Tax en de City

Het klinkt daadkrachtig, de speciale belasting van 50 procent op bankiersbonussen die de Britse minister van Financiën, Darling, gisteren aankondigde. Vrijwel alle grote banken overleefden het jaar 2009 met behulp van grootscheepse overheidsteun. Zelfs banken die geen gebruikmaakten van directe kapitaalinjecties zagen de waarde van hun leningen gegarandeerd door de Staat of konden voor een prikkie voor geld terecht bij hun centrale bank.

Geen wonder dat het belasting betalende publiek ontsteld is dat de bonussen gewoon lijken door te gaan, alsof er niets aan de hand is. Terwijl die hoge extra vergoedingen nu juist zijn aangewezen als een van de veroorzakers van de prikkels die bankiers verleidden tot het nemen van excessieve risico’s, waardoor de kredietcrisis mede is veroorzaakt.

Toch is er wel wat af te dingen op de bonusbelasting, die de Britse premier Brown en de Franse president Sarkozy vandaag in de Amerikaanse zakenkrant Wall Street Journal in een gezamenlijk schrijven aanbevelen. In het Verenigd Koninklijk gaat het om een tijdelijke belasting op discretionaire toegekende bonussen boven de 25.000 pond (rond 28.000 euro). Het gros van deze bonussen is al contractueel overeengekomen en dus niet discretionair. Vandaar dat Darling slechts een half miljard pond aan opbrengsten verwacht, op een bonuspot in de City van vermoedelijk zes miljard pond.

Met financiële prikkels die leiden tot hogere prestaties is niets mis. Maar om kortetermijngedrag tegen te gaan, is het beter om bonussen in de vorm van langetermijntegoeden uit te keren, zoals aandelen in de bank zelf die pas later mogen worden verzilverd. Een speciale heffing, zoals nu wordt voorgesteld, is vooral goed voor de bühne, zeker in het Verenigd Koninkrijk, waar binnen een half jaar verkiezingen zijn. De overheid moet echter ook betrouwbaar en voorspelbaar gedrag vertonen. Een belasting die zomaar, vrijwel ex-post, uit de lucht komt vallen draagt daar niet toe bij.

Blijft het geval dat de banksector weinig blijk geeft van leervermogen. Na een periode van anderhalf jaar, waarin het internationale financiële systeem bijna ten onder ging, is er op Wall Street, in de City en elders weinig nederigheid te bespeuren. Onder bankiers lijkt nog steeds de overtuiging te heersen dat men is overvallen door een natuurverschijnsel in plaats van door een zelfveroorzaakte ramp.

Het voortduren van de bonuscultuur is er een voorbeeld van dat op individueel niveau weinig of geen verantwoordelijkheid wordt gevoeld. Daarmee roept de sector plompverloren maatregelen als een bonusbelasting over zichzelf af.

De extra belasting heeft intussen wel een interessant neveneffect. Bij elke lokale maatregel tegen banken – of dat nu verscherpt toezicht is, hogere kapitaalseisen of het aanpakken van de bonussen – klinkt steevast het argument dat banken en hun talent zullen verhuizen naar elders. Als de Britse belasting doorgaat, kan volgend jaar rond deze tijd worden vastgesteld of de straten van de City inderdaad zo leeg en verlaten zijn als de banksector wil doen geloven.