona on October 12, 2009. Banner reads: ''United towns against the imperialism and the fascism, the "hispanidad" is a genocide'' AFP PHOTO/LLUIS GENE. AFP

Jesús Castillo is zo’n geschiedenisleraar naar wie een klas luistert. Een die met de zachte tik van zijn potlood op het tafelblad twintig Spaanse pubers bij de les houdt. Die aan het begin van de les snel het opgegeven huiswerk overhoort, maar daarna zelf wil vertellen. Zijn leerlingen op deze school in het Catalaanse stadje Lerida letten pas echt op, zodra Castillo het lesboek weglegt.

Het zijn diezelfde lesboeken, die in Spanje tot fel debat kunnen leiden. De regio’s in het land mogen sinds medio jaren tachtig hun onderwijsbeleid in sterke mate zelf vormgeven. Een recht dat Catalonië vol heeft aangegrepen. Alle lessen – op twee tot drie uren Spaans per week na – zijn in het Catalaans. In het grotendeels door de regioregering opgestelde curriculum is veel aandacht voor de eigen regio.

De critici menen dat dit onderwijs dient om jonge Catalanen enthousiast te maken voor afscheiding van Spanje. Volgens de peilingen wil nu een vijfde tot eenderde van de Catalanen een eigen land. Een minderheid die elk jaar met een paar procentpunt groeit, vooral dankzij aanwas onder de jeugd. De catalanistas doen er alles aan dit groeiende momentum vast te houden.

In zijn werkkamer pakt leraar Castillo, die tevens de rector is, een stapel geschiedenisboeken. Hij beaamt dat er veel aandacht voor Catalonië is. Ook in het hoofdstuk over de vroege steentijd, getiteld ‘het Catalaanse neolithicum’. „Kinderen leren nu eenmaal het best door zaken te concretiseren, ze dichtbij hen te plaatsen.”

Bovendien, zegt hij, is geschiedenis nu eenmaal geen exacte wetenschap. „Elke interpretatie van historische feiten is subjectief.” Gevoelig ligt bijvoorbeeld de vraag vanaf welk jaar van ‘Spanje’ gesproken moet worden. Catalaanse boeken stellen dit zo lang mogelijk uit, vaak tot het einde van de Successieoorlog, in 1714. Niet toevallig ook het moment dat Catalonië definitief onder invloed van ‘Madrid’ werd gebracht.

Castillo benadrukt dat in de klas dan wel Catalaans wordt gesproken, maar dat kinderen die dat willen in de gangen Spaans spreken. „Ik heb hier nog nooit een klagende ouder gehad.” In Lerida, in het binnenland van Catalonië, is Catalaans dan ook de moedertaal van veruit de meeste inwoners.

In Barcelona ligt dat anders. De metropool trekt al eeuwen nieuwkomers aan, van binnen en buiten Spanje. Hier klinkt meer kritiek op de zogenoemde ‘normalisering’ van het onderwijs. Bijvoorbeeld van de Asociación por la Tolerencia, Spaanssprekende burgers die zich verzetten tegen het ‘catalanisme’. „We zijn tweederangsburgers in eigen land”, vertelt president Eduardo López-Dóriga tijdens een vergadering in haar kantoortje in Barcelona.

De leden dissen graag hun eigen ervaringen op. De een heeft een dochtertje van 5 dat thuiskwam met een tekening waarop ze ‘ik ben Catalaanse’ had moeten schrijven. De ander heeft een kleinzoon van 12 die amper Spaans spreekt. „Hij kon haast niet met een oom uit Zuid-Amerika praten bij een familiediner.” Weer een ander, een docente, kreeg ‘fascist’ op haar schoolbord gekalkt, omdat ze in de les wel eens op Spaans overschakelt. En velen kennen lesboeken die Spanje doodzwijgen of alleen cryptisch aanduiden als ‘de staat’.

„Het gaat om een verregaande vorm van nationalistische indoctrinatie. Door in het onderbewustzijn vanaf heel jongs af aan in te prenten dat Catalonië, een ‘land’ is, een ‘natie’, ‘onze grond’.” De meeste leden hebben meegemaakt dat Catalaans onder Franco verboden was. „Maar nu is de pendule helemaal de andere kant op gezwaaid. De dictatuur van het catalanisme rukt op. En in de klaslokalen heeft ze al gewonnen.”

De vereniging wordt in haar kritiek gesteund door de voorstanders van een sterke centrale staat: rechtse politici en media, voornamelijk uit Madrid. Op tafel ligt bijvoorbeeld de serie kritische stukken die de rechtse krant El Mundo eind 2007 wijdde aan de schoolboeken .

Aan enkele van de in die artikelen bekritiseerde boeken schreef geschiedenisleraar Castillo uit Lerida zelf mee. Maar hij leest El Mundo nooit. „Dat soort kranten pikken er altijd de kleinste details uit, op zoek naar conflict met Catalonië. Maar hier in de straat geeft niemand daar om. ”

Aan de koffiebar van de schoolkantine mengt geschiedenislerares Carme Saltiveri zich in het gesprek. Zij geeft toe dat het officiële lesprogramma soms in ‘onzinnigheden’ blijft steken. „Maar dat gebeurt voortdurend met van alles in Spanje. En het verandert zelden iets aan de praktijk van alledag.”

De mensen in Lerida maken zich druk over de hoge werkloosheid, de immigratie, denken beide docenten. „Niemand heeft het hier bijvoorbeeld over die referenda.” Niet hun lessen, menen de twee, maar de crisis en globalisering voeden eerder de onafhankelijkheidsdrang. „Er worden door de nationalisten vooral economische, en geen historische argumenten meer voor gebruikt.” Dit nieuwe nationalisme, signaleren ze, is zo tot een ‘platform’ verworden voor politici die willen inspelen op economische onvrede. Saltiveri: „En de pers, die uit beide kampen, verschaft hen dit blijkbaar graag.”

„De globalisering creëert een sterkere behoefte aan een eigen nationale identiteit”, zegt Castillo. En die wordt in Catalonië alleen maar sterker, voorspelt hij, „als we hier het gevoel krijgen dat Madrid dit niet wil begrijpen en ons slecht behandelt.”

    • Merijn de Waal