Afghanistan wordt geen kerkhof voor de VS

De Sovjet-Unie was indertijd in Afghanistan op hetzelfde uit als de VS nu.

Hun beider strategie was en is ongelukkig. Toch zijn de interventies onvergelijkbaar.

** FOR USE AS DESIRED, PHOTOS OF THE DECADE ** FILE - Soldiers from the U.S. Army First Battalion, 26th Infantry take defensive positions at firebase Restrepo after receiving fire from Taliban positions in the Korengal Valley of Afghanistan's Kunar Province, in this May 11, 2009, file photo. Spc. Zachery Boyd of Fort Worth, TX, far left was wearing his "I love NY" boxer shorts after rushing from his sleeping quarters to join his fellow platoon members. From far right is Spc. Cecil Montgomery of Many, LA and Jordan Custer of Spokan, WA, center. (AP Photo/David Guttenfelder, File) AP

De mythe wil dat de Afghanen zich altijd als één man hebben verzet tegen elke vorm van buitenlandse inmenging. De werkelijkheid is dat het land al decennialang door binnenlandse twisten wordt verscheurd. Zowel de Sovjet-Unie in de jaren tachtig als de Verenigde Staten en hun bondgenoten nu kozen partij in een burgeroorlog: ze vochten mét Afghanen tégen Afghanen. De Russische en Amerikaanse oorlogen in Afghanistan vertonen opvallende overeenkomsten, maar de verschillen overheersen. Het belangrijkste onderscheid zit hem in de omstandigheden waaronder beide landen proberen hun politieke doeleinden in Afghanistan te realiseren – die zijn voor de Amerikanen gunstiger dan ze ooit voor de Russen waren.

In essentie waren Russen en Amerikanen op hetzelfde uit: in samenwerking met Afghaanse medestanders zetten ze hun onwelgevallige regimes af, waarna ze de rest van de bevolking van de nieuwe machtsverhoudingen proberen te overtuigen. Maar zo overtuigd en vastbesloten als de VS waren om Afghanistan binnen te vallen na 11 september 2001, zo aarzelend en terughoudend was de Sovjet-Unie ruim een decennium eerder.

Minister-president Nur Mohammad Taraki, wiens staatsgreep in april 1978 een einde had gemaakt aan een relatief lange periode van politieke stabiliteit in Afghanistan, drong er bij het Kremlin op aan om de groeiende onrust in zijn land militair de kop in te drukken. Maar hij werd vermoord, en het verzet groeide: rebellen veroverden Herat. Toen regeringstroepen de stad wisten te ontzetten, waren er 5.000 inwoners vermoord, onder wie zo’n honderd Sovjetadviseurs en hun familieleden – hun hoofden waren op palen gespietst en door de straten gevoerd.

Voor de Russische leiders was de maat vol. Op 12 december besloot het Politbureau Afghanistan binnen te vallen. De Sovjetleiders verwachtten, zo benadrukt onderzoeksjournalist Feifer in The Great Gamble, hun troepen op korte termijn terug te trekken. De Russische leiders en hun Afghaanse bondgenoten waren stellig van plan de Afghaanse samenleving voor eens en altijd te bevrijden van armoede, ongeletterdheid en achterlijkheid. Er is zo goed als niets van gekomen. Het communistische regime heeft het grootste deel van de bevolking, de boeren, nooit bereikt. Tijdens de Russische bezetting kwamen er 1,3 miljoen Afghanen om. Sovjetmilitairen onderscheidden zich door moed, roekeloosheid, gebrek aan discipline en een wreedheid. Bommentapijten, massale wraaknemingen op burgers, verwoesting van hele dorpen, martelingen en talloze executies – weinig bleef de Afghaanse boeren bespaard. Wel werd de nietsontziende Russische wijze van oorlogvoering gevoed door de wandaden van hun tegenstanders. Krijgsgevangenen villen en hun huid boven het hoofd vastknopen, was een populaire wraakoefening onder de mujahedeen, schrijft Feifer. Ruim 600.000 Russische soldaten vochten in Afghanistan, van wie er volgens officiële cijfers 15.000 sneuvelden.

