De lessen van Dubai World

De aankondiging van Dubai World, op 25 november, dat het de betaling van zijn schulden voor onbepaalde tijd opschort, zorgde op de aandelenbeurzen voor een storm in een glas water. ‘Wordt Dubai het nieuwe Lehman Brothers?’ vroeg deze krant zich bezorgd af. Toegegeven, de aankondiging van Dubai World dat het de afbetaling van 59 miljard dollar aan schulden een half jaar opschort, kwam op een ongelukkig moment. De Arabische wereld was vier dagen op slot vanwege Eid al-Adha, het islamitische offerfeest dat gevierd wordt tijdens de bedevaartstocht naar Mekka, en de Amerikaanse aandelenmarkten waren gesloten vanwege de viering van Thanksgiving.

Maar de aandelenmarkten veerden weer op zodra een woordvoerder van Dubai op maandagochtend onomwonden stelde dat het oliearme emiraat niet garant zou staan voor de schulden van Dubai World, ondanks het feit dat het 100 procent aandeelhouder was. Crediteuren van het conglomeraat, dat zich onder meer toelegt op de aanleg van palmvormige eilanden voor de kust van Dubai, werd vriendelijk doch dringend verzocht om zich als volwassenen te gedragen en rond de tafel te gaan zitten om te praten over een schuldsaneringsplan. Alleen de beurzen in Dubai en Abu Dhabi moesten toen nog een veer laten.

Willem Buiter, die per 1 januari 2010 aantreedt als chief economist van de Amerikaanse bank Citigroup, riep de machthebbers in Dubai, op zijn inmiddels ter ziele gegane Maverecon-blog, direct op om niet te zwichten voor de druk van de financiële markten en de financiële media. Dubai World, dat voor een groot deel in vastgoed heeft geïnvesteerd, is niet systematisch belangrijk voor het financiële stelsel. Dat alle aandelen van Dubai World in handen zijn van de staat betekent nog niet dat het om staatsschuld of om door de staat gegarandeerde schuld gaat. Ook aan de vooravond van het faillissement van Lehman Brothers in september 2008 schreef Buiter op zijn Maverecon-blog: „What if Lehman files for bankruptcy and nothing much happens?”

De communis opinio is nu dat het een grote blunder was om de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers failliet te laten gaan. In de week volgend op het faillissement kregen de financiële markten als het ware een hartinfarct en droogden de kredietkranen op. Maar volgens John Taylor, hoogleraar economie aan Stanford University, werd de paniek op de financiële markten niet veroorzaakt door het faillissement van Lehman Brothers, maar door het besef dat de financiële sector er veel slechter voor stond dan gedacht en de overheid niet over een adequaat reddingsplan beschikte. De angstfactor zorgde er voor dat consumenten en bedrijven over de hele wereld in staking gingen en hun uitgaven uitstelden totdat er meer duidelijkheid was. Het instorten van de wereldhandel in het vierde kwartaal van 2008 was voornamelijk te wijten aan de wegvallende vraag in plaats van aan aanbodfactoren.

Dat de internationale handel de afgelopen zes maanden flink is aangetrokken, is vooral te danken aan de omvangrijke pakketten stimuleringsmaatregelen die met name China en de Verenigde Staten geïmplementeerd hebben en in veel mindere mate aan de vele miljarden belastinggeld die de overheden in de banken hebben gestoken. Die verstrekken, alle overheidssteun ten spijt, nog steeds slechts mondjesmaat krediet omdat ze nog altijd onvoldoende gekapitaliseerd zijn. Zowel met het oog op de schatkist als het voorkomen van moral hazard ware het beter geweest om de schuldeisers van de banken, met uitzondering van de verzekerde depositohouders, de klappen op te laten vangen. Dat had simpelweg gekund met een briefje: ‘Gefeliciteerd, vanaf vandaag bent u aandeelhouder van deze bank.’ Dan zouden de banken inmiddels voldoende solvabel zijn geweest en zouden ze ruimer kredieten kunnen verlenen dan nu het geval is. Een bijkomend voordeel zou zijn dat de markt haar werk had kunnen doen en de roekeloosheid van bankiers met hoge risicopremies op vreemd vermogen zou zijn afgestraft.

Nu doen beleidsmakers aan weerszijden van de Atlantische Oceaan allerhande pogingen om de bankiers aan banden te leggen. In het Verenigd Koninkrijk kondigde minister van Financiën Alistair Darling woensdag een eenmalige superheffing van 50 procent aan op bonussen van bankiers. President Sarkozy zei gisteren het Britse voorbeeld te zullen volgen. In de Verenigde Staten kan het voorstel van de Republikeinse afgevaardigde Ron Paul om de Federal Reserve, die vorig jaar op eigen houtje verzekeraar AIG met 185 miljard dollar aan belastinggeld staande hield, onder toezicht van het Amerikaanse Congres te plaatsen op veel bijval rekenen.

Dat de beurzen deze week toch weer in mineur waren, had weinig van doen met de betalingsonmacht van Dubai World. De financiële markten leken voor het eerst doordrongen van de penibele toestand van de overheidsfinanciën in veel landen, Griekenland voorop. Kredietbeoordelaar Fitch Ratings verlaagde dinsdag de rating van Griekse staatsobligaties naar BBB+ en andere kredietbeoordelaars dreigden het voorbeeld te volgen. En niet alleen bananenrepubliek Griekenland zit tot over de oren in de schulden. Ook het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hebben de staatsschuldquote sinds het uitbreken van de kredietcrisis zien verdubbelen. Met dank aan de bankiers.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/mees

    • Heleen Mees