De grafieken liegen niet

Wat klimaatsceptici ook zeggen, dit laatste decennium was het op aarde écht warmer.

Dat blijkt uit metingen van verschillende organisaties.

De gemiddelde temperatuur op aarde was in het eerste decennium van deze eeuw hoger dan in elk voorafgaand decennium in de moderne tijd. Zeker was hij de hoogste van de afgelopen 150 jaar. Dat maakte de VN-organisatie voor meteorologie (WMO) deze week aan het begin van de klimaattop in Kopenhagen bekend.

De WMO presenteert op haar website de grafieken die de conclusies rechtvaardigen, inclusief een analyse van de weersontwikkelingen in het jaar 2009. Op vier jaren na was 2009 het warmste jaar sinds 1850, toen de instrumentele temperatuurmetingen begonnen. In grote delen van Zuid-Azië en centraal Afrika werden ongekend hoge temperaturen gemeten. Voor het derde achtereenvolgende jaar was de zeeijsbedekking rond de Noordpool in de zomer minimaal.

De WMO baseert zich voor haar conclusies over de warmte op drie verschillende temperatuuranalyses: twee Amerikaanse (NASA en NOAA) en één Britse: de samenwerking van het Hadley Centre en de Climate Research Unit (CRU). De CRU is momenteel in het nieuws door de illegale publicatie van zijn e-mailverkeer.

De instituten gebruiken grotendeels dezelfde basisgegevens van weerstations. Ze verschillen in de manier waarop die worden verwerkt en in de wijze waarop ontbrekende gegevens statistisch worden ‘aangevuld’. Sommige sluiten weerstations uit, omdat die te veel in stedelijk gebied kwamen te liggen. Ook de vaak wat grove temperatuurmetingen door de scheepvaart worden verschillend behandeld.

De uitkomsten van de streng getoetste WMO-analyses stemmen niet overeen met de conclusies op websites en fora van ‘klimaatsceptici’ – personen die de opwarming nog ontkennen of aan natuurlijke oorzaken toeschrijven.

Velen beweren dat de aarde al tien jaar niet opwarmt, of inmiddels zelfs afkoelt. De WMO-grafieken laten zien dat er hooguit sprake is van een stagnatie van een jaar of vier. Dat is vaker voorgekomen.

Mogelijk is het misverstand ontstaan doordat de sceptici, die vaak ver van de praktische wetenschapsbeoefening opereren, voorlopige gegevens hanteerden. Ook circuleren grafieken die alleen gelden voor het landoppervlak of de afzonderlijke halfronden. Op het zuidelijke halfrond (met veel minder betrouwbare metingen) lijkt de stagnatie het meest uitgesproken.

Overigens blijkt de opwarming van de aarde ook uit het smelten van gletsjers, de opwarming van de oceanen, het verdwijnen van het zee-ijs rond de Noordpool, het zware verlies aan landijs op Groenland, de verkorting van het sneeuwseizoen en de stijging van de zeespiegel. Sinds het begin van de waarnemingen (het jaar 1850) is de aardse temperatuur al met ruim 0,7 graden gestegen.