Hoewel de leef- en arbeidsomstandigheden van de Amerikaanse en geallieerde troepen onvergelijkbaar beter zijn dan die van de Russen, volgen de Talibaan in grote lijnen dezelfde militaire tactiek als destijds de mujahedeen. De belangrijkste verklaring voor het verschil in oorlogsvoering tussen Russen en Amerikanen is dan ook van politieke aard. Ze moet niet in Afghanistan worden gezocht, maar in de interveniërende landen zelf. De Sovjetmedia hebben lang in louter opwekkende zin over de militaire interventie in Afghanistan bericht. Niemand leek zich druk te maken over de misdaden die in Afghanistan werden begaan. Zouden de Amerikanen en hun bondgenoten thans zelfs maar een fractie van de Russische wreedheden begaan, dan was de missie allang afgeblazen, niet wegens gebrek aan succes maar om het ontbreken van legitimiteit in eigen land.

De oorlog in Afghanistan was een ramp voor de Sovjet-Unie, maar geen doodsteek. Net zo min zal Afghanistan het kerkhof van het Amerikaanse imperium worden. Maar het dramatische verloop van de Russische bezetting is wel van grote invloed geweest op de wijze waarop de Amerikanen in Afghanistan intervenieerden, meent ook Jones. Aan de Amerikaanse invasie ging een korte, maar heftige discussie in Washington vooraf over de omvang en de opdracht van de Amerikaanse strijdkrachten: behoorde wederopbouw tot de opdracht van de VS of dienden de geallieerde strijdkrachten zich te beperken tot de omverwerping van het Talibaanregime en het winnen van de oorlog tegen Al-Qaeda? Jones beschouwt de keuze voor een beperkte militaire opdracht als de oerfout van de Amerikaanse interventie. De verkeerde conclusies zijn uit het Sovjetoptreden getrokken: niet de omvang van de Russische troepenmacht was doorslaggevend geweest voor het verloop van de bezetting, maar de manier waarop Rusland de oorlog voerde. De Amerikaanse strategie van zogenoemde light footprint resulteerde in een interventie die van het begin af aan tekortschoot: te weinig manschappen, te weinig hulp en vooral te weinig politieke belangstelling. Ze werkte een zwak en corrupt centraal gezag in de hand. Het groeiende verzet tegen de regering-Karzai en haar westerse bondgenoten is de prijs die Amerika betaalt voor de halfslachtige wijze waarop het in Afghanistan heeft geïntervenieerd, concludeert Jones. Hij bepleit meer interventie.

Jones heeft zijn zin gekregen. President Barack Obama kondigde aan 30.000 extra manschappen naar Afghanistan te sturen. Of het aantal militairen voldoende is, moet blijken. Het hangt in belangrijke mate af van de politieke missie. Al snel waren de Russen nauwelijks nog geïnteresseerd in het ideologische gehalte van het regime dat ze in Afghanistan in het zadel hielden. Voor de Amerikanen geldt hetzelfde: democratisering is nooit een serieuze optie geweest.

De politieke missies van de Russen en Amerikanen in Afghanistan verschillen niet wezenlijk; de vestiging van een redelijk stabiel en betrouwbaar regime in Kabul. Het is de Russen nooit gelukt. Het fiasco van de Russische bezetting is echter geen overtuigend argument tegen voortzetting van westerse militaire bemoeienis met Afghanistan. De omstandigheden waaronder de Amerikanen en hun bondgenoten nu opereren in Afghanistan zijn veel gunstiger. De regering-Karzai heeft veel krediet verspeeld in eigen land, maar is lang niet zo impopulair, corrupt en repressief als de communistische machthebbers waren in de jaren tachtig. Het regime in Kabul dat de Amerikanen over enkele jaren achterlaten moet sterk genoeg zijn om een politieke overeenkomst met de Talibaan aan te gaan. Dit is niet ondenkbaar. De Talibaan vinden nog steeds een safe haven in Pakistan, maar het ontbreekt ze zowel aan de volksbrede steun als aan de ruime buitenlandse militaire hulp waarover de opstandelingen tegen de Russische invasiemacht destijds beschikten. En waar na enige aarzeling de VS destijds een cruciale bijdrage leverden aan de militaire inspanningen van de mujahedeen, heeft Rusland zich in de huidige oorlog tegen de Talibaan en Al-Qaeda uiterst terughoudend opgesteld, zo het in de praktijk niet de kant van de Verenigde Staten en de NAVO heeft gekozen.

Gregory Feifer: The Great Gamble. The Soviet war in Afghanistan. HarperCollins, 326 blz., € 28,-

Seth G. Jones: In the Graveyard of Empires. America’s War in Afghanistan. W.W. Norton & Co., 414 blz., € 28,-