Ik smelt als een kind liefde voelt

Stephanie van Koolwijk ging terug naar India om haar biologische moeder te zoeken.

Die vond ze niet, maar ze richtte een stichting op voor de kinderen in het weeshuis.

Stel je wordt tijdens je geboorte te vondeling gelegd op de trappen van een weeshuis in India. Na drie maanden word je geadopteerd door een Nederlands gezin en je groeit vervolgens hier op. Dan kun je twee dingen doen. Of je vergeet je verleden en blijft je luxe leventje in Nederland leiden. Of je gaat terug naar je geboorteland om je wortels uit te zoeken. Stephanie van Koolwijk (28) deed het laatste. Op haar zestiende, toen ze klaar was met de middelbare school, ging ze voor het eerst terug naar haar geboorteland. Op haar dure sportschoenen, want ze was nog echt een puber. Het was een cultuurschok: India was vies, druk en arm. Toen ze aankwam en al die armoede zag vroeg ze zich af waarom ze in godsnaam die sportschoenen had aangetrokken. Toch was er ook een klik met het land. India zat in haar genen, voelde ze. De mensen leken op haar: dezelfde huidskleur, dezelfde blik in de ogen. Ze bracht ook een bezoek aan het kindertehuis en het klooster waar ze te vondeling was gelegd. Daar werd ze door de nonnen heel warm ontvangen. Ze zei: over tien jaar kom ik hier terug.

Zo gezegd zo gedaan?

„Ja. Eind 2004 is mijn vader overleden. Het was een moeilijke tijd, want ik had anderhalf jaar lang geen contact meer met hem gehad. Hij was alcoholist. Ik verloor iemand die ik eigenlijk nooit had gekend. Toen is het wat India betreft ook weer gaan borrelen. Ik wilde terug om mijn biologische ouders te zoeken. Eigenlijk wilde ik vooral mijn moeder vinden. Met de Lonely Planet en een babyfoto in mijn rugzakje, ben ik vervolgens in het vliegtuig gestapt. Toen ik was geland nam ik een taxi naar mijn oude kindertehuis. De nonnen waren zo verbaasd om mij te zien. Ze vroegen of ik uit de hemel was komen vallen.”

Maar je kwam voor je moeder.

„Ik ben eigenlijk nooit begonnen met zoeken. De nonnen raadden het me af. In India is een onwettig kind een grote schande. Misschien was mijn moeder wel getrouwd, had ze een gezin en dan kom ik daar plotseling aanzetten. Zo’n vrouw kan worden verstoten en in het ergste geval zelfs worden gedood. Ook als ik daar aan anderen vertelde dat ik geadopteerd was en mijn biologische ouders zocht, keken mensen meteen naar de grond en liepen ze door. Niemand sprak erover, het is echt een groot taboe. Ik zou het heel egoïstisch van mezelf vinden als ik haar dan toch zou willen zien. Zo veel had ik er niet voor over.”

Wat gebeurde er toen?

„Ik ben een paar dagen in het weeshuis gebleven. Aan het einde vroeg ik aan een non hoeveel geld ze eigenlijk nodig hebben om de kinderen te eten te geven. Ze zei: als je 20 euro stort kunnen ze daar een maand van eten. Ik schrok me kapot. Zo weinig! Ik keek naar die oude kinderbedjes en zei: als ik terug ben in Nederland ga ik wat voor jullie doen. Die non was aanvankelijk een beetje sceptisch. Voor haar was ik het zoveelste adoptiekind dat belooft iets te gaan doen, zonder het uiteindelijk waar te maken.”

Maar jij was anders.

„Als ik mijn belofte niet zou zijn nagekomen en in Nederland gewoon weer in mijn luxe leventje zou zijn vervallen, zou ik mezelf echt nooit meer in de spiegel hebben kunnen aankijken.”

Dus?

