Broer in de bergen tipt tangetje

Oesters trekken naar het noorden. In koelwagens. Yerseke moet er elk jaar meer naar boven rijden. Ook als lesmateriaal. Er zijn nu bakjes met twaalf oesters in drie verschillende soorten. Vier Zeeuwse Japanners (creuses), vier platte Zeeuwen en vier Franse creuses die in Oosterscheldewater zijn opgefrist. Om het verschil te leren kennen. Dilemma; eerst een mes kopen of eerst een oester? De Hema en Albert Heijn helpen.

Met een ander lespakket. Zes oesters met een mes. Als de oesters van Prins & Dingemanse komen is er uitleg bij waar het mes voor dient. Nieuw is het niet, er zitten al jaren messen mee verpakt met oesters. Ze zijn niet veel waard. Het staal – mooi woord; pisbakkenstaal – is al na een dozijn oesters stuk. Punt krom en brokken er uit. Wie meer oesters open wil moet een beter mes hebben. En iets beters, daar hadden we het hier eerder over, een oestermes met wringvleugel. Goed maar duur. Een lezer heeft een broer in de Ardennen en in hem meer vertrouwen dan in de krant. Althans in deze verslaggever. Lezer ging onmiddellijk het oestermes kopen toen hij erover las. Voor zijn broer, die in de Belgische bergen een hotel met restaurant drijft.

Lezer: „De verkoper van het mes vroeg mij om mijn mening en ik zei hem dat ik af ging wachten. Pieter moest er over oordelen”.

Er worden veel oesters gegeten in de Ardennen, Belgique immers. Broer Pieter geeft hoog op van de Belgische Aldi’s, waar in december goede Zeeuwse oesters te koop zijn voor een schijntje. Dat waren ze vorig jaar in Nederland ook en wie weet komen ze weer. De Hema heeft er nu al zes voor zes euro. Met wegwerpmes.

Het betere mes met levenslange garantie werd door de ervaren Ardijnse oestersloper getest en gerecenseerd. En hij tipt een tangetje.

Broer: „Het artikel in NRC-Handelsblad klopt prima. (Zucht van verlichting, WK) Het extra vleugeltje aan het mes maakt het wrikken makkelijker. (…) Probleem bij creuse oesters is te weten waar je het puntje van je mes moet zetten. Je moet de opening tussen de twee helften weten te vinden en dat is niet altijd makkelijk te zien. Staat je mes juist, dan is het een fluitje van een cent en krijg je licht wrikkend de oester zonder kracht open. Zeer goed dus. Maar staat je mes niet goed tussen de schelpen, dan ga je van nature al wrikkend meer kracht gebruiken. Door de fantastisch goede grip die je hebt op het nieuwe mes kan je dus ook heel veel kracht zetten en daarin schuilt het gevaar. Want als je dan uitschiet ga je gegarandeerd dwars door je andere hand.”

Het mes kan er niks aan doen, zegt de chef, het is domkops eigen schuld. Maar zijn tangetjestip kan eerste hulpposten veel werk besparen.

„Een klein tangetje met een papegaaienbekje. Daarmee kun je uit de zijkant van de oester op de plaats waar je vermoedt dat je moet steken een beetje uit de schelp breken. Je vindt dan direct de goede plek om het mes in steken.

De oesters die we kochten in Frankrijk (huitres d’été werden zo in de markt gezet, eind augustus), zaten met acht of tien in een bakje, het mes erbij en waren voorgeknabbeld met zo’n tangetje. Zelfs een dronken Engelse toerist krijgt ze dan nog met gemak open.”

Tot zover hulp uit de Ardennen. Bij de Gamma wisten ze nog niet dat ze gereedschap voor het openen van oesters verkopen.

Wouter Klootwijk

    • Wouter Klootwijk