Hulp is niet meer vanzelf goed

Arend Jan Boekestijn vindt dat ontwikkelingshulp verslavend werkt. Zijn boek is een nieuwe klop op de deur van het ‘heilige huis’ van ontwikkelingshulp.

Het is vandaag zijn grote dag. Dat vindt Arend Jan Boekestijn althans zelf. In Den Haag presenteerde het inmiddels ex-VVD Tweede Kamerlid, vanmorgen zijn, zoals hij reeds diverse keren aankondigde, ‘alles onthullende’ boek over ontwikkelingssamenwerking. Getiteld: De prijs van een slecht geweten. Centrale stelling: de huidige vorm van hulp leidt alleen maar leidt tot hulpverslaving. Sanering is dringend gewenst. „Ik vrees dat ontwikkelingshulp in zijn huidige vorm meer schaadt dan baadt”, zei hij vanmorgen.

Het boek van Boekestijn is een nieuwe klop op de deur van het tot voor kort ‘heilige huis’ van ontwikkelingssamenwerking. Decennia lang leek een taboe te rusten op een discussie over dit onderwerp. Ontwikkelingshulp was een vorm van beschaving, aldus het credo van een ruime meerderheid in de Nederlandse politiek. Begrotingstechnisch is dit morele principe vastgelegd met de afspraak dat jaarlijks 0,8 procent van het bruto nationaal product wordt besteed aan ontwikkelingshulp.

Maar de nationale consensus begint barsten te vertonen. Dat begon al met de komst van de PVV in het parlement. Deze partij wil de jaarlijkse hulp ten bedrage van ruim 5 miljard euro volledig afschaffen. De VVD zegt sinds Prinsjesdag dat de hulp gehalveerd kan worden. Maar ook D66 peutert aan het budget. In de tegenbegroting die deze partij dit jaar tijdens de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer presenteerde wordt 300 miljoen uit de begroting weggehaald. Het CDA, traditioneel sterk geworteld in nationale ontwikkelingsorganisaties houdt nog wel vast aan de 0,8 procent norm. Maar in een deze zomer gepresenteerde discussienota wordt de mogelijkheid opengelaten dat in een volgende kabinetsperiode 0,1 procent daarvan anders flexibeler wordt besteed.

Opmerkelijke afwezige tot nu toe in het debat is de PvdA, de partij van de minister voor ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders. Ongeveer 1,5 jaar geleden ondernam de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van deze partij, een poging een brede discussie te starten. Maar het werd als gevolg van de vele gekozen invalshoeken zo breed dat de exercitie maar is afgeblazen „Er zat onvoldoende stootkracht in om tot een goed rapport te komen”, zegt adjunct-directeur Frans Becker van de denktank. „Het ergert me enorm dat het niet is gelukt, want ontwikkelingssamenwerking is wel een achilleshiel van onze partij”. Herbezinning blijft volgens hem nodig want er wordt binnen de PvdA nog altijd „veel te gemakkelijk” gezegd dat hulp „vanzelfsprekend is en allemaal ok”.

Het is duidelijk: ontwikkelingssamenwerking is niet langer onaantastbaar. Met spanning kijken alle betrokkenen uit naar het naar verwachting kritische rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat halverwege volgende maand verschijnt. Onder leiding van WRR-lid Peter van Lieshout is het Nederlandse ontwikkelingsbeleid op tal van onderdelen kritisch doorgelicht. Maar tevens zal de WRR zich mengen in de actuele, meer fundamentele internationale discussie over het principe achter de hulp.

Helpt de hulp, is daarbij ook nu weer de vraag. De Zambiaanse econoom Dambisa Moyo gaf met haar vorig jaar verschenen bestseller Dead Aid een nieuwe impuls aan het internationale debat. Haar stelling is dat de miljarden hulp aan Afrika de opbouw van een echte economie in diverse landen van dit continent alleen maar in de weg staat. Met het ‘gratis geld’ wordt de prikkel hiervoor weggenomen en hoeven bovendien slecht functionerende regeringen zich niet tegenover hun burgers te verantwoorden.

Minister Koenders is het niet met Moyo eens. Zij vertrouwt te veel op de kapitaalmarkten, vindt hij. Volgens hem speelt ontwikkelingshulp juist een „katalyserende rol” waardoor de private sector kan bijdragen aan de opbouw van de economie.

Dat is het macrodebat. Op microniveau gaat het in Nederland over de vele hulporganisaties die met geld uit de begroting van Koenders projecten financieren. Ze zijn eerder dit jaar gedwongen hun activiteiten meer te bundelen en over minder landen uit te spreiden. Met de fundamentele vraag over het nut van hulp heeft deze ingreep minder van doen. Maar de politicus Koenders, die de tijdgeest prima aanvoelt, kan hiermee wel kan zeggen dat ook hij ontwikkelingshulp ter discussie durft te stellen.

    • Mark Kranenburg