De lichte voetafdruk faalt

Twee superieure reportages onthullen hoe de Sovjet-Unie en de VS in Afghanistan op hetzelfde uit waren, maar dat hun beider strategie ongelukkig was.

Afghan mujahedeen climb on a Russian helicopter they brought down with rifle fire from the ground, 1981. The helicopter was downed by an Afghan sharpshooter who aimed through a window and killed the pilot. (AP Photo/Freedom House) ASSOCIATED PRESS

Gregory Feifer: The Great Gamble. The Soviet war in Afghanistan. HarperCollins, 326 blz., € 28,-

Seth G. Jones: In the Graveyard of Empires. America’s War in Afghanistan. W.W. Norton & Co., 414 blz., € 28,-

De mythe wil dat de Afghanen zich door de geschiedenis heen als één man hebben verzet tegen iedere vorm van buitenlandse inmenging. De werkelijkheid is dat het land al decennialang door binnenlandse twisten wordt verscheurd. Zowel de Sovjet-Unie in de jaren tachtig als de Verenigde Staten en hun bondgenoten nu kozen partij in een burgeroorlog: ze vochten mét Afghanen tégen Afghanen.

De Russische en Amerikaanse oorlogen in Afghanistan vertonen opvallende overeenkomsten, maar de verschillen overheersen. Het belangrijkste onderscheid zit hem in de omstandigheden waaronder beide landen proberen hun politieke doeleinden in Afghanistan te realiseren – die zijn voor de Amerikanen vele malen gunstiger dan ze ooit voor de Russen zijn geweest.

Seth Jones’ In the Graveyard of Empires gaat over de interventie in Afghanistan door de Verenigde Staten, vanaf eind 2001. In The Great Gamble vertelt de Amerikaanse journalist Gregory Feifer de fascinerende geschiedenis van de Russische bezetting, van 1979 tot in 1989. Jones richt zich op de politieke en diplomatieke kanten van het conflict, terwijl het Feifer vooral gaat om de militaire dimensie van de oorlog. Beide boeken bieden superieure politieke reportage, gebaseerd op interviews en op observaties ter plekke.

In essentie waren Russen en Amerikanen op hetzelfde uit: in samenwerking met Afghaanse medestanders zetten ze hun onwelgevallige regimes af, waarna ze de rest van de bevolking van de nieuwe machtsverhoudingen proberen te overtuigen. Maar de wijze waarop Russen en Amerikanen proberen hun politieke ambities te realiseren verschillen hemelsbreed. Zo overtuigd en vastbesloten als de Verenigde Staten waren Afghanistan binnen te vallen na 11 september 2001, zo aarzelend en terughoudend was de Sovjet- Unie ruim een decennium eerder.

Minister-president Nur Mohammad Taraki, wiens staatsgreep in april 1978 een einde had gemaakt aan een relatief lange periode van politieke stabiliteit in Afghanistan, drong er al maanden bij het Kremlin op aan om de groeiende onrust in zijn land militair de kop in te drukken. De Russische leiders waren niet enthousiast. Het Kremlin was niet betrokken geweest bij Taraki’s machtsgreep een jaar eerder en het was ook niet geïnformeerd over de staatsgreep die Hafizullah Amin pleegde, meteen na terugkomst van Taraki uit Moskou, september 1979. Nog geen 24 uur nadat Taraki hartelijk was uitgezwaaid door de Sovjetpartijtop, werd hij in Kabul door Afghaanse tegenstanders vermoord. De Russen waren verrast en ontzet.

In de tussentijd groeide het verzet in Afghanistan. Rebellen veroverden Herat. Toen regeringstroepen er uiteindelijk in slaagden de stad te ontzetten, bleken vijfduizend inwoners te zijn vermoord, onder wie een honderdtal Sovjetadviseurs en hun familieleden – hun hoofden waren op palen gespietst en door de straten van Herat gevoerd.

Voor de Russische leiders was de maat vol. Op 12 december nam het Politbureau met tegenzin het definitieve besluit de Democratische Republiek Afghanistan binnen te vallen. De Sovjetleiders verwachtten, zo benadrukt Feifer, hun troepen op korte termijn terug te trekken. ‘Het zal in een week of drie, vier voorbij zijn’, berichtte Leonid Brezjnev zijn ambassadeur in Washington.

