Had ik nou maar

Net als de rest van de selectie zat hij er verslagen bij. Dat moet wel. In het spelershotel, aan tafel na de wedstrijd, het hoofd omlaag, starend in zijn soep. Niemand bij AZ nam hem iets kwalijk. Hoefde ook niet. Pontus Wernbloom had geen verwijten nodig. Die maakte hij zichzelf wel. Je bent sporter of je bent het niet. Dus: na de maaltijd sloffend naar zijn kamer, het plafond bestuderen, de slaap niet kunnen vatten. Het was zijn lot.

Had ik nou maar dat ene stapje gedaan. Ongetwijfeld dacht Wernbloom dat: had ik nou maar. Hij zal geen oor hebben gehad voor de trainers en hun goed bedoelde praatjes. „Jongens, hier valt niets meer aan te doen. We moeten verder”, zeiden ze diezelfde avond in Luik. Maar op momenten als deze lukt het niet om verder te gaan. Je wilt terug, de laatste minuut nog eens overdoen. En dan wél dat stapje zetten. Zo simpel, gewoon een stap naar voren. Zorgen dat je tegenstander er niet bij kan. Hup, weg die bal. Die nacht heeft Wernbloom die voorzet van Standard Luik tientallen keren op hem af zien komen. Kan niet anders. Daar komt die Belgische keeper in zijn gele trui, met de moed der wanhoop mee naar voren. Nog even en AZ mag naar de volgende ronde. Volhouden nu, de 1-0 voorsprong verdedigen met alles wat je hebt.

De bal is onderweg naar het volle strafschopgebied van AZ. Wernbloom staat aan de goede kant van die Belgische keeper – natuurlijk staat hij dat. De 23-jarige Zweed is geen beginneling. Al is hij dan een nieuwkomer in Alkmaar, een reservespeler. Een aanvaller, maar een harde, een knoert, een international die nooit opgeeft. Met zijn nuchtere Scandinavische hoofd en zijn stoere lijf wordt hij niet geïntimideerd door een keeper. Niet nu Wernbloom op zijn bed ligt en alles goed doet. Wernbloom kopt de bal weg, of voorkomt in elk geval dat die kale vent in die gele trui er zomaar bij kan. De scheids fluit af en iedereen bij AZ is dolblij. Na een ellendige seizoenshelft is Europees voetbal een prettig vooruitzicht voor 2010. Dankzij Pontus Anders Mikael Wernbloom uit Kungälv, Bohuslän.

De volgende dag, de bus van Luik naar Alkmaar. Wernbloom weet voorgoed dat het anders was. Dat hij verkeerd stond, geen stapje deed. Dat die bal via die doelman tegen het net plofte. Dat hij zijn nieuwe club niet had geholpen. Uitgeschakeld voor de Europa League, ook dat nog.

Misschien krabde Wernbloom aan de tatoeage op zijn linkerarm. Het stond er ineens zo raar. Veni, vidi, vica. Wat is dat: ‘vica’? Moet dat niet ‘vici’ zijn? Wat had hij overwonnen?

Van Luik naar Alkmaar is ruim drie uur rijden. Het voelde als drie dagen, dat weet ik zeker.