„Eenmaal thuis heb ik diep na zitten denken. Ik kwam op het idee om via sponsoracties geld in te zamelen. Samen met een kennis heb ik toen de Didi Foundation in het leven geroepen. Didi betekent ‘grote zus’. Zo werd ik door de kinderen van het weeshuis altijd genoemd. De eerste sponsoring was hier op een basisschool. Ik ben regionaal in de krant en op televisie gekomen en toen ging het balletje rollen. Binnen drie maanden had ik 7.000 euro ingezameld.”

Mensen klaagden niet over het zoveelste goede doel?

„Zo dacht ik er zelf in het begin ook over. Dus het moest niet zomaar een goed doel zijn. Ik denk dat mijn persoonlijke verhaal het heel puur maakt. Ik ben echt heel dankbaar dat ik mijn oude weeshuis kan helpen. Mensen denken: als ik daar geld stort, weet ik dat het goed zit. En ik heb niets te verbergen. What you see is what you get. Gelukkig hoor ik alleen maar positieve geluiden.”

Wat heb je met dat geld gedaan?

„Ik ben samen met twee vrijwilligsters opnieuw naar het kindertehuis gegaan. We hebben veel grote dingen geregeld: een nieuwe vloer, nieuwe bedden, nieuwe kasten. Een jongetje met staar kreeg een oogoperatie. Het was de duurste operatie die er was, maar toch kostte het maar 120 euro. Met het geld van hier kun je daar drie keer zo veel doen. En dat kind kon gewoon weer zien. Mijn hart smolt. Ik dacht: hier doe ik het voor.”

En de sceptische non was overtuigd?

„Ja, ze zien me nu in het kindertehuis als een soort Moeder Theresa. Ergens voelt dat ook wel zo, al ben ik zeker geen heilige. Ik hou van feesten, ga in het weekeinde uit en heb ook een heel druk sociaal leven. Maar Moeder Theresa is wel mijn grote voorbeeld.”

Is er een klik omdat je zelf ook wees bent geweest?

„Dat denk ik wel. Ik heb eenzelfde achtergrond en er is een heel bijzondere band. Ik heb de kinderen een keer allemaal één voor één gedoucht, met bodylotion ingesmeerd, hun haartjes gekamd. ’s Avonds was ik opeens een meisje kwijt. Ik vond haar uiteindelijk in tranen, verstopt onder de tafel. Mijn half uurtje aandacht had haar het gevoel gegeven even een moeder te hebben en ze miste haar echte papa en mama. Toen vertelde ik haar dat ik ook niet wist wie mijn papa en mama zijn. Een paar kleutertjes legden hun handjes op mijn been. Het maakt niet uit, zeiden ze, we hebben elkaar. De liefde onder die kinderen is zo mooi.”

Werkt de inspiratie door?

„Zeker. Vorig jaar ben ik samen met een vriendin op Kerstavond naar Amsterdam gegaan met twee tassen eten om uit te delen aan daklozen. Zaten wij daar samen met een stuk of tien daklozen broodjes te eten. Een zwerver gaf mij een knuffel en ik dacht: ik ga naar India, maar hier in Nederland is ook nog zo veel te doen. Mensen zouden eigenlijk vier dagen in de week moeten werken en één dag vrijwilligerswerk moeten doen. Dan zouden veel zorginstellingen niet nodig zijn.”

Een aparte manier om Kerst te vieren.

„Ik vind Kerstmis geen prettige tijd en ik wilde graag iets doen voor mensen die zich dan ook eenzaam voelen. Ik voel me met Kerst eenzaam, zit altijd bij iemand anders aan tafel. Dan denk ik weleens, wat doet mijn echte moeder nu? Denkt zij ook aan mij? Weet ze dat ik nu 28 ben?”

Vragen waar je geen antwoord op krijgt.

„Ik hoop dat er in het kindertehuis ooit nog een keer een vrouw langskomt die naar mij vraagt. Ook al is mijn moeder dood en komt de buurvrouw met een foto om te vertellen wie mijn moeder was, dan ben ik helemaal gelukkig. Dan is het laatste puzzelstukje op zijn plek.”

Kijk voor de site van Stephanie op www.didifoundation.com