De Russische leiders en hun Afghaanse bondgenoten waren eind jaren zeventig stellig van plan de Afghaanse samenleving voor eens en altijd te bevrijden van armoede, ongeletterdheid en achterlijkheid. Al ruim voor de Sovjetinvasie hadden de communisten op de hun bekende nietsontziende wijze getracht land te verdelen en vrouwen te onderwijzen. Russen en Afghanen legden zich vast op een langjarig programma voor wederopbouw – nation-building. Er is zo goed als niets van gekomen. Het communistische regime heeft het grootste deel van de bevolking, de boeren, nooit bereikt. Tijdens de Russische bezetting sloeg meer dan eenderde van de bevolking op de vlucht: twee miljoen in eigen land, 5,5 miljoen naar het buitenland. 1,3 miljoen Afghanen kwamen om.

Vervolg op pagina 2

Afghanistan wordt niet het kerkhof van de VS

Sovjetmilitairen onderscheidden zich door moed, roekeloosheid, gebrek aan discipline en een onvoorstelbare wreedheid. Bommentapijten, massale wraaknemingen op burgers, verwoesting van hele dorpen, martelingen en talloze executies – weinig bleef de Afghaanse boeren bespaard. Wel werd de nietsontziende Russische wijze van oorlogvoering gevoed door de wandaden van hun tegenstanders. Krijgsgevangenen villen en hun huid boven het hoofd vastknopen, was een populaire wraakoefening onder de mujahedeen, schrijft Feifer. Ruim 600.000 Russische soldaten hebben in Afghanistan gevochten, van wie er volgens officiële cijfers 15.000 sneuvelden. Doechi noemden de Russische militairen de verzetsstrijders: geesten. Ze wisten zich aanvankelijk geen raad met de guerrillatactieken waarvan de mujahedeen zich bedienden. De opstandelingen legden hinderlagen, gingen op in de lokale bevolking en dreven de Russen tot wanhoop, met massale represailles op de burgerbevolking tot gevolg.

Hoewel de leef- en arbeidsomstandigheden van de Amerikaanse en geallieerde troepen onvergelijkbaar beter zijn dan die van de Russen, volgen de Talibaan in grote lijnen dezelfde militaire tactiek als destijds de mujahedeen. De belangrijkste verklaring voor het verschil in oorlogsvoering tussen Russen en Amerikanen is dan ook niet van militaire maar van politieke aard. Ze moet niet in Afghanistan worden gezocht, maar in de interveniërende landen zelf. De Sovjetmedia hebben lange tijd in louter opwekkende zin over de militaire interventie in Afghanistan bericht. Geen enkele politieke of militaire leider leek zich druk te maken over de misdaden die in Afghanistan werden begaan (en die later in Tsjetsjenië zouden worden herhaald).

De maatschappelijke verontwaardiging over de oorlog is altijd beperkt geweest, en richtte zich vooral op de snelle toename van het aantal Russische militairen dat omkwam. Zouden de Amerikanen en hun bondgenoten thans zelfs maar een fractie van de wreedheden begaan waaraan de Russen zich destijds overgaven, dan was de missie allang afgeblazen, niet wegens gebrek aan succes maar om het ontbreken van legitimiteit in eigen land.

Seth Jones heeft zijn boek de titel In the Graveyard of Empires meegegeven. Ook dat is een populaire misvatting en een hardnekkige mythe: Afghanistan als het kerkhof van grote rijken. Engeland vocht in de 19de eeuw enkele weinig succesvolle oorlogen uit in de onherbergzame streken van Afghanistan. Het Britse Rijk schoot er in feite weinig mee op, maar het is er niet aan ten onder gegaan. Hetzelfde gold voor de Sovjet-Unie een eeuw later. Het vazalregime in Kabul dat generaal Boris Gromov, commandant van de Russische strijdkrachten, achterliet toen hij op 15 februari 1989 als laatste Sovjetmilitair de Brug van de Vriendschap tussen Afghanistan en Oezbekistan overstak, zou de Sovjet-Unie ruim overleven. Pas in september 1996 kregen de Talibaan de laatste communistische leider van Afghanistan te pakken: Mohammed Najibullah. Ze sleurden hem uit de VN-compound waar hij zijn toevlucht had gezocht, sneden zijn ballen af en hingen hem op. De oorlog in Afghanistan was een ramp voor de Sovjet-Unie, maar geen doodsteek.

