Huiveren in duistere bossen

Chris Priestley: De verschrikkelijke verhalen van het zwarte schip. Met illustraties van David Roberts en vertaald uit het Engels door Ellis Post Uiterweer, Pimento, 224 blz., €16,95.

Tanneke Wigersma: Spiegelmeisje. Querido, 181 blz., €13,95

Het begin van zowel Tanneke Wigersma’s Spiegelmeisje als Chris Priestley’s De verschrikkelijke verhalen van het zwarte schip wordt gekenmerkt door onstuimig herfstweer. Dat is geen toeval. Stromende regens, verwoestende stormen, duisternis en bliksemschichten misleiden de zintuigen gemakkelijk en vervormen de werkelijkheid. Ze creëren een schemerwereld van schaduwen en veranderend licht, waarin spoken buitengewoon goed gedijen; precies wat Wigersma en Priestley, liefhebber van Edgar Allan Poe, beogen.

Priestley bewijst na De verschrikkelijke verhalen van oom M. opnieuw hoe huiveringwekkend goed geschreven spook- en griezelverhalen kunnen zijn. Voor zijn nieuwe verhalenbundel – weer voorzien van David Roberts’ effectieve unheimische potloodtekeningen – heeft de Britse Priestley zich dit keer laten inspireren door klassieke zeeverhalen als De Vliegende Hollander, Moby Dick (Herman Melville) en The Rime of the Ancient Mariner (Samuel Taylor Coleridge).

De macabere verhalen over spookschepen, verraderlijke scheepskatten, schuld, boete, angst en waanzin worden verteld door Thackeray, een duistere zeeman met een Byron-achtig uiterlijk, die, ergens eervorige eeuw, bij nacht en ontij komt aanwaaien in ‘The Old Inn’, aan Cornwalls kust. Als toehoorders dienen de moederloze, zieke kinderen Ethan en Cathy, die wachten op de (thuis)komst van hun drankzuchtige vader en een dokter. Betoverd door Thackeray’s subtiele spel met echt-en-niet-echt, worden de kinderen gaandeweg bevangen door de angstige vraag wie deze onbekende eigenlijk is. ‘Het is allemaal fantasie’, stelt Thackeray ze gerust. En toch, vindt Ethan, klinkt het alsof het echt gebeurd is.

Gelukkig weet Priestley dat de betovering wordt verbroken als de waarheid bekend wordt, dus laat hij het mysterie zo lang mogelijk voortduren en neemt de verontrusting moeiteloos toe, terwijl de wind klaaglijk in de schoorsteen huilt en twijgen ‘als ongeduldige skeletachtige vingers’ tegen het glas tikken.

Wigersma, die bewondering afdwingt omdat zij als een van de weinige nieuwe Nederlandse jeugdboekenauteurs ieder genre aandurft, weet helaas minder goed hoe ze de boog gespannen moet houden. Haar spookhuismysterie verliest aan spanning en geloofwaardigheid wanneer ze tegen het einde ineens het gruwelijke geheim van het vervallen weeshuis onthult: een anti-kraakpand dat onderdak biedt aan hoofdpersoon Keet (13), haar schrijvende vader – een vrouwenversierder met een nomadische ziel – én de rusteloze geesten van gekwelde kinderzielen.

Toch is Spiegelmeisje geslaagd: Wigersma verstaat de kunst van de suggestie, maakt knap gebruik van het gegeven dat oude huizen veel geluid maken, laat bestelbusjes ‘schobbelschokkend’ door donkere dennenbossen rijden, speelt overtuigend met licht, donker, warmte en kou, en heeft met Keet, haar vader en grootmoeder een stel aangenaam eigenzinnige, tegendraadse personages gecreëerd, die doen denken aan de personages van Guus Kuijer.

Mooi bevreemdend is Keets eerste confrontatie met ‘het spiegelmeisje’, een witte schim met vlechtjes die haar spiegelbeeld verdringt, maar verdwijnt als haar vader binnenkomt. Ze schrijft het spookbeeld toe aan haar verbeeldingskracht en wordt daarin gesterkt door haar cynische grootmoeder en ‘reddende engel’, die Keet ervan overtuigt dat geesten ‘verzinsels’ zijn en dat het enige moment in haar leven dat zij ‘rare dingen ‘ zag, lag aan het feit dat ze een bril nodig had.

Gaandeweg blijkt Wigersma’s lichtvoetig geschreven spookverhaal vooral een staketsel om Keets oprechte verlangen naar (ouder)liefde en een warm thuis aan op te hangen. Met vriend Niek, die ‘begrijpt dat je in zo’n oud huis in geesten gaat geloven’, ontdekt Keet dat ze als ‘heen-en-weer- sleepmeisje’ meer op het verweesde ‘spiegelmeisje’ lijkt dan de passpiegel toont, waarna een humorvolle strijd om de liefde van haar uithuizige vader volgt. Priestley laat je huiveren, maar Wigersma ontroert.

    • Mirjam Noorduijn