Goede redenen voor hoge koers van China Shipbuilding

China bevindt zich middenin een nieuwe golf van koopwoede op de aandelenmarkten. Het is dus makkelijk om de hoge beurswaarde van China Shipbuilding, een producent van scheepvaartapparatuur, af te doen als het zoveelste voorbeeld van beleggershysterie. Maar feitelijk zijn er goede redenen voor de schijnbaar hoge koers. Een opleving van de vrachtvolumes duidt op een herstel van de wereldhandel en China, dat ’s werelds grootste orderboek voor de scheepsbouw heeft, lijkt daar het meest baat bij te hebben.

China Shipbuilding heeft 2,2 miljard dollar opgehaald bij een beursgang waarbij het aanbod indrukwekkend genoeg maar liefst vierhonderd maal werd overtroffen door de vraag. De waardering is niet minder verrassend, op 35 maal de winst over 2009, tegen slechts 4,3 maal de winst bij Koreaanse scheepsbouwers als Hyundai Heavy Industries. Dat is grofweg hetzelfde niveau als de waardering voor aandelen van industriële bedrijven die rechtstreeks profiteren van de bloei van de Chinese infrastructuur.

Dit alles lijkt in strijd met de gedachte dat scheepvaartbedrijven aan de grond zitten. Verhalen over ronddobberende ‘spookvloten’ in Azië hebben de koersen van scheepsbouwers gedrukt, maar de vrachttarieven beginnen weer te stijgen en de orders voor nieuwe schepen zijn aan het stabiliseren. Een ander bemoedigend signaal komt van de kant van de mondiale industriële productie, omdat 90 procent van de goederenhandel tussen landen via de scheepvaart verloopt. De JPMorgan Global PMI-index, een graadmeter voor de productie, is nu al vier maanden achtereen aan het stijgen.

Dit zorgt ervoor dat China Shipbuilding in een aantrekkelijke positie zit. China ontwikkelt zich – als ontvanger van 39 procent van alle orders over de hele wereld – tot het mondiale scheepsbouwcentrum, ten koste van de voormalige wereldleider Korea. Bovendien richt China Shipbuilding zich, anders dan zijn Koreaanse concurrenten, op apparatuur met een hogere toegevoegde waarde – zoals motoren en schroeven.

In de derde plaats zou het staatsbedrijf zijn voordeel moeten kunnen doen met China’s nationalistische ambities. Momenteel wordt minder dan de helft van de scheepvaartapparatuur in eigen land vervaardigd. Peking heeft verordonneerd dat dit moet stijgen naar 80 procent in 2015. Bovendien kan China Shipbuilding een deel van de kennis gebruiken die door het moederconcern is ontwikkeld voor militaire vaartuigen. Toenemend economisch nationalisme zou wel eens een krachtige hulpmotor kunnen zijn.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com

    • Wei Gu