Vrije, wisselende vlinder

Hinkelien Schreuder hoort bij de favorieten op de EK kortebaan in Istanbul.

De zwemster laat haar talent eindelijk spreken.

Nederland, Eindhoven, 27-11-2009; Zwemster Hinkelien Schreuder, tijdens de Swim Cup 2009. Foto Vincent van den Hoogen Hoogen, Vincent van den

Het bad in Eindhoven was leeg – bijna leeg. Terwijl de zwemtop vakantie vierde na de WK in Rome, afgelopen zomer, trok één zwemster alweer haar baantjes. Vakantie kwam haar niet uit. Hinkelien Schreuder had zo haar plannen.

Al jaren geldt alleskunner Schreuder als het grootste Nederlandse talent sinds Inge de Bruijn, maar de prestaties liepen niet altijd synchroon met de verwachtingen. Zeventien jaar was ze pas toen ze in 2001 bij de WK in Fukuoka een finale haalde en werd uitgeroepen tot sporttalent van het jaar; ‘Hinky’ werd haar bijnaam – als opvolgster van de sportvrouw van dat jaar, ‘Inky’ de Bruijn. „Je hebt Hinkelien Schreuder, en daarna een hele tijd niets”, sprak Jacco Verhaeren destijds bewonderend.

Bijna stiekem zwom de allrounder 53 nationale titels bij elkaar – een record – op rugslag, vrije slag, vlinderslag en wisselslag. Maar ondanks haar veelzijdigheid bleef de internationale doorbraak uit. Totdat ze twee weken geleden in Berlijn ineens een wereldrecord zwom op de 100 meter wisselslag. „Alle puzzelstukjes vallen in elkaar”, zegt oud-jeugdbondscoach André Cats. „Ze is nu een wisselslagzwemster van wereldniveau. Ik denk dat de ban gebroken is. Als ze echt wil, ligt de wereld voor haar open.”

Maar voor een zwemster met zoveel natuurlijke aanleg werd het bepaald geen modelcarrière. Haar talent is onomstreden. Ze staat bekend als intelligent, eigenzinnig en perfectionistisch. En aarzelend als het gaat om het maken van keuzes. Die eigenschappen hebben haar ontwikkeling vertraagd, vermoedt Cats. Maar: „Misschien is ze ook wel zo’n goede allrounder geworden doordat ze niet kon kiezen. Ze is vaak geswitcht, van rug naar vlinder, naar vrij en wissel.”

Bij zwemvereniging De Whee, in Schreuders geboortedorp Goor, lichtten de ogen van talentcoach Hennie Alink op toen hij haar als achtjarig meisje voor het eerst zag zwemmen. „Ze had een geweldige techniek”, zegt Alink, die in Goor ook Marleen Veldhuis onder zijn hoede had. Ze leerde razendsnel. „Je hoefde haar maar één aanwijzing te geven en Hinkelien pakte het op. Nu moet je tegen kinderen duizend keer hetzelfde zeggen. Zij vergat het nooit meer. Ze kon alles goed, ook hockeyen, trampolinespringen en tennissen.”

Alink maakte ook al vroeg kennis met een onverbeterlijke perfectionist. Hij ziet haar nog uit het water komen. Negen jaar oud, de race gewonnen. Trainer tevreden – maar de pupil niet. Alink: „Ik vond het prima, maar zij was echt boos, ze vond het helemaal niks. Ik denk dat die neiging naar perfectionisme lang tegen haar heeft gewerkt. Maar als ze goed begeleid wordt, zoals nu bij Marcel Wouda, werkt het in haar voordeel.”

Cats viel op hoe gretig Schreuder was om een betere zwemster te worden. „Ik liet als jeugdbondscoach onderwaterbeelden van trainingen zien. Toen ik met Hinkelien in het clubhuis in Goor zat te kijken kroop ze bijna in het beeld, zoveel wilde ze weten, elk detail van haar slag. Zij heeft een groot aandeel gehad in haar eigen leerproces. Maar omdat ze erg gericht was op haar eigen ontwikkeling had ze lang moeite met racen tegen anderen. In de jeugd kan dat, maar bij de senioren moet je ook Therese Alshammer kunnen verslaan.”