Net zo min zal Afghanistan het kerkhof van het Amerikaanse imperium worden. Maar het dramatische verloop van de Russische bezetting is wel van grote invloed geweest op de wijze waarop de Amerikanen in Afghanistan intervenieerden, meent ook Jones. Aan de Amerikaanse invasie ging een korte maar heftige discussie in Washington vooraf over de omvang en de opdracht van de Amerikaanse strijdkrachten: behoorde wederopbouw tot de opdracht van de Verenigde Staten, zoals minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell bepleitte, of dienden de geallieerde strijdkrachten zich te beperken tot de omverwerping van het Talibaanregime en het winnen van de oorlog tegen Al- Qaeda, zoals zijn collega van Defensie Donald Rumsfeld redeneerde? Rumsfeld won het pleit.

Seth Jones beschouwt de keuze voor een beperkte militaire opdracht als de oerfout van de Amerikaanse interventie. Rumsfeld zou de verkeerde conclusies uit het Sovjetoptreden hebben getrokken: niet de omvang van de Russische troepenmacht was van doorslaggevende betekenis geweest voor het verloop van de bezetting, maar de manier waarop Rusland de oorlog voerde. De Amerikaanse strategie van zogenoemde light footprint resulteerde in een interventie die van het begin af aan tekortschoot: te weinig manschappen, te weinig hulp en vooral te weinig politieke belangstelling. Ze werkte een zwak en corrupt centraal gezag in de hand, een vacuüm dat werd gevuld door krijgsheren en opstandelingen. Het groeiende verzet tegen de regering-Karzai en haar westerse bondgenoten is de prijs die Amerika betaalt voor de halfslachtige wijze waarop het in Afghanistan heeft geïntervenieerd, concludeert Jones. Hij bepleit meer interventie, niet minder.

Jones heeft zijn zin gekregen. President Barack Obama kondigde vorige week aan 30.000 extra manschappen naar Afghanistan te sturen. Er zullen binnenkort meer Amerikaanse militairen in het land zijn dan er Sovjettroepen waren op het moment dat Gorbatsjov de terugtrekking aankondigde. Of het aantal militairen voldoende is, moet blijken. Het hangt in belangrijke mate af van de politieke missie. Al snel waren de Russen nauwelijks nog geïnteresseerd in het ideologische gehalte van het regime dat ze in Afghanistan in het zadel hielden. Voor de Amerikanen geldt hetzelfde: democratisering is nooit een serieuze optie geweest.

De politieke missies van de Russen en Amerikanen in Afghanistan verschillen niet wezenlijk; de vestiging van een redelijk stabiel en betrouwbaar regime in Kabul. Het is de Russen nooit gelukt. Het fiasco van de Russische bezetting is echter geen overtuigend argument tegen voortzetting van westerse militaire bemoeienis met Afghanistan. Want als de vergelijking met de Russische bezettingsoorlog iets duidelijk maakt, dan is het wel hoe veel gunstiger de omstandigheden zijn waaronder de Amerikanen en hun bondgenoten thans opereren in Afghanistan. De regering-Karzai heeft veel krediet verspeeld in eigen land, maar is bij lange na niet zo impopulair, corrupt en repressief als de communistische machthebbers waren in de jaren tachtig. Ondanks de burgerslachtoffers die NAVO-troepen maken, lijkt de Amerikaanse militaire interventie in vrijwel geen enkel opzicht op de genadeloze tactiek van de verschroeide aarde die de Russen volgden. De Russen zijn er nooit in geslaagd het Afghaanse platteland te controleren; de Amerikanen zal het ook niet lukken. Vernietiging van de Talibaan is dus een zinloze, want onmogelijke opgave. Het regime in Kabul dat de Amerikanen over enkele jaren achterlaten moet sterk genoeg zijn om een politieke overeenkomst met de Talibaan aan te gaan. Dit is niet ondenkbaar. De Talibaan vinden weliswaar nog steeds een safe haven in Pakistan, maar het ontbreekt ze zowel aan de volksbrede steun als aan de ruime buitenlandse militaire hulp waarover de opstandelingen tegen de Russische invasiemacht destijds beschikten. En waar na enige aarzeling de Verenigde Staten destijds een cruciale bijdrage leverden aan de militaire inspanningen van de mujahedeen, heeft Rusland zich in de huidige oorlog tegen de Talibaan en Al-Qaeda uiterst terughoudend opgesteld, zo het in de praktijk niet de kant van de Verenigde Staten en de NAVO heeft gekozen.