Geheime hoop

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, deze week de bieb van Lucebert

Dit is een merkwaardig boek. Dit is een boek over een boekenkast. Wat is daar nu aan? Alles. Het gaat om de boekenkast van dichter en schilder Lucebert (1924-1994). Zijn bibliotheek is nog steeds in zijn atelier in Bergen aanwezig. In 2004 werd zij in kaart gebracht door een groep studenten in de boekwetenschap, onder leiding van hun hoogleraar Lisa Kuitert. Het resultaat is nu, echt waar, in een boek opgenomen: 150 pagina’s met alleen maar namen, titels, uitgeverijen en jaartallen, 6.500 in totaal. En het is nog interessant ook, om door deze catalogus te wandelen. Er zit veel Kouwenaar, Schierbeek en Elburg bij. Veel Spanjaarden. Veel beeldende kunst. Niet verrassend. Wel verrassend: veel Rilke, veel Roland Holst, maar geen Vasalis en geen poëzie van Komrij. Geen Minne, wel Nescio. Geen Heaney, wel Larkin. Enzovoort! Je kan er uren zoet mee zijn. Ook leuk voor quizzen. ‘Welke editie van De avonden bezat Lucebert?’, ‘Noem 3 van de 14 titels die Lucebert van B. Traven bezat.’ Het titelbestand staat ook op de bijgeleverde cd-rom.

De hele onderneming is met veel wetenschappelijke precisie omgeven. ‘De kast in de keuken met de kookboeken hebben we bewust overgeslagen. Lucebert gebruikte geen kookboeken, ze waren onbetwist het eigendom van zijn echtgenote.’ Dat geldt ook voor de bijdragen van de acht specialisten die onderzoek hebben gedaan naar deelonderwerpen, zoals de woordenboeken, de poëzie, de kunstboeken, de fotografie en de jazz. Het zijn onderhoudende bijdragen, waarin vanzelf een heel leven voorbijkomt. De leesstreepjes in een uitgave van Herodotus. Het mooie verhaal over de bij kennissen in bewaring gegeven boekenkist, die bij terugkeer leeg bleek; de inhoud was verkocht om een tandartsrekening te betalen. Foto’s van de lezende dichter. Foto’s van de dichter voor zijn boekenkast. Foto’s van de boekenkast zelf.

In alle bijdragen blijkt dat het niet zo eenvoudig is om tot harde conclusies te komen. De geheime hoop achter dit project is natuurlijk om via deze omweg dieper door te dringen in het wezen van de dichter en zijn werk. Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent. Maar de onderzoekers stuiten voortdurend op lastige problemen, die wel tot de kernproblemen van de boekwetenschap gerekend mogen worden. Zijn de streepjes in de marge wel door Lucebert zelf gezet? Zijn de boeken wel allemaal van hemzelf? En zo ja: heeft hij ze zelf bewust gekocht of misschien zo maar eens gekregen (‘op een verjaardag bijvoorbeeld’, zoals een van de geleerden in een bijzin toevoegt). En, ook niet onbelangrijk: zíjn ze wel gelezen? Daarnaast speelt nog een probleem: we willen graag veel weten over zijn jeugdjaren waarin hij veel las, maar toen was hij veel te arm om iets te kopen. Zo hangt er rond deze levendige boekenbeschrijving steeds een zweem van teleurstelling en wetenschappelijke vergeefsheid. We kunnen er eigenlijk niet zo heel veel over zeggen.

Het lijkt allemaal wel wat op de ouderwetse heiligenverering. Lucebert is groot, en alles wat van hem is geweest wordt aangegrepen om dicht bij hem te kunnen zijn: 6.500 boeken, evenzovele relieken. Maar dan: wat deed hij met het gelezene? Wat ging er in het hoofd van de heilige om? We hebben geen idee.

Lisa Kuitert (red.): De lezende Lucebert. Bibliotheek van een dichter. Met cd-rom. Vantilt, 320 blz. € 32,50.