Ook Wouda vindt dat Schreuder „vooral haar eigen coach” is. „Ze weet heel goed wat ze wil, dat hoort bij haar talent. Hinkelien voelt exact aan wat er gebeurt met haar techniek. Ze heeft een enorm goed zelfinzicht en kan dat vertalen naar haar techniek. Dat is uitzonderlijk.”

Schreuder vertrouwt tegenwoordig op de knowhow die ze heeft vergaard. „Maar dat is wel eens moeilijk, want ik weet ook niet alles. En het komt soms egoïstisch over.”

Dat maakt haar voor coaches geen gemakkelijke leerling – niet het type dat klakkeloos orders uitvoert. Ze verhuisde na haar middelbare school naar Eindhoven, waar ze trainde onder Verhaeren, en Mandy van Rooden, maar een succes was dat niet. Ze weigerde te kiezen voor een leven dat louter bestond uit zwemmen en begon aan een studie fysiotherapie, in het voetspoor van haar vader.

Cats begrijpt haar goed. „Ze is opgegroeid in een gezin waar geldt: afspraak is afspraak. Haar studie opgeven zou ze echt ervaren als een zwaktebod. Ze moet er iets bij doen. Ze kan goed relativeren, dat heeft ze van haar ouders. Ze zijn reuzetrots op hun dochter, maar hun wereld stort niet in als het wat minder gaat. Hinkelien zwemt ook met veel plezier, maar ze is zich er zeer van bewust dat er buiten de topsport ook nog een maatschappij is.”

Maar haar zelfstandigheid leidde ook tot grote teleurstellingen, zoals het missen van de Spelen van Athene (2004). Schreuder was zwaar overtraind geraakt doordat ze van het hele jaar één groot trainingskamp had gemaakt. In 2006 vertrok ze voor een half jaar naar Australië, waar ze stage liep bij een fysiotherapeut en trainde in haar schaarse vrije uren. Maar ook de WK in haar tijdelijke woonplaats Melbourne (2007) werden geen succes. Na terugkeer zwom ze een tijdje helemaal niet, voordat ze zich aansloot bij de groep van Wouda.

Die trof een vermoeide zwemster aan, met een lage belastbaarheid. „We zijn heel voorzichtig gaan trainen”, zegt Wouda. Met hem klikte het wel. In Peking haalde ze vorig jaar de olympische finale (50 vrij). En bij de EK in Rijeka won ze haar eerste grote titel (50 vlinder). Wouda: „Ik moet haar wel eens afremmen. Dat perfectionisme is haar kracht, maar soms ook haar valkuil. Eén van mijn belangrijkste taken is haar belastbaarheid te bewaken. Als we haar gezond en fit houden, kan ze heel veel bereiken. Ze is de afgelopen seizoenen een paar keer ziek geweest. Ze beseft nu ook dat ze moet herstellen na een zware periode.”

Maar ook voor Wouda is het begeleiden van Schreuder een uitdaging. „Op een of andere manier denk ik dat ik erin slaag een balans te vinden tussen Hinkelien dingen aanreiken en haar de ruimte te geven. Je moet als coach heel goed naar haar luisteren.”

Wouda, zelf als actief zwemmer ook een allrounder, geniet van het veelzijdige talent van Schreuder, die op bijna alle slagen uit de voeten kan. „Ze is enorm goed op de kortebaan, en op de langebaan wordt ze steeds beter. Wat ze nu presteert is geen verrassing. Ze is een sprinter pur sang. De 50 en 100 meter passen goed bij haar. Wisselslag zou ze kunnen. Wat ze bij de Spelen in Londen moet doen? Dat laat ik aan haar over.”

Maar Schreuder kijkt niet graag vooruit. „Ik vind het geweldig dat ik nu goed zwem, maar het is allemaal relatief. Ik ben gewoon tevreden. Sport is mijn passie. Daarom doe ik dit. Niet om in de picture te komen.”

Dat is bijna een vertaling van de lijfspreuk op haar site. The first thing is to love your sport. Never do it to please someone else. It has to be yours.

    • Rob Schoof