De PvdA zwemt in een zee van problemen

Nieuwsanalyse

De PvdA keert terug naar de ideologische waarden van voor de paarse periode. Lukt het de partijtop kiezers mee te slepen?

Het script voor de volgende verkiezingsnederlaag van de PvdA ligt al klaar. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart zal de partij, zo verwachten leden zelf, een historisch en kolossaal verlies lijden. Een halvering van de partij ligt in het verschiet. Hoe gaat je daar mee om?

De boodschap kon worden geoefend in Venlo, waar half november al lokale verkiezingen plaatsvonden. Daar ging de PvdA terug van 21 naar 11 procent van de stemmen. „De weg omhoog is weer ingeslagen”, reageerde PvdA-leider Wouter Bos op zijn weblog. Hij vergeleek, begrijpelijk, de uitspraak van de Venlose kiezers met het net iets grotere verlies bij de verkiezingen voor het europarlement (van 23,6 naar 12 procent).

Dat optimisme zal Bos bij het partijcongres morgen ook willen uitstralen. Voor de verzamelde leden zal de partijleider vertellen hoe belangrijk de PvdA voor Nederland is, en dat de sociaal-democratie de enige beweging is waar de zo belangrijke waarden van solidariteit en zelfverheffing veilig zijn. Het is die boodschap waarmee de leden aan de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen zullen beginnen.

Maar de partij zwemt in een zee van problemen. Zelfs de zonnigste mensen doen de stabiel slechte peilingen niet meer als ‘dagkoersen’ af. De vrees voor desastreuze lokale uitslagen leidt bij lokale afdelingen tot steeds zichtbaarder interne ruzies om verkiesbare plekken, zoals in Amsterdam en Rotterdam deze week.

Er is terugkerend gemor binnen de partij over de top: mensen twijfelen aan het vermogen van Bos om zijn loodzware ministerschap van Financiën te combineren met het partijleiderschap, aan het vermogen van fractievoorzitter Mariëtte Hamer om kiezers in de PvdA-ideologie mee te slepen, aan het vermogen van partijvoorzitter Lilianne Ploumen om de vereniging nieuw leven in de blazen.

De moeizame coalitieverhoudingen maken het niet makkelijker. De PvdA zit daar klem tussen de behoefte om zich krachtiger te profileren, en de risico’s daarvan voor de coalitie.

Het grootste probleem van de partij is misschien wel het aanhoudende zelfonderzoek. Die „zelfschennis”, zoals de Haagse lijsttrekker Jeltje van Nieuwenhoven het vandaag in de Volkskrant noemt, bezorgt de partij continu negatieve aandacht. Hoe moeilijk het is voor PvdA’ers om die zelfschennis te vermijden, toonde Van Nieuwenhoven direct aan: in het interview bekritiseerde ze de kritiek die Wouter Bos leverde op Kamerlid Paul Tang, die weer kritiek had geleverd op de PvdA.

Tang concludeerde dat de PvdA weinig succesvol had ingespeeld op maatschappelijke veranderingen van de afgelopen jaren.

Eerder al had Kamerlid Diederik Samsom zich in een uitgelekte e-mail bezorgd uitgelaten over de toestand van de partij.

Die aanhoudende publieke zelfkastijding moest eens afgelopen zijn, zei partijleider Bos. Probleem is alleen dat de zelfkritiek een symptoom is van een diepgeworteld gebrek aan zelfvertrouwen. Waar staat de partij voor? Welke rol kan de PvdA spelen in een maatschappij waar – zoals bijvoorbeeld Tang betoogt – de emancipatie van de arbeider op veel terreinen voltooid is? Kiezers mogen nuancering en bedachtzaamheid misschien waarderen, maar existentiële twijfel maakt een partij weinig aantrekkelijk.

De paradox is dat de de partij na jaren ideologisch zwerven die twijfel van zich af begint te schudden en weer lijkt te keren naar de oorsprong: het organiseren van onderlinge solidariteit, en het helpen bij individuele zelfverheffing. Alleen zijn ze onderweg een hoop kiezers kwijtgeraakt. Het gemak waarmee de PvdA, op zoek naar de kiezersgunst, van die waarden afdreef, kan kiezers wel doen twijfelen aan de betrouwbaarheid van de partij als verdediger ervan.

Op dat terrein zien sommige PvdA’ers hoopvolle ontwikkelingen. De afgelopen jaren werden ze tijdens het flyeren regelmatig uitgescholden. Die woede lijkt eindelijk verdwenen. Voor PvdA’ers is het weer leuk de straat op te gaan. Ook de manier waarop de partijtop de verhoging van de AOW-leeftijd verdedigde, werd goed ontvangen. De ruggegraat die de partij daar toonde, werd ook door tegenstanders van de maatregel gewaardeerd.

Zoals een Amsterdamse partijprominent zegt: „We hoeven dus niet altijd brokken te maken.”

    • Derk Stokmans
    • Pim van den Dool