EU: 7,2 miljard voor klimaat

De landen van de Europese Unie hebben tijdens een top in Brussel ruim 7 miljard euro opgehaald om klimaatverandering tegen te gaan. Parijs en Londen spreken van een succes.

BRUSSEL, 11 DEC. - Regeringsleiders van de Europese Unie moesten nog aan de tweede dag van hun top in Brussel beginnen toen Gordon Brown, de Britse premier, en Nicolas Sarkozy, de Franse president, het goede nieuws vanmorgen al kwamen melden: Europa gaat de internationale klimaatonderhandelingen in Kopenhagen redden, als die volgende week een beslissende fase ingaan.

Hoeveel geld legt Europa dan op tafel om klimaatverandering in arme landen tegen te gaan? Dat is de vraag die EU-leiders in Brussel moesten beantwoorden. De vraag ook, die de rest van de wereld beantwoord wilde zien. Europa claimt namelijk nog altijd wereldleider te zijn in de strijd tegen opwarming van de aarde.

Net als bij het Eurovisiesongfestival druppelden de ‘punten’ maar langzaam binnen. EU-voorzitter Zweden gaf het goede voorbeeld door snel een bedrag te noemen: 800 miljoen euro voor de komende drie jaar. Nederland zegde al 300 miljoen toe. De Belgen hadden het over 150 miljoen. Gordon Brown, die tot 1,5 miljard euro beloofde, voorspelde vanmorgen een succes, het werd in totaal een bedrag van 2,4 miljard euro per jaar. „Dit zal de geloofwaardigheid van de rijke landen vergroten”, aldus Brown.

De teller zou in de loop van de ochtend nog een stuk verder oplopen. Diplomaten waren rond het middaguur nog steeds druk bezig met rekenen. Veel was nog onduidelijk. Was het echt allemaal nieuw geld, of gaat het voor een deel ook gewoon om ontwikkelingsfondsen die straks een andere naam krijgen?

Het tevreden geluid kon ook niet verhullen dat hier van een verenigd Europa nauwelijks sprake was, hooguit van een inzamelingsactie onder Europese vlag. De nationale bijdragen zijn vrijwillig.

Wel is de EU de eerste partij in de internationale klimaatonderhandelingen die duidelijke bedragen noemt. Maar het gaat nog slechts om geld voor de periode 2010-2012, dat vooral bedoeld is voor plannen. Het geld van de EU moet ontwikkelingslanden helpen om te bedenken hoe ze klimaatverandering kunnen tegengaan.

Vervolg Klimaat: pagina 4

Europa blijft verdeeld over doelen na 2012

Na 2012 moet er meer geld komen, véél meer geld. De EU gaat ervan uit dat ontwikkelingslanden vanaf 2020 een bedrag van 100 miljard euro nodig hebben. Dat moet van alle rijken landen komen, en het wordt een inzamelingsactie van een heel ander formaat om dat geld straks bij elkaar te krijgen. De verdeling van de Europese bijdrage wordt ook een heel gevecht. Het zal dan niet gaan om vrijwillige contributies.

EU-landen ruzieden de afgelopen maanden al over de vraag hoe ze hun bijdrage na 2012 onderling moeten verdelen. Ze kwamen er niet uit, de meeste landen vonden het ook niet nodig het daarover nu al eens te worden. Ze spraken af een werkgroep op te richten, die na de onderhandelingen in Kopenhagen met conclusies zal komen.

Maar het is niet onwaarschijnlijk dat er al in Kopenhagen een conflict binnen de EU uitbreekt. Een andere belangrijke vraag die in Brussel nog onbeantwoord bleef, is hoe snel Europa de uitstoot van het broeikasgas CO2 zal terugdringen – iets wat uiteindelijk ook veel geld kost. EU-landen hebben zichzelf al opgelegd in 2020 samen 20 procent minder CO2 te produceren. Hoe ze die pijn onderling verdelen hebben ze al afgesproken.

Maar ze hebben daar steeds bij gezegd dat ze bereid zijn verder te gaan: dertig procent minder CO2in 2030. Voorwaarde is wel dat andere rijke landen een „vergelijkbare inspanning” leveren. Wat is dat? Daarover verschillen de meningen. Het Verenigd Koninkrijk, Nederland, de Scandinavische landen lieten de laatste weken weten optimistisch te zijn. Ze willen graag verder gaan.

Maar andere landen, met name Polen en Italië, vonden vorig jaar dat 20 procent eigenlijk al te veel was. Mikolaj Dowgielewicz, de Poolse minister van Europese Zaken, was daarom deze week in Brussel in een gesprek met journalisten somber. „Wat andere rijke landen willen doen is niet vergelijkbaar met wat Europa doet”, zei hij. Voordat de EU kan besluiten verder te gaan dan 20 procent CO2-reductie, moet de Europese Commissie eerst maar een diepgaand onderzoek doen naar de gevolgen daarvan, zei hij ook. Zoiets duurt natuurlijk maanden.

Maar de rest van de wereld zal volgende week al van de Europese landen willen weten waar ze toe bereid zijn. Er wachten dus nog belangrijke beslissingen die alleen kunnen worden genomen door de regeringsleiders die gisteren en vandaag in Brussel waren. Mogelijk zal er daarom er in de marge van die klimaattop volgende week een nieuwe EU-top plaatsvinden.

    • Jeroen van der Kris